Over aardappels kopen en koken en hoe je geld kunt besparen dl 2

In deel 1 heb ik iets geschreven over de kostprijs van aardappelen en dat verpakkingseenheid en afval (schillen, pitten) daar een grote invloed op hebben. In dit deel gaat het specifiek over het koken van aardappelen en op welke manier je echt geld kunt besparen.

Gaar
Aardappels moeten verhit worden om gaar te worden. Maar wat is dat gaar worden precies? Een aardappel bestaat voor 17% uit het koolhydraat zetmeel, dat we in rauwe toestand niet kunnen verteren. Het komt in kleine harde bolletjes zetmeelmoleculen in de aardappel voor. Door verhitting nemen deze bolletjes water op, zwellen en worden zachter. Dit proces heet het verstijfselen van zetmeel en noemen we gaar worden. Voor het verstijfselen van zetmeel is dus altijd water nodig, de aardappel heeft 77% water aan boord, dus voldoende. Vandaar dat je aardappelen in de oven gaar kunt maken (poffen).

In ieder kookboek staat aangegeven dat je aardappelen 20 minuten moet koken om ze gaar te krijgen. Maar is dat wel zo? Grosso modo geldt dat wel voor aardappelen die je schilt en vervolgens de pan in mikt. De warmte moet helemaal doordringen tot in de kern om het zetmeel ook daar te laten verstijfselen en er is tijd voor nodig om die afstand te overbruggen.
Maar wat gebeurt er nu als je die afstand tot de kern verkleint? Ik heb de proef op de som genomen en het pond aardappelen uit deel 1 in niet te dunne plakken gesneden.
Vervolgens 2 l water aan de kook gebracht, aardappelen toegevoegd, weer aan de kook en vervolgens tegen de kook aan gaar laten worden. Na toevoegen aan het kokende water duurde het 1 min voordat het water weer kookte. Na in totaal 11 min waren de aardappels gaar. 

Wat levert dit op?

  1. Een tijdwinst van 9 min, 45%. Ik weet zeker dat dit te verbeteren is tot meer dan 50%.
  2. Door de tijdwinst verbruik je minder energie. Hoeveel is afhankelijk van de energievorm die je gebruikt, gas of elektra, en hoe hoog je je pit of plaat zet. Bedenk, warmer dan 100° wordt het water niet. Daarnaast kook ik op inductie, waardoor ik de energietoevoer heel fijnmazig kan regelen: 17 standen per plaat.

Stel dat een gemiddeld huisgezin 4x per week gekookte aardappels eet. Op basis van bovenstaande gegevens kun je per week dus 36 min energieverbruik besparen. Uitgaande van 40 weken per jaar, is dat 1440 min. Dat is precies 24 uur.

Hoeveel dit oplevert? Ik weet het antwoord niet, omdat ik niet weet hoeveel energie nodig is om het water en de aardappelmassa te verwarmen en op temperatuur te houden. Daarnaast is het ook wel handig als je de gemiddelde kostprijs voor gas/elektra weet.
En, stel eens dat 10% van de Nederlandse gezinnen dit zou doen, hoeveel zou dat ons land kunnen opleveren? Misschien zijn er bèta-docenten die met een of meerdere klassen hier eens aan willen rekenen.

P.S. O, en over de vraag of je aardappelen met koud of heet water opzet, schreef ik al eerder een blogpost.

Over aardappels kopen en koken en hoe je geld kunt besparen dl 1

De aardappel deed zijn intrede in Europa door de ontdekkingsreizen van de 16e eeuw. Na een lange reis van zo’n drie eeuwen arriveerde de plant in Noord-West Europa en werd in de 19e eeuw een onderdeel van het dagelijks voedsel. Dat het niet bleef bij voedsel voor de gewone bevolking, blijkt uit het feit de de grote Escoffier 59 aardappelbereidingen in zijn Guide Culinaire uit 1902 opnam. Maar daar wil ik het verder niet over hebben.
Aardappelen worden altijd beschouwd als een goedkoop voedingsmiddel en ik beperk me hier nu tot de onbewerkte aardappel, de rauwe aardappel in de schil. Maar hoe goedkoop is goedkoop? Ras speelt een ondergeschikte rol, met uitzondering van de Opperdoezer Ronde en wat Franse rassen, maar die laat ik buiten beschouwing. Ik ga uit van wat ik in de supermarkt kan kopen. Een belangrijke factor voor de prijsstelling is de verpakkingseenheid. Het volgende staatje laat dat zien. De gegevens komen uit de app van de betreffende supermarkt.

Continue Reading “Over aardappels kopen en koken en hoe je geld kunt besparen dl 1”

Bericht vanaf de startlijn – Weer in de klas

Augustus 2018 en voor de tweede keer stond er een schooljaar te beginnen waar ik geen onderdeel van zou uitmaken. Velen zullen blij zijn als ze met pensioen kunnen, ik was het niet toen ik moest. Het gevoel dat ik nog niet klaar was met onderwijs bleef knagen. Ik miste vooral het contact, de interactie met leerlingen, dat wat onderwijs voor mij altijd zo’n geweldige werkplek maakte. In mijn eigen vakgebied had ik natuurlijk geen schijn van kans, maar ik wist dat er bij Educatie-afdelingen altijd wel hulp gebruikt kan worden. Via de vrijwilligersorganisatie in Hoogeveen kwam ik terecht bij een roc aldaar, waar bij de NT2 opleidingen diverse vrijwilligers de docenten ondersteunen.

Continue Reading “Bericht vanaf de startlijn – Weer in de klas”

CuliCul 14 Sauce Hollandaise – het wat, hoe en waarom

Door veel keukenprinsen en -prinsessen vervloekt vanwege het mislukken: sauce Hollandaise en haar soortgenoten. Veel van mijn leerlingen hadden ook grote problemen bij het maken. Ik zal niet zeggen dat het eenvoudig is, want net zoals een koprol, borstwaarts om of sce Hollandaise: als je het kunt is het een makkie, indien niet, een hel.
Ik zal proberen de mechanismen achter de saus uit te leggen en en passant wat aanwijzingen te geven die het schiften, het grote probleem bij deze saus, voorkomen.

Type saus
Sausen zijn verdikte, smakelijke vloeistoffen. Dat dik maken van die vloeistof kan op een paar manieren. Zetmeel is een veelgebruikt ingrediënt; denk daarbij aan een roux, maizena of aardappelzetmeel aangemaakt met water, allesbinder, k&k sausen. Deze manier van sausen maken wordt veel gebruikt in de professionele keuken.
Een tweede manier is het maken van een emulsie. Een emulsie is een homogeen mengsel van olie/vet en water. Dat water heeft dan vaak een smaakje (azijn, wijn, etc.). Een voorbeeld van een emulsiesaus is de dressing: olie en azijn intensief roeren, zodat water en olie als kleine druppels vermengd worden.
Maar ook de mayonaise (koud) en sce Hollandaise (warm) zijn emulsiesausen. Het verschil tussen de dressing en de andere twee is het gebruik van een emulgator, in de praktijk eidooier. Daarnaast wordt bij Hollandaise geen olie gebruikt maar boter.

Continue Reading “CuliCul 14 Sauce Hollandaise – het wat, hoe en waarom”

Sympodium OCC

Vandaag was ik bij een feestelijke bijeenkomst van de Stichting Opleidingen ContractCatering (OCC) t.g.v. hun 25-jarig bestaan. Het thema: ‘Welke invloed hebben de ontwikkelingen van de komende 25 jaar op opleiden, examineren en certificeren?’ Een zestal workshopleiders waren uitgenodigd om vanuit hun eigen werkterrein hun licht daar over te laten schijnen.
Maar, voordat het zover was, schudde dagvoorzitter
Maarten Wessels de zaak eerst wat op. Dit deed hij aan de hand van karakteristieken van de diverse generaties die sinds ±1930 sociologisch (niet wetenschappelijk) onderscheiden worden. Daarmee werd duidelijk, dat de leerlingen en werknemers die eraan zitten te komen, echt niet meer dezelfde karakteristieken hebben als die van 30, 20 en zelfs 10 jaar geleden. Oorzaken zijn o.a. de ontwikkelingen op technologisch en communicatief gebied. Scholen/opleidingen en bedrijven zullen zich daar op in moeten stellen, want ze komen, onherroepelijk. Maar kunnen ze dat ook? Zijn ze er klaar voor? Lees verder

CuliCul 13 Over het sauteren van champignons

Als ik de aanwijzingen die ik tegenkom voor het sauteren (bakken) van champignons zou opvolgen, dan draait het eigenlijk uit op een verbrandingsritueel. Een baktijd van ± 3-4 minuten is veel te kort om de benodigde bruiningsreacties (Maillardreactie) plaats te laten vinden.
Een van de belangrijkste factoren is het hoge watergehalte van champignons, rond de 93%. De hoeveelheid water zorgt ervoor dat in het begin de temperatuur niet hoger wordt dan 100° C, voor bruiningsreacties heb je hogere temperaturen nodig. Ga je toch op hoog vuur aan de gang, dan ontstaan er eerder brandplekken dan dat er feitelijk gebakken wordt.  Lees verder

Edcamp van het Zuiden

Zaterdag jl. doorkruisten we de provincies Overijssel en Gelderland, staken drie rivieren over om uiteindelijk te belanden in het Brabantse Waalre, aan de noordkant slechts door enkele tientallen (misschien wel honderden) meters asfalt gescheiden van de stad Eindhoven. Ons doel was basisschool De Meent, waar de Edcamp van het Zuiden werd gehouden.
Ik heb niet zo veel ervaring met basisscholen en was benieuwd naar wat ik aan zou treffen. Mijn meest recente ervaring dateert van dit voorjaar, toen we de Edcamp van het Noorden in Meppel hadden in een basisschool in een oud gebouw. De Meent is gevestigd in een veel nieuwer gebouw, maar wat me in beide scholen opviel is, dat het heilige moeten zoals ik dat van mijn eigen lagereschooltijd ken, vervangen is door het heilige laat-zien-wat-je-kunt-en-we-helpen-je-daarbij. Zo heb ik het in ieder geval ervaren. Wat me me ook opviel in beide scholen, is het standaard inzetten van ict in het onderwijs, de digi-borden die in elk lokaal hangen. Wat een verschil met het roc waar ik werkte. Jaloers makend. Lees verder

Kom in de kas: De Tuinkamer

We zaten in een kas. Het regende pijpenstelen. Naast mij drupte het water op de vloer, alsof ik in een lekke tent zat, maar waar ik geen seconde last van gehad heb. Het was behaaglijk warm binnen. En een bijzondere omgeving. Op het terrein van de Prionatuinen staat een kas die gedurende een aantal maanden als zomerrestaurant door het leven gaat. Lees verder

Edcamp van het Noorden

Zaterdag 14 april beleefden we de vijfde Nederlandse Edcamp en deze speelde zich af in Meppel.

Voor diegenen die niet weten wat een Edcamp is: een bijeenkomst van onderwijsmensen van allerlei gezindten, waarbij alleen de begin- en eindtijd vaststaan. De bijeenkomst wordt on the spot vorm en inhoud gegeven, al naar gelang de wensen en mogelijkheden van de deelnemers. Doel is leren met en van elkaar.

Lees verder

Dodenherdenking 2018

‘Blijkbaar gaat dat zo in Nederland: rond de Dodenherdenking is vaak wat te doen.’ Zo begon ik mijn blogpost van 29 april 2012. De aanleiding was een gedicht van Auke, waarin hij het sneuvelen van zijn oudoom aan het Oostfront memoreert. Het gedicht heeft heel wat reacties opgeleverd, afkeurend en instemmend.
We zijn nu zes jaar verder en weer is er wat te doen rond de Dodenherdenking. Het gaat nu om de lichaamsomvang van leden van de erewacht, die geen goedkeuring kan vinden in de ogen van tv-kijkers en deelnemers aan het defilé. Lees verder