Sympodium OCC

Vandaag was ik bij een feestelijke bijeenkomst van de Stichting Opleidingen ContractCatering (OCC) t.g.v. hun 25-jarig bestaan. Het thema: ‘Welke invloed hebben de ontwikkelingen van de komende 25 jaar op opleiden, examineren en certificeren?’ Een zestal workshopleiders waren uitgenodigd om vanuit hun eigen werkterrein hun licht daar over te laten schijnen.
Maar, voordat het zover was, schudde dagvoorzitter
Maarten Wessels de zaak eerst wat op. Dit deed hij aan de hand van karakteristieken van de diverse generaties die sinds ±1930 sociologisch (niet wetenschappelijk) onderscheiden worden. Daarmee werd duidelijk, dat de leerlingen en werknemers die eraan zitten te komen, echt niet meer dezelfde karakteristieken hebben als die van 30, 20 en zelfs 10 jaar geleden. Oorzaken zijn o.a. de ontwikkelingen op technologisch en communicatief gebied. Scholen/opleidingen en bedrijven zullen zich daar op in moeten stellen, want ze komen, onherroepelijk. Maar kunnen ze dat ook? Zijn ze er klaar voor?

Bas van de Haterd houdt zich bezig met de werknemer van de toekomst: hoe moet die eruitzien, met welke technologische ontwikkelingen krijgt hij/zij te maken, hoe selecteer je ze? Drie issues passeerden de revu, ik noem er twee.

De werknemer van de toekomst heeft een T-shaped-profiel: een relatief brede, algemene kennis en een diepe specialistische kennis. De brede oriëntatie is noodzakelijk om, al werkend in teams, elkaars positie en functioneren in de organisatie te kunnen begrijpen om daarmee effectiviteit en efficiëntie te vergroten.. Scholen kunnen hun leerlingen/studenten daar op voorbereiden door interdisciplinair onderwijs aan te bieden.

Selectie van kandidaten voor een functie. Er is aangetoond dat het CV geen enkele voorspellende waarde heeft voor het toekomstig functioneren van een kandidaat. Instrumenten die tegenwoordig bij selectie succesvol ingezet worden zijn o.a. game-based-assessments. Deze geven veel meer informatie over de gewenste eigenschappen: hoe groot is het doorzettingsvermogen, hoe gaat iemand om met tegenslagen, hoeveel druk kan iemand aan. Andere mogelijkheden die al gebruikt worden zijn portfolio-achtige verzamelingen, waarin bijv. vlogs. Hoe bereiden scholen nu hun leerlingen voor op hun entree op de arbeidsmarkt?

Marc Jansen was mijn volgende station: Is de toekomst van het leren nog wel opleiden?

Marc begon met een aantal vragen: wat is de waarde en hoe lang behouden ze die van diploma’s en certificaten? Wat is opleiden en waar leidt het huidige opleiden toe? Je kunt leerlingen wel volpompen met kennis en vaardigheden waardoor ze een diploma behalen, maar vertonen ze dan ook het gewenste gedrag? In veel organisaties is de reflex: ‘de oplossing voor alle problemen is een opleiding’. Marc noemde dit ‘het perfectioneren van de irrelevantie’. (Een goed voorbeeld is de nascholingscultuur in het onderwijs, die dikwijls van bovenaf opgelegd wordt. PL)
Het gaat in essentie om een leernoodzaak, geen opleidingsnoodzaak, leren mág, of misschien wel móet, zeer doen.
Scholen en bedrijven moeten af van hun kunde van opleiden (zo is, moet het) en werken aan de kunst van het leren (leer me hoe het is, moet). Uiteindelijk garandeert dat het best de gewenste gedragsverandering.

Alles bij elkaar bijeenkomsten waar geen kant-en-klare oplossingen aangereikt werden, maar wel een waar luiken werden opengezet. Scholen en bedrijven zullen ook een transitie door moeten maken in hun benadering van leerlingen en medewerkers. De irrelevantie van hun organisatie ligt op de loer.

3 comments

  1. Bedankt voor deze blog! Interessante kwesties, met name de vraag van Marc Jansen (Is de toekomst van het leren nog wel opleiden?) houdt mij de laatste tijd wel bezig. ‘MultiChanneling’ is wat ik zie gebeuren in de ‘Hyperconnected Future of Education’. Tegelijkertijd zie ik oude en nieuwe wegen en kanalen waarlangs oneindig veel leerstof wordt vervoerd, ontvangen en gebruikt door oneindig veel lerende mensen, lerende organisaties, ‘learning communities’ en ‘learning regions’. Bovendien vraag ik mij af waar al deze lerende mensen, oud en jong, en al deze organisaties hun (multimediale) leerbewijzen laten. In mijn zoektocht naar antwoorden op deze vragen was uw blog dus een interessante vondst. Er is een terugblik/vooruitblik in uw persoonlijke leerweg vast nog (veel) meer te vinden. Klopt dat?

  2. Dank voor de reactie. Tsja, en wat zal ik antwoorden op de laatste vraag. Ik ben het met Marc eens dat het opleiden steeds meer het ‘perfectioneren van de irrelevantie’ is. Je ziet het bij roc’s die voorbij gelopen worden door branche organisaties die hun eigen leertrajecten inrichten, soms nog wel onder de paraplu van een roc, maar wel in eigen huis en eigen curriculum. Leren wat nodig is. Ik geloof dan ook in leertrajecten die korter dan nu zijn en die tegemoetkomen aan de vraag van de lerende en het bedrijfsleven (ik beperk me even tot het mbo, daar heb ik een beetje verstand van). Bij het afsluiten van zo’n traject behaal je een badge, waarbij heel concreet beschreven is wat je kent en kunt. Die badges kunnen ook toegekend worden aan buitenschoolse leerervaringen. Dat alles verzamel je in een portfolio, waarmee je glashelder kunt maken wat je waard bent. Op een huidig mbo-diploma staat welk beroep op welk niveau je behaald hebt, maar wat het inhoudelijk voorstelt? Niemand die het nog weet. Certificaten van deelname aan nascholing? Zelfde verhaal, nooit hoef je aan te tonen wat je geleerd hebt, je kunt het zelfs nergens. Dus dat is in het heel kort hoe ik het leren in de nabije toekomst graag zou zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.