Begrip ‘arbeid’ onbekend

Vandaag op school een studiedag gevolgd. Thema: loopbaanbegeleiding. Uitgebreid programma met inventarisatie van wat er, naar men zegt, in de diverse opleidingsteams aan loopbaanbegeleiding gedaan wordt, een aantal good practices uit het roc en een ‘inleider’. Voor ons stond Peter den Boer, lector keuzeprocessen bij ROC West-Brabant. Zijn psychologisch getinte verhaal ging over keuze- en leerprocessen en wat wij als docenten daar mee kunnen. Ik wil het hier hebben over een onderdeel dat in ieder geval mij een nieuw inzicht bracht. Volgens Peter (o.a. eigen onderzoek) is het begrip arbeid niet bekend bij jongeren. Het baantje dat ze hebben is geen arbeid, maar een middel om geld te genereren voor uitgaan, shoppen of vakantie. Wat arbeid werkelijk inhoudt, realiseren ze zich niet. De binding met het begrip is er niet, veel arbeid is ook onzichtbaar. We worden geconfronteerd met de producten van arbeid, niet met de arbeid zelf. Ouders werken wel, maar bijna altijd uit het zicht van de kinderen. Toch bouwen kinderen een referentiekader op m.b.t. beroepen. Alleen gebeurt dat vaak op basis van verkeerde beelden. In mijn vakgebied betekent dat bijv. dat veel jongeren die bij ons de opleiding starten denken dat het koksvak is zoals ze Jamie Oliver op tv bezig zien. Glamour en rock and roll is de uitstraling. Het juiste referentiekader waarbij aangehaakt kan worden, ontbreekt dus. Keuzes, als ze al gemaakt worden, vinden dus vaak op oneigenlijke gronden plaats. Feitelijk betekent dat, volgens Peter, dat leerlingen bij de aanmelding niet met een concrete vraag bij de school aankloppen, maar van de opleiding verwachten te horen waarom ze daar zouden moeten komen. Confrontatie met het beroep en vervolgens op deze ervaringen reflecteren (verwerken) leidt tot arbeidsidentiteit. Voor mij leidde het later tot de conclusie dat dit mechanisme ook voor een deel van de bbl-cursisten geldt. De gedachte heeft altijd geheerst, en nog steeds bleek wel uit diverse discussies, dat een bbl-er bewust voor het betreffende beroep kiest. Maar het kan natuurlijk net zo goed zijn dat hij voor een bbl-opleiding kiest, omdat hij niet meer dan één dag in de week naar school wil, of dat vriendje of vriendinnetje ook op die opleiding zit. En feitelijk net zo gedesoriënteerd is op het beroep als velen van zijn medecursisten.

Beeld uit presentatie Peter den Boer