‘’D’r uit met die gasten!’

In het Onderwijsblad van 18 september schrijft columnist Ton van Haperen een stuk over de kwaliteit van leraren onder de titel ‘Ontsla slechte leraren, iedereen wordt er beter van’. Hij constateert dat leraren om allerlei redenen terecht of onterecht ontslagen worden, maar dat slechts 0,2% van de totale hoeveelheid leraren in het voortgezet onderwijs om kwalitatieve redenen ontslagen wordt. En ergens in het artikel schrijft hij, refererend aan het lakse gedrag van leidinggevenden: “… (ze) weten niet goed wat dat is, een slechte leraar, …”. Het is een stuk naar mijn hart, er uit gooien die mensen die er niets van bakken. Ik moest tijdens het lezen direct denken aan de lezing die gegeven werd op de CVI-conferentie van april dit jaar over de Professionaliteit van de Mbo-docent. Voor een uitgebreid verslag van die lezing, klik hier. En die managers die niet weten wat een slechte leraar is, zou ik willen zeggen: vraag het de leerlingen. In serieuze interviews weten leerlingen je haarfijn te vertellen welke leraren goed en niet goed zijn. Maar wat nog veel belangrijker is, ze weten je ook nog te vertellen waarom. En mijn ervaring met dit soort interviews heeft me intussen geleerd dat het daarbij niet gaat om populaire of niet-populaire docenten, maar dat het gaat om vakinhoudelijke en didactische kwaliteit. Daarnaast is de wet BIO een instrument dat ingezet kan worden bij de kwaliteitsverbetering van docenten. Waarom zouden docenten niet op de kwaliteitspijnbank gelegd mogen worden? Maar welke school doet dat feitelijk? En effectief? Vele scholen hebben in hun beleidsplannen de verbetering van het onderwijs opgenomen. Als ik kijk naar de acties die mijn eigen organisatie daarbij benoemd heeft, dan staat daar niet de verhoging van de kwaliteit van het personeel bij, maar wel de standaard organisatorische en harde kant blabla. De effectiviteit van het onderwijs wordt voor 67% bepaald door de relatie leraar-leerling. Dus als die leraar slecht functioneert, dan kun je enige verbetering van dat onderwijs wel op je buik schrijven.
Waarom er dan toch zo weinig leraren ontslagen worden vanwege slechte kwaliteit? Ik denk dat de managers zelf de kwaliteit ontberen om het te kunnen, durven of willen. Want de middelen, die zijn er!

Dag van de leraar 2009

Morgen is het de dag van de leraar, gisteren werd dat al gevierd in het Openluchtmuseum in Arnhem. Een programma vol met activiteiten voor alle leraren van po/vo/mbo. Zelf heb ik niet zo veel kunnen zien omdat ik ‘dienst’ had. Wel kwam ik in gesprek met twee jonge medewerkers van United Netherlands, een organisatie die zich bezighoudt met educatieve programma’s op middelbare scholen op het gebied van debating en internationale organisaties. Erg geschikt voor de hogere klassen en vooral voor de tweetalige opleidingen. Dat zijn nu van die dingen die ik zelf gemist heb in mijn eigen middelbare school tijd. SBL, een van de organisatoren, had deze dag ook uitgekozen om het project 1000 jaar voor de klas officieel te lanceren. Het project heeft als aanleiding dat momenteel en de komende jaren erg veel docenten het onderwijs verlaten hebben of gaan verlaten, een soort van ervaringsdrain. Om nu wat van de kennis en ervaringen te bewaren en door te kunnen geven is er een website gemaakt waarop de portretten van 25 leraren, die gemiddeld ieder zo’n 40 jaar voor de klas staan, aangevuld met talloze praktijktips. Minister Plasterk kwam naar het Drents los hoes Zeijen uit 1700, de plek was misschien exemplarisch voor de manier waarop er tegen oudere leraren aangekeken wordt, om de website feestelijk in gebruik te stellen. In zijn toespraak zei de minister enkele behartenswaardige dingen over leraren die doorschuiven naar managementlagen en over het opleidingsniveau van leraren. De dag werd afgesloten met de verkiezing van de diverse leraren van het jaar. De tv uitzending hiervan is woensdag a.s.
[blip.tv ?posts_id=2698317&dest=-1]

Traurig

In de Volkskrant van gisteren stonden twee artikelen die te maken hebben met de kwaliteit van leraren. Het eerste was geschreven namens 12 jonge academisch geschoolde docenten. Hun klacht: het gebrek aan professionele dialoog in de lerarenkamer. Citaat: “De analyse van wat er in de klas gebeurt, daarover praten vanuit een gezamenlijk referentiekader, conclusies trekken, die toepassen, terugkijken, het is voor elke leraar verrijkend, maar het gebeurt in onze beroepspraktijk zelden.” De schrijver van het artikel laat hier in een nutshell zien hoe je professioneel de leercirkel doorloopt! Het tweede artikel stond op dezelfde pagina en is van de hand van de directeur van De Docentenbank. Hij houdt een vurig pleidooi om niet nog meer onbevoegden voor de klas te zetten, lesgeven is nl. een ambacht. Vooral de zij-instromer is hem een doorn in het oog; zij zijn niet of nauwelijks pedagogisch en didactisch geschoold en er worden zo goed als geen eisen aan hen gesteld. Zij zijn die ideale werkers om ‘het onderwijscorvee’ te vervullen.

Hier bovenop kwam het Onderwijsblad van dit weekend met een aantal berichten over bezuinigingen op ROC’s die alleen onderwijzend personeel betreffen en niet het management, uitval van jonge docenten en de melding “… dat ook het mbo moet ophouden met het downgraden van functies.”

Zo te lezen gaat het niet zo goed met de kwaliteit van docenten in Nederland. Voor mij is het wel herkenbaar. Gesprekken over onderwijs zijn bijna niet meer mogelijk; als je het over didactische modellen hebt zijn er die je glazig aankijken en denken dat je het over collega’s van Kate Moss hebt. Onderwijskundig leiderschap ontbreekt op bijna alle management niveaus: in onze afdeling hebben ze het bestaan het komend jaar nog te beginnen aan een vierjarige opleiding onder het eindtermenregime! Verbetering van de kwaliteit van docenten hoef je vanuit die kant ook niet te verwachten. De oplossing? Ik las ooit eens: ‘Je hebt een vak en je geeft een vak’. Laten we weer eisen stellen aan beide componenten van het leraarsvak. En niet alleen aan het laatste.

traurig