Hoe houd je het niveau van mbo-docenten op peil

Bovenstaand bericht staat op de website van een uitgever. Deze uitgever organiseert jaarlijks evenementen om de eigen producten te promoten. Loffelijk streven vind ik, omdat je in een informele sfeer kennis kunt maken met instrumenten en methodes en de mensen die daar verantwoordelijk voor zijn. Maar het gaat me wat ver om een uiteenzetting over een methode en een rondleiding door een voetbalstadion mee te laten tellen als 8 uur nascholing in het kader van de wet BIO.
Of zou die uitgever het niveau wel juist ingeschat hebben?

De professionaliteit van de MBO-docent

Tijdens de CVI-conferentie van dit jaar sprong er één presentatie voor mij uit: Professioneel Statuut docenten en professionele ruimte. Olaf McDaniel van CBE Consultants presenteerde de resultaten van een onderzoek dat zijn organisatie in 2009 uitgevoerd heeft in opdracht van de MBO Raad. (Klik hier voor het onderzoeksverslag) De onderzoeksvragen: 1 ) Wat zijn de professionaliteitskenmerken? 2) Welke specifieke handelingsvrijheden zijn er (hoe groot is de professionele ruimte)? 3) Wat is de formele positie in wet- en regelgeving? Naast de MBO-docent zijn nog negen beroepen in het onderzoek betrokken om een vergelijking te kunnen maken. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een model waarin vijf invloeden benoemd en onderzocht zijn die mogelijk de ruimte van de professional beperken.

In zijn presentatie ging Olaf in eerste instantie in op de rol van de docent in het onderwijs: hoe groot is zijn invloed? Nogal groot dus: uit onderzoek van Marzano blijkt dat 67% van de effectiviteit van het onderwijs veroorzaakt wordt door de directe relatie leraar – leerling. Onthutsende cijfers ook als de effectiviteit van scholen en leraren in allerlei combinaties in een model gestopt worden. Ik heb nooit geweten dat ik zoveel invloed heb/kan hebben! Vervolgens liet Olaf de resultaten van het onderzoek zien t.a.v. de invloed op de professionele ruimte. Hier dat van de MBO-docent.

Een aantal conclusies uit het onderzoek.

  • De professionaliteit van docenten is niet gegarandeerd.  Nascholing is niet verplicht. Commentaar: als er al een diploma vereist wordt, zie het aantal instructeurs dat in het mbo docenttaken uitvoert, dan is dat diploma eerder een eindkwalificatie dan wat het zou moeten zijn: een startkwalificatie. (Terzijde: zowel Olaf als ik zijn beiden bevoegd onderwijzer, maar God verhoede dat wij ooit voor een basisschoolklas komen te staan). De CVI-conferentie is een prachtige mogelijkheid om bij te scholen, maar hoeveel mensen waren er die daadwerkelijk voor de klas staan?
  • De wet BIO is geen wet die rechtens afdwingbaar is. De wet wordt weinig als hrm instrument gebruikt. Commentaar: dit was een eye-opener voor me, nooit gerealiseerd. Ik heb mijn eigen roc wel eens een notoire wetsovertreder genoemd t.a.v. uitvoering wet BIO, dat neem ik nu dus terug. Blijft staan dat het klunzen zijn dat ze het niet als instrument voor kwaliteitsverbetering inzetten.
  • De discussie over de professionele ruimte van docenten wordt los gevoerd van de mate van professionaliteit van diezelfde docenten.
  • Sturen op professionaliteit van docenten komt soms in conflict met verworven rechten. Dit is ook de spagaat waar medezeggenschapsraden in terecht (kunnen) komen.

Tot slot toonde Olaf ons hoe het plaatje van de professionele MBO-docent er uit zou zien als wet BIO, Professioneel Statuut en de wet op de ondernemingsraden van kracht zouden zijn. Het lijkt misschien dat de professionele ruimte enorm ingeperkt wordt, maar aan de andere kant, de grote professionele ruimte van dit moment is ook geen kwaliteitsgarantie gebleken.

Al met al een leerzame presentatie, hij zou opgenomen moeten worden in het verplichte nascholingsaanbod voor Mbo-leraren. Maar de belangrijkste les die onderwijsgevend Nederland kan leren, is: als leraar doe je er verschrikkelijk veel toe. Maar dat schept ook verplichtingen!

N.B. Alle afbeeldingen zijn afkomstig uit de presentatie van Olaf McDaniel.