Clupea harengus harengus novum

Het zal weinigen ontgaan zijn: de haring is weer in het land. Nu is hij nooit weggeweest, maar de exemplaren waar ik het over heb zijn de maatjes haringen, de Hollandse nieuwe. Ik ben er een grote fan van, van haring. Dus ook van die nieuwe. Er gaat bijna geen week voorbij of ik eet een of meerdere haringen. Maar alleen zoute. Zure haringen en bokkingen zijn niet zo aan mij besteed. En er zijn maar een paar visboeren waar ik ze eet. Ben ik nu een kenner? Ik weet er wel het een en ander van, veel opgestoken uit het boekje Haring en zijn maatjes, maar zou mezelf eerder een liefhebber noemen. Vandaag de eerste twee naar binnen gewerkt. Heerlijk. Maar verschilden deze twee nou zoveel met die van vorige week? En dan gaat volgens mij de psychologie werken. Iedereen zegt dat ie beter is dan … en vul maar in. Zachter, vetter, dikker, milder, bedenk maar wat. En iedereen vindt dat dan ook. Maar is het ook zo? De grote filosoof Kant (naar hem zijn waarschijnlijk de kantjes haring vernoemd) stelde al dat je wel degelijk over smaak kan twisten. Mits je maar met elkaar afspreekt over welke objectieve eigenschappen je het hebt. Over het oordeel, je vindt het lekker of niet, kun je inderdaad geen discussie aangaan. Het is deze gedachte die ik mijn leerlingen probeer bij te brengen, maar ik moet bekennen dat het een van de moeilijkste onderdelen van ons vak is. En ja, die twee van vandaag waren inderdaad zachter, milder, minder zout en vetter dan die van vorige week. En vooral lekker!