De werkelijkheid van het onderwijs


Op de site van
MBO2010 staat het bericht dat de staatsecretaris de invoering van cgo langs een meetlatje heeft gelegd. Het is het meetlatje, toetsingskader genoemd, dat de commissie Dijsselbloem opgesteld heeft. In een brief aan de Tweede Kamer wordt toegelicht op welke gronden de invoering voldoet aan de gestelde normen. Interessante lectuur, vooral de passage over draagvlak. De norm: Er is voldoende draagvlak onder alle betrokkenen maar in ieder geval onder de professionals die de vernieuwing in de praktijk moeten brengen. Een deel van de toelichting:

‘Uit diverse onderzoeken blijkt dat een groot deel van de betrokkenen een meer op competenties gericht beroepsonderwijs van harte ondersteunt. Studenten zijn te spreken over de aandacht voor praktijkleren en steunen de modernisering van hun opleidingen (de Balansschool). Ook docenten zien – met behoud van verwerven van kennis en vaardigheden – de noodzaak het onderwijs competentiegericht te maken (Tijd van verandering).’

Nu denk ik niet dat je het begrip voldoende moet kwantificeren, maar als ik om me heen kijk hoor ik toch echt het gros ja zeggen maar zie ik ze nee doen als het gaat om cgo. Maar ja, de werkelijkheid van een gelovige en een ongelovige is al eeuwen een verschillende. Daar heeft zelfs Descartes geen verandering in kunnen brengen.

‘No guts, no glory’

Met deze woorden onderstreepte hijskoning Van Seumeren zijn koop van 51% van de aandelen van de plaatselijke fc. Misschien een wel hachelijker onderneming dan die waarmee hij wereldfaam veroverde: de Koersk. Ik moest aan de uitspraak denken toen collega E. en ik deze week spraken met M., de teamleider van de niv 1 opleidingen, waaronder ook de moeilijk lerenden vallen. Hij wil de uitgangspunten voor ontwerp die we gebruikt hebben voor de niv 4 opleiding, zie onze presentatie van dé it-conferentie, toepassen op zijn opleidingen. Wij denken dat dat ook kan. Het getuigt van durf om met deze groepen het pad van portfolio, gedeeltelijke zelfsturing, leercirkels e.d. op te gaan. Grootste hobbel zal zijn de methodiek-didactiek in de vingers te krijgen (en in de hoofden van de betrokken collega’s) en daarmee ook over het voetlicht. Cursisten moeten het ook snappen. Maar, wie niet waagt, die niet wint. Is er toch nog hoop voor de fc.

jaar00_koerskboven.jpg