De waarde van een leerling-enquête

Onze elektronische leeromgeving, Blackboard, heeft  de mogelijkheid om anoniem enquêtes af te nemen. Ik gebruik het instrument al jaren om tegen het eind van het cursusjaar te peilen hoe de cursisten de opleiding, die één jaar duurt,  beleefd hebben. De enquête staat gedurende vier weken beschikbaar, zodat ze op hun gemak en op het moment dat het hen uitkomt de vragen kunnen beantwoorden. Bij de meeste vragen kunnen ze hun antwoord aanklikken, bij een paar kunnen ze een toelichting ingeven. De vragen gaan over de theorielessen (13), de praktijklessen (12), de docent (7) en algemene vragen over de opleiding (8). Inhoudelijk bestrijken ze grosso modo de eerste vier competenties van een leraar: de interpersoonlijke, de pedagogische, de vakinhoudelijk en didactische en de organisatorische. Ik bevraag ze ook over de nieuwe dingen die ik aan het uitproberen ben. Vorig jaar heb ik een begin gemaakt met oefeningen in spelvorm, memoryspellen o.a., om het platte leerwerk wat te ondersteunen. Het gaat daarbij vooral om productkennis en vaktechnische begrippen. Dit jaar heb ik dat uitgebreid met andere spelvormen. Ik was benieuwd of er daadwerkelijk gebruik van gemaakt wordt. Daarnaast staan bijna al de presentaties die de theorieles  ondersteunen op slideshare en ook daarvan wilde ik weten of daar behoefte aan is. Onderstaande antwoorden maken duidelijk dat een flink deel van de leerlingen er mee geholpen is.

vragen

Bij de opmerkingen over de theorie- en praktijklessen kunnen ze aangeven wat ze missen of overbodig vinden. De opmerkingen die er dit jaar gemaakt zijn leiden er toe dat ik een aantal opdrachten ga veranderen. De onderliggende technieken blijven, de uitvoering/presentatie wordt wat hedendaagser.
En last but not least, de uitslag breng ik altijd in het functioneringsgesprek in als de feedback van de voor mij belangrijkste mensen in mijn werk

Van het bos en de bomen

Heeft u dat nou ook wel eens? Dat je door dat hele grote bos het zicht op de individuele bomen kwijt bent geraakt? Ik doel op die overweldigende hoeveelheid informatie, maakt niet uit wat, die over je uitgestort wordt. Mij bekruipt dat gevoel als ik kijk naar de ontwikkelingen op ict gebied in relatie tot het onderwijs. Ooit ben ik dit weblog begonnen om over die ontwikkelingen te berichten en vooral om mijn ervaringen op dit gebied met de wereld te delen. Al snel liep ik tegen een paar beperkingen op en de belangrijkste is wat ik maar voor het gemak de ‘cyclische eigenheid’ van het onderwijs noem. Wat ik daar mee bedoel is het volgende. Als ik iets nieuws probeer in mijn onderwijs, dan zal ik dat gedurende een jaar moeten volhouden. Ik kan me niet permitteren mijn leerlingen een continue stroom van vernieuwingen te laten ondergaan. Na dat jaar kan ik de balans opmaken en kiezen om te stoppen of met verbeteringen door te gaan. Vervolgens duurt het dan weer een jaar alvorens ik weer een besluit kan nemen. Een voorbeeld. Een paar jaar geleden ben ik met mijn groepen gestart met een weblog binnen de elo, dat gebruikt werd als portfolio. Het eerste jaar was een wisselend succes, afhankelijk van de groep. Ik besloot om het nog een jaar te proberen, weer een wisselend succes. Inmiddels ben ik drie jaar verder en weet nog steeds niet wat te doen.
En nu dat bos. Als ik de weblogs lees van sommige edubloggers zoals Willem Karssenberg, Wilfred Rubens, Annet Smith, Karin Winters en zo zijn er nog wel een aantal te noemen, dan krijg ik een overload aan instrumenten, programma’s en concepten aangeboden. Je voelt je een kind in een snoepwinkel dat te weinig tassen heeft om alles mee te nemen. Van al die mogelijkheden kan ik er per jaar misschien 2 à 3 uitproberen. En na een jaar? Dan zijn er al weer 52 weken aan mogelijkheden over me uitgestrooid. Laat staan na twee jaar. Zijn de genoemde en andere weblogs daarmee zinloos? Dat is het laatste wat ik wil zeggen, juist dit soort weblogs maken mede vooruitgang in het onderwijs mogelijk.
Maar ik voel me een beetje een Macbeth die zich de voorspelling van één van de heksen herinnert: “Fear not, till Birnam wood do come to Dunsinane”.
Mijn klas is mijn Dunsinane Hill en ik zie Great Birnam Wood recht op me afkomen.

Mestreech: de hinkende aanloop

itconf2008.jpg

Mestreech: het is het enige woord dat ik ken in dit dialect, dat zelfs een eigen artikel (in het Mestreechs) in Wikipedia heeft. En ik ga niet de fout begaan hier enige woorden in het Mestreechs te schrijven. Wel deze week veel berichten op diverse weblogs over de komende it-conferentie in Mestreech. Collega E. en ik presenteren over het ontwerpen en uitvoeren van een examentraject. De presentatie is klaar en ik ben bezig, terwijl de sneeuwvlokken voorbij schieten, de teksten voor mijn deel te schrijven. Ik merk dat ik er wat moeite mee heb en bedenk allerlei tussendoor klusjes om maar niet aan de gang te hoeven. Waarom? Ik heb zelf het traject meeontwikkeld en uitgevoerd, samen met E. de presentatie gemaakt. Is het misschien het feit dat ik het proces nu eigenlijk voor de derde keer doorga en woensdag voor de vierde? En ik realiseer me direct dat mijn cursisten hetzelfde proces doorgegaan zijn. Ook zij moesten een presentatie geven over wat ze in het afgelopen jaar hebben gedaan en geleerd. Zouden ze hetzelfde vluchtgedrag gehad hebben?