‘T is maar wat je belangrijk vindt …

Gisteren een berichtje in de krant: lesgeven is steeds meer ‘bijzaak’ in het hbo. Vervolgens wordt gemeld dat uit onderzoek blijkt dat hogescholen gemiddeld maar 25% van hun budget besteden aan de onderwijsactiviteiten tussen leraren en studenten. Waar gaat die 75% dan naar toe? Overhead o.a. vanwege dure fusies, ambitieuze investeringen in vastgoed en hogescholen besteden jaarlijks honderden miljoenen aan onderzoek, onderzoek dat niet bekostigd wordt door de overheid. Volgens mij is de kernactiviteit van hogescholen onderwijs, mensen opleiden voor een beroep en niet onderzoek of vastgoed.
Voor een van die hogescholen neem ik eindassessments af bij de lerarenopleiding. Heel inspirerend om te doen. Maar hoe belangrijk vinden we het eigenlijk als samenleving dat aankomende docenten op een goede manier beoordeeld worden? De assessments worden door twee assessoren afgenomen. Voor de hogeschool assessor zijn de assessments in de week-jaartaak versleuteld. Voor de veldassessoren, mensen uit de onderwijspraktijk waarvoor opgeleid wordt, is er vacatiegeld beschikbaar: € 50,-. Naar aanleiding van het bovengenoemde bericht heb ik eens uitgerekend wat het me financieel oplevert: een assessment duurt 3,5 uur, met een uur reistijd kost het me in totaal 4,5 uur. Omdat ik over die €50,- 42% belasting moet betalen, blijft er een uurloon van € 6,44 over. Dat vinden we het dus waard. Maar dat verdien ik dan wel weer in een mooi gebouw.

 

Startbekwame docenten

Woensdag was ik op de Hogeschool Utrecht om als veldassessor samen met een collega van de Hogeschool te beoordelen of twee kandidaten het predicaat startbekwaam docent waardig waren. Voor de studenten de laatste hobbel om gediplomeerd te worden. De procedure: assessoren krijgen vijf kwartier om portfolio te bestuderen en te overleggen; kandidaat geeft een presentatie van 40 minuten waarin het portfolio toegelicht en uitgediept wordt; na overleg tussen de assessoren volgt er een criteriumgericht interview van 40 minuten, waarna de zaak afgerond wordt met een toelichting op de uiteindelijke beoordeling. Inhoudelijk: de studenten moeten aantonen dat zij voldoen aan de eisen van de zeven beroepscompetenties van de wet BIO. Ik was onder de indruk van wat ik te zien en te horen kreeg. Alhoewel er een duidelijk verschil was tussen het ochtend en het middag assessment (afgenomen met een verschillende collega), waren de studenten prima in staat hun keuzes toe te lichten en te verantwoorden. In beide gevallen ging het over het vak wat ze hebben, docent zijn. Het vak dat ze gaan geven kwam nauwelijks ter sprake. En zo hoort het ook. Toen mijn co-assessor na een cgi aan mij vroeg wat ik er van vond, antwoordde ik: “Ik vond het een gesprek op collegiaal niveau. Het was een gesprek dat ik met veel van mijn collega’s op school niet meer kan voeren. Het ging over onderwijs en leerlingen en welke drijfveren ze heeft om er mee aan de slag te gaan.” Ik heb de opmerking ‘gesprek op collegiaal niveau’ op het beoordelingsformulier laten zetten. Het was een genot om te zien dat er nog wel startende leraren zijn die op een Hbo-niveau opgeleid zijn en kunnen functioneren. Leraren die hun onderwijskundige en pedagogische rol erkennen en ook snappen. En hun toekomstige leerlingen mogen blij zijn dat ze hen voor hun neus krijgen.

De praktijk van assessments

E. aan de lijn: “Ik heb een opdracht om een nieuwe examensystematiek te ontwerpen. Heb je zin om mee te doen?” Natuurlijk had ik zin om mee te doen: voor marktpartijen trajecten bouwen waar binnen je eigen roc blijkbaar nog geen behoefte aan is, is een aantrekkelijke uitdaging. Vorig jaar mei zijn we aan de gang gegaan. De eis van de opdrachtgever was om de beroepspraktijk een grotere rol bij de examinering te laten spelen; tot dan werd de opleiding afgesloten met alleen maar een theorie-examen. Al snel waren we het er over eens om de praktijkopdrachten die onderdeel van het lesmateriaal zijn, de basis van de examinering te laten zijn; portfolio opbouw dus. De stap naar digitaal was toen ook snel gezet, het logistieke proces werd daarmee beheersbaar. Het probleem dat op dat moment ontstond was hoe dit te realiseren. Een commerciële elo was onhaalbaar en zelf knutselen met open source software was ook geen optie. De oplossing hebben we gevonden bij de firma Paragin, die bereid was een systeem voor ons te ontwikkelen. Al in een vroeg stadium vonden de eerste gesprekken plaats, waardoor het systeem ‘on the flow’ ontwikkeld werd op basis van onze wensen en de suggesties van Paragin. Gaande het project is er veel tijd gaan zitten in het opstellen van processchema’s: welke rol moet welke stappen doorlopen? Ook de vraag: ‘Hoe borgen we de kwaliteit van het traject?’ heeft ons lang beziggehouden. De kwaliteitsborging hebben we uiteindelijk gerealiseerd door het theorie-examen te handhaven als onderdeel van het traject en het gehele traject af te sluiten met een criteriumgericht interview, af te nemen door een assessor en een inhoudsdeskundige. Zij zijn uitvoerig gebriefd en konden hun interviews voorbereiden m.b.v. het systeem. Deze interviews met de cursisten van de pilotgroep hebben de afgelopen week plaatsgevonden. En wat was het leuk om te doen! Met name cursisten vinden het zinvol om op deze manier hun opleiding af te sluiten. Aan al het werk dat ze besteed hebben aan hun opdrachten wordt op deze manier aandacht geschonken. En de opdrachtgever? Die overweegt ook de andere opleidingen op deze manier in te gaan richten.      

Overzicht inhoud portfolio