‘Het is nog steeds leuk in het onderwijs, al zou je soms anders denken.’

Dit weekend weer een editie van het Onderwijsblad. En al bladerend en lezend kreeg ik de indruk dat ik een krant in handen had die alleen maar slecht nieuws te melden heeft. De redactie kan er niets aan doen, die doet gewoon haar werk en meldt wat er te melden valt. Maar ook de columnisten deden een duit in het zakje. Een bloemlezing:

  • de hoofdredacteur over de gevolgen van de nullijn;
  • columnist Van Haperen over de gevolgen van jarenlange bezuinigingen;
  • lumpsumbekostiging en het slechte financiële beleid van besturen in po;
  • de gevolgen van de aanstaande bezuinigingen voor het speciaal onderwijs;
  • de taal- en rekeneisen die in het mbo bepalend gaan worden/zijn en al selecterend werken;
  • de bezuiniging op inburgering en 30-plussers en de gevolgen voor roc’s.

Het schrijnendst vond ik het verhaal van columniste Lachesis. Zij verhaalt over de Cito-toets die vier- en vijfjarigen moeten ondergaan. Aan de hand van wat resultaten stelt ze zichzelf de vraag of ze, na zoveel jaren onderwijs, wel les kan geven. De doorgeslagen meetcultuur is haar een doorn in het oog en zeker wat er met die meetresultaten wordt gedaan. “Het idee dat de toegevoegde waarde van leerkrachten louter op grond van toetsresultaten kan worden vastgesteld, is te zot voor woorden.” Ik ben het helemaal met haar eens. Ook de kwaliteit van scholen e.d. is niet alleen af te lezen aan toets- of doorstroomcijfers.
Kwaliteit is wel meetbaar, maar niet altijd kwantificeerbaar. En het is precies die niet-kwantificeerbare kwaliteit die onderscheidend is, waardoor mensen zich die ene leraar, maaltijd, voorstelling of wat dan ook herinneren. De interactie tussen mij en mijn leerlingen is niet kwantificeerbaar, maar is wel precies dat wat hen verder brengt en het onderwijs voor mij na al die jaren nog steeds leuk maakt.


Werken in leerfabrieken ongezond

leerlooierij

We zijn er zo goed in als Nederlanders: anderen terechtwijzen. Regelmatig verschijnen er berichten over gevaarlijke en mensonterende toestanden in leerfabrieken in derdewereldlanden. Ook de ecologische gevolgen worden dan breed uitgemeten. De afgelopen dagen werd de hand gelukkig in eigen boezem gestoken. De verantwoordelijk minister Plasterk constateert dat de kwantiteit aan objecten die door onze eigen leerfabrieken ‘behandeld’ worden wel eens ten koste van de kwaliteit van het eindproduct kunnen gaan. Hij pleit voor de ‘menselijke maat’. De opmerkingen van Plasterk worden ondersteund door de uitkomst van een enquête die gehouden is onder de arbeiders in een sector waar zeer grote leerfabrieken bestaan. De werknemers in de bve-sector waarderen hun fabriek met een vette vijf en daarbij heeft 61% ook nog eens geen vertrouwen in zijn college van bestuur. Maar die cvb’s zullen daar waarschijnlijk niets aan gaan veranderen, die werken niet in de ‘looierskuipen en verfputten’ van hun fabriek maar zijn vreselijk druk met belangrijkere zaken.

De volledige uitslag van de aob-enquête kun je vinden op www.bve.aob.nl

Terugblik op vier jaar competentieleren op een PABO

In Het Onderwijsblad van 20 september kijkt columniste Inge Braam terug op haar ervaringen met het competentieleren. Zij is als docente aan een PABO verbonden. De invoering van competentieleren en de verandering die dat tot gevolg heeft gehad vergelijkt zij met een stroom waar je in terechtkomt en waarvan je niet weet waar die naar toe leidt, noch welke versnellingen, watervallen of stille rivierbochten onderweg aangedaan worden. Ze stelt zichzelf ‘de moeder aller competentievragen’: “Zijn we ergens aangekomen en wil ik daar ook zijn?” En het, onthutsende, antwoord is dat ze het niet weet. Vervolgens maakt ze de rekening op. Wat heeft het opgeleverd en wat heeft het gekost?
Aan de baten kant staat een opleiding die een geïntegreerd aanbod biedt en geen verzameling losse vakken. Opleidingsfases zijn duidelijk gedefinieerd en er is duidelijkheid voor studenten over wat van een leerkracht basisonderwijs verwacht wordt.
Aan de kosten kant voor docenten een zware administratieve last met betrekking tot het portfolio en aan studenten zijde de helft van het aantal jongens en veel mbo-meisjes.
Een van de grote problemen is het portfolio. Het is letterlijk een container waar alles, maar dan ook alles in gekieperd wordt. Bewijzen leveren over hun eigen ontwikkeling kunnen studenten van 18 jaar bijna niet. Vooral jongens van rond de 18 hebben nog onvoldoende ontwikkelde hersenen om te voldoen aan de eisen. De mbo-meisjes hebben te weinig bagage om portfolio’s met voldoende gewicht, vooral ook op het gebied van taalgebruik, samen te stellen. Probleem bij de beoordeling is ook de subjectiviteit door het ontbreken van duidelijke of objectieve criteria. Vervolgens werd alles dichtgeregeld met eenvormigheid als resultaat. De PABO lijkt weggezonken in het moeras van de toetsstructuur. Braam houdt vervolgens een pleidooi om toch vooral de kenniscomponent niet te vergeten, zeker voor beginnende beroepsbeoefenaars.
En berustend in haar docentenlot besluit ze haar artikel, lichtelijk murw geslagen: “Wat ik wel zeker weet is dat over een paar jaar een nieuw ruimtestation opnieuw een boodschap naar ons zal zenden. Een onverbiddelijke boodschap over een nieuwe missie. En weer zullen we op weg gaan. Dat is inmiddels het lot van iedere docent.”

Wat kunnen we hier van leren? Duidelijkheid voor alles. Duidelijkheid over wat we van onze cursisten verwachten, heldere criteria waar het toetsingstraject en de toetsproducten aan moeten voldoen. Dat het portfolio een middel is en geen doel, less is more. En dat we ook over onze mbo-schutting kunnen kijken naar wat er in het hbo gebeurt. Zij hakken al vier jaar met het competentiebijltje.
Klik hier om het originele artikel te lezen.

 

 

CGO, AOB, BON en kwaliteit van docenten

In het Onderwijsblad (AOB) van 14 juni staat een artikel over cgo in het mbo. De aanleiding was een rondetafelgesprek met de Kamercommissie Onderwijs. In het artikel wordt een aantal mensen geciteerd dat bij het gesprek aanwezig was. Bestuurslid Beertema van de anti-vernieuwingsbeweging Beslist Ook Niet klaagt over het feit dat zijn hoofdvak Nederlands nog maar 8% van het examenresultaat uitmaakt. Ik denk dat hij maar eens moet gaan praten met zijn collega’s: blijkbaar ruimen zij minder plaats in de kwalificerende beoordeling voor hem in dan hem lief is. Of ze snappen het geen van allen. Maar dat ligt niet aan cgo.

Ook de kwaliteitsachteruitgang onder docenten wordt gememoreerd. Heel herkenbaar. Het volgende is volgens mij exemplarisch voor velen in het mbo. Ik citeer letterlijk uit een van de teamplannen 2007-2008 (ja ja, ze waren er vroeg bij) uit onze afdeling:

Competentiegericht leren

In lesjaar 2007-2008 gaan we competentiegericht leren ontwikkelen.

In lesjaar 2008-2009 voeren we dit in.

Voor het invoeren competentie gericht onderwijs zal het hele team scholing en sturing nodig hebben.

Het ontwikkelen van competentie gericht lesmateriaal zal een belangrijk onderdeel zijn.

Daar zal veel tijd ingestoken moeten gaan worden.

Op mijn vraag over een activiteitenplan en mijlpalen moet ik nog antwoord krijgen. Het resultaat? Dit jaar is de club uiteengegaan in subgroepjes, die vervolgens nooit meer samen zijn gekomen. Subgroepje portfolio, geen contact met onderwijsprogrammering, buigt zich alleen over de vraag of het een twee-, vier- of drieëntwintigrings map moet worden en daarnaast over de kleur en de hoeveelheid tabbladen. Wie de eigenaar van die map ging worden, was nog niet over nagedacht (stand van zaken 30 mei 2008). En van zo’n club moet volgens AOB-bestuurder Steenhart het antwoord komen op de vraag: “Op opleidingsniveau moet de beslissing bij het team van docenten liggen. Hoe gaan we het onderwijs vormgeven en wanneer zijn we er klaar voor?” Ik voorspel dat er überhaupt geen antwoord komt. En managers maar roepen dat iedereen zo hard werkt. Maar de hele dag sjouwen met zandzakken zorgt er echt niet voor dat ’s avonds de lekke band van je fiets geplakt is. Laat iedereen nu eens echt werk maken van de wet BIO, dat schept in ieder geval de mogelijkheden dat er op termijn fatsoenlijk onderwijs verzorgd wordt in het mbo.

 zandzakken Fietsband_omleggen