Twitter, een jaar na dato

Ik twitter nu ongeveer een jaar. Ik weet het niet precies, maar mijn blogpost over de eerste periode schreef ik nu een jaar geleden. Tijd om weer eens terug te kijken. Wat heeft het mij gebracht? Ik ben niet zo’n tweetopaat die een bepaald quotum aan tweets moet produceren, het moet wel overzichtelijk blijven. Ik ervaar het dus nog steeds als een soort van digitaal stamcafé, over het algemeen gezellig om rond te hangen met af en toe een zeikerd aan de toog. Ik heb nieuwe mensen leren kennen en sommige zelfs in real life ontmoet, kennis gehaald en hopelijk een beetje gedeeld. Recentelijk kwam ik via een twittercontact bij een vernissage terecht, waar een nieuw concept werd uitgeprobeerd: het schilderconcert. Heel bijzonder. Geen van mijn leerlingen twittert, waardoor ik het medium, in welke vorm dan ook, niet in kan zetten in mijn onderwijs. Ik weet nog niet of ik dat jammer moet vinden of niet. Wel heb ik sinds kort contact met een oud-leerling, die ik op deze manier direct in z’n carrière kan volgen. Verder zijn er wel een paar opvallende dingen. Steeds meer commerciëlen en organisaties zien de meerwaarde van het medium. Ik zit er niet altijd op te wachten, maar als je ze niet terugvolgt, heb je er geen last van. En dan de ego’s. Van die mensen die al honderden of duizenden volgers hebben, maar alleen maar uit zijn op nog hogere aantallen. Ze volgen je en als je niet binnen 48 uur terugvolgt, unfollowen ze weer. Al een paar keer meegemaakt, maar ook daar gaat niks aan verloren. Gek word ik van de coaches. Nog nooit zo veel coaches bij elkaar gezien als bij Twitter. Als het representatief is voor de Nederlandse bevolking, dan denkt een fors deel daarvan dat het andere deel het niet zelfstandig redt en gecoacht moet worden. Of zitten er ook een paar über-coaches bij, coaches die weer andere coaches coachen? En als laatste: twitteraars hebben geen kinderen, blijkbaar is dat een woord waar je je nageslacht niet meer mee kunt benoemen anno 2010. Nee, tweeps hebben kids!

Twittèr, c’est un zinc digital

Sinds kort twitter ik. Directe aanleiding is dat ik binnenkort een workshop geef op de hogeschool Avans over het gebruik van nieuwe technologieën en web 2.0 toepassingen in het onderwijs. Tot nu toe heb ik Twitter links laten liggen met het motief dat je niet overal aan deel kunt nemen en dat het een erg hoog ‘flauwekul’ gehalte heeft. Om met dat laatste te beginnen: dat heeft het ook. Het interesseert me geen bal dat en wat iemand gaat eten, hoe een of andere per definitie onbenullige voetbalwedstrijd zich ontwikkelt of dat iemand in de trein zit en naar het troosteloze weer staart. Maar die persoonlijke inkijkjes hebben ook iets verslavends. Je ziet dingen van mensen die je normaal niet te zien krijgt. Het heeft niets met voyeurisme te maken, want iedereen bepaalt zelf wat z/hij vertelt of toont. Er is ook een behoorlijk niet-flauwekul deel en de grootte daarvan bepaal je natuurlijk ook zelf. Kennisdeling is er een belangrijk onderdeel van, maar ook discussies over allerlei onderwerpen. Zo verzeilde ikzelf in een discussie over kunst met @Helikon naar aanleiding van zijn tweet over didactiek: kunst of kunde. Het dwingt je om zeer helder en to the point te formuleren. Het geheel doet me sterk denken aan De Slok, mijn stamkroeg van vroeger. Op gezette tijden ga je er heen, ben je benieuwd of die of die er is, kun je altijd slap ouwehoeren met iemand, een goed gesprek aangaan met een ander of je houdt gewoon een tijdje je mond. En iedereen vindt het ok. Tot nu toe is dat Twitter voor mij.

Slok
Slok