Homeopathisch geneesmiddel voor het mbo

Twee artikelen in de krant van gisteren. Op pagina 2 een bericht van 15 regels over twee kolommen. In het wetenschapskatern een artikel van een halve pagina. Het eerste gaat over het mbo, het tweede over universiteiten en hogescholen. Het is verleidelijk conclusies te trekken naar aanleiding van de tekstomvang. Waar het mij om gaat is om de inhoud. Beide artikelen gaan over het zelfde probleem: het voortijdig verlaten van cursisten en studenten van de opleiding die ze gekozen hebben. En beide artikelen beschrijven maatregelen om dat tegen te gaan. En dan houden de overeenkomsten op. Het wo en hbo kiezen voor een strengere aanpak in het eerste jaar: meer contacturen, meer begeleiding door docenten en oudere jaars, zwaardere eisen, intakes organiseren om verkeerde studiekeus te verminderen. En wat doet het mbo? Het eerste jaar wordt een oriënterend jaar in een mbo-domein: “…zij stromen breed in en maken aan het einde van het leerjaar hun definitieve opleidingskeuze.” staat er op de site van de MBO Raad te lezen. Ik kan het niet anders lezen dan een breder aanbod van leerstofgebieden en het werken of stage lopen in meer typen bedrijven. En dat alles boven op de extra eisen die er nu al liggen t.a.v. Nederlands, rekenen, vreemde taal en leren, loopbaan en burgerschap. Volgens mij moet het mbo opleiden voor vakbekwame mensen en niet de rol van het vmbo overnemen. Of is dat soms wel de bedoeling van de beleidsmakers? Het doet me denken aan een discussie die er enkele jaren geleden woedde over de werking van homeopathische geneesmiddelen. De vraag ging toen over hoe ver je een werkzaam middel kunt verdunnen tot het zijn werking verliest. Moet het nog traceerbaar zijn? Nee, volgens homeopaten, je kunt heel ver gaan met verdunnen. Als ik vakmanschap en beroepscompetenties zie als werkzaam middel waar de samenleving op zit te wachten, dan kan ik niet anders concluderen dan dat onze beleidsmakers zich bekeerd hebben tot de onderwijskundige homeopathie.


Nagekomen bericht: ook Karin Winters en Jef van den Hurk besteden aandacht aan dit onderwerp.