NFC-tags en qr-codes

Vorig jaar schreef ik al over de geboorte van Quirine en het gebruik van qr-codes. Nog even de aanleiding:

Een van de lastigste onderdelen in het curriculum van de opleiding die ik verzorg is het onderdeel vlees. Daarin behandel ik hoe de diverse slachtdieren in elkaar zitten, waar de belangrijkste stukken vlees zitten en hoe ze heten. Al die dieren zitten dan wel op dezelfde manier in elkaar, maar die stukken heten vaak anders. Waar de runderachterpoot vele spieren en spiergroepen kent, is dat bij het varken gewoon één geheel: de ham. Voor koks dan, voor slagers ligt het weer anders. Om de leerlingen te helpen, gebruik ik verschillende tekeningen waar ze in de afbeelding de diverse onderdelen moeten aangeven. Het blijft echter een moeilijke exercitie, omdat ze zich er eigenlijk niets bij voor kunnen stellen. Grote technische delen komen niet meer in de professionele Horeca voor en bij de slager zie je eigenlijk ook niets meer. Een French rack kennen ze dan weer wel, maar als je vraagt waar het in het beest zit, kijken ze je glazig aan. Foto’s van onderdelen en filmpjes van uitbenen e.d. zijn prima materiaal om dingen te verduidelijken, dus die zet ik dan ook in.

De ervaring vorig jaar leerde mij dat de gebruikte koe te klein was, er konden maar een paar codes op geplakt worden. Na lang zoeken heb ik een exemplaar gevonden waarop voldoende ruimte beschikbaar was om de codes te plaatsen die ik nodig had.

Quirine in volle glorie
Quirine in volle glorie*

Daarnaast heb ik ook gebruikgemaakt van nfc-tags die nl. de mogelijkheid hebben om geschreven tekst uit te spreken. Op deze manier kan ik extra informatie bij sommige onderdelen verstrekken. De tags programmeer je m.b.v. apps die voor telefoons beschikbaar zijn. Voorwaarde is wel dat je telefoon nfc-tags moet kunnen lezen. De qr-codes verwijzen naar content die ik op het internet heb geplaatst, maar het zouden ook filmpjes e.d. kunnen zijn. Voor het genereren van qr-codes zijn ook diverse apps beschikbaar.

qr-code en nfc-tag
qr-code en nfc-tag*

Filmpjes gebruik ik in dit geval echter niet, omdat ze teveel tijd nemen om te bekijken en de functie van Quirine is louter de verschillende onderdelen te leren kennen en plaatsen. Maar er zijn natuurlijk veel meer toepassingen te bedenken.

DSC_0074
Onderzoekende leerlingen*

 

Onderzoekende leerlingen
Onderzoekende leerlingen*

 

 

 

 

 

De leerlingen gebruiken hun telefoon of tablets die beschikbaar zijn.

 

*Klik op de foto om te vergroten

Twitterjarig

Recent was ik jarig, Twitterjarig. En zoals dat met dat soort verjaardagen gaat, ging ook deze onopgemerkt voorbij. Gisteren zag ik dat er in mijn profiel opgenomen staat dat ik sinds 26 februari 2009 ‘op Twitter zit’. Het zal er al wel een tijdje staan, maar hoe vaak kijk je op je profiel? Sinds 2009 en hoe anders zag de wereld er toen uit. De financiële crisis begon net op stoom te komen, Barack Obama begon aan zijn eerste termijn en er was een aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn. Het verbaast me dat het medium na zoveel jaar nog steeds populair is en gebruikt wordt. Blijkbaar voorziet het in een behoefte. Een week na mijn start wijdde ik er een blogpost aan. Daarin vergeleek ik Twitter met mijn oude stamkroeg De Slok en noemde het ‘un zinc digital’. En dat is Twitter nog steeds. Een jaar na de start schreef ik weer een blogpost over mijn ervaringen tot dan toe en al teruglezend constateer ik dat de post geldend is voor de daaropvolgende vijf jaar.

Twitter 2010
Twitter 2010

De meerwaarde voor mij zit nog steeds in de nieuwe mensen die je leert kennen in alle hoeken en gaten van Nederland, waarvan maar een deel in het echt, en de kennis en ervaringen die gedeeld worden op welk gebied dan ook. De Tweetups waardoor ik wijkgenoten heb ontmoet, die ik anders nooit ontmoet zou hebben en de activiteiten waaraan ik deelgenomen heb via Twittercontacten. Zijn er ook negatieve kanten? Ja. Ik heb geleerd dat je verrader nooit slaapt en dat dat leidt tot zelfcensuur. Het leert je tegelijkertijd iets over je eigen organisatie. Soms ben ik wat Twittermoe, ik merk het bij meerdere mensen, maar afhaken doe ik nog niet, het brengt me nog teveel. En ik ben bang dat we voorlopig nog niet van dat afschuwelijke kids af zijn.

Twitter 2015
Twitter 2015

Professionalisering in digitale didactiek

Deze week heb ik een paar werksessies verzorgd op een mbo-instituut. In het kader van docentprofessionalisering waren er werksessies georganiseerd rond het thema ict en onderwijs. Bijeenkomsten voor de beginnende docent (op ict-gebied), via mediawijsheid, smartbeamer en verder. Mijn eigen werksessie ging over wat ik zelf de kleine didactiek noem, didactiek waar ik zelf toe besluit. Mij was gevraagd specifiek in te zoomen op spelvormen om kennis in te oefenen en te memoriseren. Achtereenvolgens heb ik de volgende instrumenten kort toegelicht: foto/film in te zetten voor instructie, feedback en reflectie; qr-codes en nfc-tags voor snel toegankelijk maken en controleren van kennis; Match the Memory om memoryspellen te maken; Educaplay met de mogelijkheid om 14 verschillende spelvormen in te zetten en als laatste Onderwijsmaakjesamen waar ik een paar kruiswoordraadsels gemaakt heb.

memory

educaplay

 

 

Alles gebruik ik om het onderwijsleerproces te ondersteunen en het gebeurt hoofdzakelijk buiten de feitelijke les om. Ik heb proberen duidelijk te maken dat dit binnenstebuitenleren veel winst oplevert: oefeningen/opdrachten die je maakt zijn tot in het oneindige te herhalen en veel elementen van de kennisbasis van een vakgebied veranderen niet of langzaam. Om in mijn eigen vakgebied te blijven: een aardappel is nog steeds een aardappel en de technieken die je er op kunt toepassen zijn ook niet veranderd, zeker op niv 2 niet. Door met een paar collega’s dit aan te pakken, bouw je snel een aardige bibliotheek op. De tijd die je wint door suffe theorie niet meer uitgebreid te hoeven behandelen, komt de kwaliteit van de feitelijke lestijd ten goede.

Tijdens de werksessie gebruik ik tafelkaarten van alle toepassingen met een korte opdracht en handleiding waarmee men aan de slag kan.
Wat waren mijn ervaringen? Opvallend vond ik dat zeker 10-15% van de deelnemers absoluut niet vaardig is op een laptop en al helemaal niet op het internet. Ergens een account aanmaken leverde bij deze categorie grote problemen op. Opvallend vond ik ook de grote big-brother-angst: “Kan ik daar zomaar mijn e-mailadres achterlaten? Ik wil niet dat ze alles van me weten!” We hebben dat opgelost door een fake-account aan te maken, dat door de deelnemers waar nodig gebruikt kon worden.  Favorieten waren het memoryspel en Educaplay. De laatste waarschijnlijk vanwege de grote verscheidenheid aan spelvormen. Ook de qr-codes maakten bij een aantal enthousiaste reacties los, vooral toen ik wat meer toepassingen noemde dan ik had laten zien. De twee camera’s bleven onaangeroerd liggen. Van tevoren was ik erg benieuwd naar hoe er op de NFC-tags gereageerd zou worden en of iemand er mee aan de slag zou gaan. Voor het gros was het een volkomen nieuw verschijnsel en men weet niet dat men er zelf mee op zak loopt in de ov-chipkaart en pinpas. Maar niemand die het aandurfde om met de tags aan de gang te gaan, ook de docenten van de ict-opleiding niet. Maar misschien had niemand een geschikte telefoon.

Q dichtbij

Een uur is eigenlijk te kort om met een toepassing aan de gang te gaan, ook omdat er nog ±20 minuten af gaan voor mijn verhaal over de mogelijkheden. Al met al goede sessies gehad met leuke mensen, misschien volgende keer een sessie over een specifieke toepassing die ook direct een product oplevert. De succeservaring levert de drive!

NFC-tags, de eerste ervaringen

Een nieuwe loot aan de ict-stam is de nfc-tag. Het is een chip die near field communication mogelijk maakt, communicatie tussen 2 apparaten waarvan één in staat is de chip van de ander op korte afstand van elkaar te lezen. De technologie zit o.a. verwerkt in onze ov-chipkaart en wordt ook steeds meer verwerkt in bankpassen om contactloos betalen mogelijk te maken.
Op sommige weblogs wordt de nfc-tag ook wel de qr-code killer genoemd. Omdat ik in mijn onderwijs nog wel eens gebruik maak qr-codes, leek het mij interessant om de tags uit te proberen en te kijken of ze inderdaad een goede vervanger van de qr-codes zouden zijn. En wat de toegevoegde waarde voor mijn onderwijs zou kunnen zijn. Een belangrijke randvoorwaarde is wel dat je een telefoon of tablet moet hebben die nfc-tags kan lezen en dus ook kan programmeren. En die heeft nog lang niet iedereen.
Een setje van 10 stuks was zo aangeschaft, o.a. hier, kosten ong E 1,10/st, incl verzendkosten. Het gaat om NTAG203 (ø 25 mm) die herprogrammeerbaar zijn; dat is wel handig voor als je fouten maakt of de tag voor een eenmalige toepassing gebruikt. Vervolgens op zoek naar een app waarmee de tags te programmeren zijn. Met een beetje zoeken levert dat 2 bruikbare programma’s op: Tagwriter en NFC Tools.
Ik ben begonnen met Tagwriter vanwege de duidelijke handleiding die beschikbaar is. De essentie is, dat door de tag te scannen, je telefoon acties onderneemt. Een url programmeren, je telefoon er vlakbij houden en … de gewenste website verschijnt in de browser. Maar dat kan de qr-code ook en tegen heel wat minder kosten. En als je leerlingen naar veel verschillende websites wilt sturen, heb je voor elke url een tag nodig. Op dit punt geen echte verbetering dus.

Dan op zoek naar wat er nog meer kan. Je kunt een sms laten verzenden. Het gaat om een vaste tekst naar een vast nummer, bijv om je partner te melden dat je weer op weg naar huis bent. Tag programmeren, op je dashboard plakken en bij instappen even de telefoon er bij houden. Een toepassing in onderwijs: aanwezigheidsregistratie: tag scannen, sms-je met tekst Aanwezig wordt verstuurd en het ontvangende toestel registreert welke telefoon zich gemeld heeft. Het vervelende alleen is dat bij mij er vervolgens drie opties geboden worden om een sms te versturen: telefoon, Hangout of WhatsApp. Dus dat schiet ook niet op.

Inmiddels gebruik ik een tag om mijn telefoon een bluetoothverbinding met mijn headset in de auto te laten maken. En het mooie is, dat als je vervolgens je telefoon weer laat scannen, de verbinding verbroken wordt en bluetooth uitgeschakeld. Ook heb ik een leeg visitekaartje waar ik per keer een persoonlijke tekst op kan schrijven, mijn contactgegevens staan in de tag.

Visitekaartje
Visitekaartje met NFC-tag

dashboard

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn diverse sites waar toepassingen genoemd worden, o.a. hier. Maar zoeken op toepassingen nfc tags levert veel meer sites. Speurtochten lenen zich goed om alle mogelijkheden van de tags uit te proberen: platte tekst, een vraag over een website, een nieuwe locatie programmeren, filmpjes waar nieuwe opdracht gegeven wordt, etc.

Tot nu toe

Quirine met qr-codes
Quirine met qr-codes
Quirine met NFC-tag
Quirine met NFC-tag

 

 

 

 

 

 

 

De  qr-code killer is het voor mij nog niet. Kostenoverwegingen, maar ook de (on)zichtbaarheid spelen daarbij een rol. Daar waar ontwerpers e.d. zich groen en geel ergeren aan de lelijkheid van de qr-code, ben ik blij met zijn zichtbaarheid. De nfc-tags zijn lastig te zien en ik wil graag mijn leerlingen er op attenderen dat er ergens kennis o.i.d. te halen is. Ook de mogelijke toepassingen vallen wat tegen, of het ligt aan mijn kunnen om er voldoende uit te halen. Er wordt op diverse sites wel iets gezegd over de programmeerbaarheid, maar het hoe en wat is mij nog niet duidelijk.
Maar mijn speurtocht is nog niet af, ik houd je op de hoogte.

Je moet wat, dus Linoit maar gepakt

Vorige week had ik de introductie met mijn nieuwe lesgroep. In de dagen daaraan voorafgaand tekende het zich al af: de leerlingen zouden niet ingeschreven zijn in de elo. Nu is Blackboard al sinds jaar en dag de ruggengraat van de communicatie en logistieke organisatie van alle cursusbestanden, dus een probleem diende zich aan. Na overleg met een betrouwbare onderwijsadviseur, geen BMW-rijder, koos ik voor Linoit als tijdelijk platform voor communicatie en distributie. Ik was al van plan om het dit jaar uit te proberen als vraagbaak en discussieforum dat via tablet en telefoon snel te bereiken is. Het digitale prikbord was zo gemaakt en na een tijdje uitproberen met pc en verschillende tablets leek het spul operationeel. De leerlingen hoefden geen account aan te maken, konden het prikbord bekijken en ook berichten (geeltjes) posten. Dacht ik. De introductie van Linoit leek vlekkeloos te verlopen, door het scannen van een qr-code gingen de leerlingen op het tablet  naar de website van het prikbord. Toen ik dit onderdeel wilde afsluiten, kwam de vraag: ‘kunnen wij ook berichten plaatsen?’ Oe, blijkbaar konden ze dat niet. Er was er iets met de instellingen waardoor de ‘geeltjes’ niet zichtbaar werden. Op dat moment kon ik het probleem niet oplossen. Na consultatie van de onderwijsadviseur bleek dat het niet voldoende is om iedereen toegang te verlenen, maar dat er ook een vinkje gezet moet worden bij gasten toestaan stickies te plaatsen. Waaruit maar weer blijkt dat ik recente ontwikkelingen in het onderwijs niet meer kan volgen, omdat vinkjes zetten toch een kernactiviteit is geworden.

Linoit1

Maar het leed was nog niet geleden. Omdat de leerlingen ook tekstbestanden nodig hadden, had ik die na de les als downloadbaar document op het prikbord geplaatst. De volgende dag kwam de vraag waar ze inlogcode en wachtwoord konden vinden. In eerste instantie begreep ik de vraag niet, maar na nog wat piekeren en uitproberen bleek dat je een Linoit account nodig hebt om te kunnen downloaden. Dat was dus het tweede probleem om op te lossen. Ik heb gekozen voor een openbare dropboxmap, waar ik de bestanden neergezet heb. Op het prikbord heb ik de url geplaatst. We zijn nu bijna een week verder en er wordt mondjesmaat gebruikgemaakt van de mogelijkheid om vragen te stellen of mededelingen te doen. Maar wel de eerste dag al een foto!

Linoit2

 

Quirine en de mogelijkheden van de qr-code

Quirine heb ik haar gedoopt, mijn qr-gemanipuleerde art-cow. Een kunstobject dat een didactische functie heeft gekregen. Eigenlijk niks bijzonders, vele kunstvoorwerpen zijn oorspronkelijk ontworpen als didactisch hulpmiddel.

Een van de lastigste onderdelen in het curriculum van de opleiding die ik verzorg is het onderdeel vlees. Daarin behandel ik hoe de diverse slachtdieren in elkaar zitten, waar de belangrijkste stukken vlees zitten en hoe ze heten. Al die dieren zitten dan wel op dezelfde manier in elkaar, maar die stukken heten vaak anders. Waar de runderachterpoot vele spieren en spiergroepen kent, is dat bij het varken gewoon één geheel: de ham. Voor koks dan, voor slagers ligt het weer anders. Om de leerlingen te helpen, gebruik ik verschillende tekeningen waar ze in de afbeelding de diverse onderdelen moeten aangeven. Het blijft echter een moeilijke exercitie, omdat ze zich er eigenlijk niets bij voor kunnen stellen. Grote technische delen komen niet meer in de professionele Horeca voor en bij de slager zie je eigenlijk ook niets meer. Een French rack kennen ze dan weer wel, maar als je vraagt waar het in het beest zit, kijken ze je glazig aan. Foto’s van onderdelen en filmpjes van uitbenen e.d. zijn prima materiaal om dingen te verduidelijken, dus die zet ik dan ook in.

Een paar jaar geleden ben ik gestart met simpele oefeningen om de kennis te memoriseren. Hot spot oefeningen en memory spellen om begrippen en vleesdelen te oefenen. Toen ik recent de nieuwe vleescyclus zat voor te bereiden, vond ik dat er nog iets nieuws aan het repertoire toegevoegd moest worden. Maar wat? Levende have is geen optie. Excursie naar een slachterij/slagerij is te tijdrovend. En toen zag ik ineens met andere ogen datgene wat ik al jaren zie staan: onze kunst-koe is een prima 3d-model! Met krijt zou ik de diverse onderdelen op het beest kunnen tekenen. Missie voltooid. Dacht ik. ‘s Avonds laat, de volgende ochtend moest ik de les geven, kreeg ik een beter idee. Ik kon de leerlingen zelf op onderzoek laten gaan door qr-codes aan te brengen op die specifieke stukken die ze moeten kennen. Onderzoekend leren, of zoiets. Enfin, mooi idee, maar pas 1,5 uur later had ik de meest efficiënte en effectieve manier gerealiseerd. Een qr-code genereren is geen probleem, maar je moet wel content hebben en die moet in een specifieke vorm op een benaderbare plek neergezet worden. Inmiddels heb ik acht stukjes inhoud gemaakt, tekst met afbeeldingen, en de bijbehorende qr-codes op Quirine geplakt. En nu maar hopen dat mijn leerlingen onderzoekminded zijn!

Klik om te vergroten en de code te kunnen scannen
Klik om te vergroten en de code te kunnen scannen
Klik om te vergroten en de codes te kunnen scannen
Klik om te vergroten en de codes te kunnen scannen

 

 

 

 

 

 

 

De volgende stap die ik wil maken is onderzoeken of ik hetzelfde kan realiseren met Layar en of er verschil in mogelijkheden tussen de twee is. De toepassingen van deze technieken zijn legio. De koe is in allerlei varianten te gebruiken. Leerlingen zelf kunnen ook met de technieken aan de slag. Verslagen maken, uitwerkingen van takenboeken, op hun leer-werkplek filmen ze iets. Een foto van een product waarin meerdere qr-codes gemonteerd zijn die verwijzen naar onderliggende filmpjes of reportages. Al die producten zetten ze op hun eigen plek neer. Vervolgens een qr-code of een foto gekoppeld aan Layar naar de docent/begeleider en deze heeft de beschikking over het materiaal zonder het eerst op de eigen pc te moeten zetten. Niks meer overpompen van bestanden. De hamvraag is natuurlijk wie er het eerst aan toe is: de leraar of de leerling?

Klein experiment met opmerkelijke uitkomst

Om mijn leerlingen bekend te maken met het begrip qr-codes heb ik voorafgaand aan de theorietoets van 8 vragen de qr-code in het gebouw opgehangen. Dat is 20% van het totaal aantal vragen. De codes hebben drie weken in het gebouw gehangen, verdeeld over de dames- en herenkleedkamer, het theorielokaal en de leskeuken.

30% fout beantwoord
30% fout beantwoord

Gisteren heb ik de theorietoets afgenomen. Hieronder de foutpercentages per vraag.

  1. 20%
  2. 30%
  3. 30%
  4. 50%
  5. 10%
  6. 20%
  7. 70%
  8. 20%

De qr-code van de zevende vraag hebben ze klaarblijkelijk niet gevonden. Twee leerlingen die nu een onvoldoende gescoord hebben, zouden een voldoende gehaald hebben als ze de qr-code-vragen allemaal goed beantwoord hadden.

 

Mogelijkheden binnen digitale didactiek

Morgen ben ik bij de collega’s van Pedagogisch Werk, onderdeel van het Welzijn College. Dit bezoek is een uitvloeisel van een presentatie die ik in april met een collega gaf tijdens de studiemiddag Leren Digitaliseren. We hebben toen laten zien hoe alle onderdelen van het didactisch proces digitaal aan te bieden zijn, met een koppeling naar de beleidsdocumenten. Mij werd gevraagd het praktische deel nog een keer te laten zien bij de opleiding PW, omdat daar de digitalisering van het onderwijsleerproces nog niet zo doorgedrongen is. Ik laat alleen maar dingen zien die zich in mijn onderwijspraktijk bewezen hebben, dus geen verhalen over utopische mogelijkheden. En indachtig de woorden van de pedagoog Ligthart (de beste school is die waar de meester het minst en de leerling het meest doet) benader ik digitale didactiek als activerende didactiek. Ik heb maar een halfuurtje, dus het wordt aanpoten om voldoende te laten zien. Dus ik zal zelf wel het meest actief zijn, over activerende didactiek gesproken. Mijn verhaal eindigt in ieder geval met een paar raadgevingen over hoe ze ’t aan zouden kunnen pakken om er mee aan de gang te gaan. Ik hoop dat ik ze kan inspireren.

Edubloggersspeld
Edubloggersspeld

Bijzonder is wel dat het de eerste gelegenheid is om de Edubloggersspeld te dragen die vanavond uitgedeeld is op het Edubloggersdiner. De Edubloggers  kunnen niet vaak genoeg gepromoot worden.

De waarde van een leerling-enquête

Onze elektronische leeromgeving, Blackboard, heeft  de mogelijkheid om anoniem enquêtes af te nemen. Ik gebruik het instrument al jaren om tegen het eind van het cursusjaar te peilen hoe de cursisten de opleiding, die één jaar duurt,  beleefd hebben. De enquête staat gedurende vier weken beschikbaar, zodat ze op hun gemak en op het moment dat het hen uitkomt de vragen kunnen beantwoorden. Bij de meeste vragen kunnen ze hun antwoord aanklikken, bij een paar kunnen ze een toelichting ingeven. De vragen gaan over de theorielessen (13), de praktijklessen (12), de docent (7) en algemene vragen over de opleiding (8). Inhoudelijk bestrijken ze grosso modo de eerste vier competenties van een leraar: de interpersoonlijke, de pedagogische, de vakinhoudelijk en didactische en de organisatorische. Ik bevraag ze ook over de nieuwe dingen die ik aan het uitproberen ben. Vorig jaar heb ik een begin gemaakt met oefeningen in spelvorm, memoryspellen o.a., om het platte leerwerk wat te ondersteunen. Het gaat daarbij vooral om productkennis en vaktechnische begrippen. Dit jaar heb ik dat uitgebreid met andere spelvormen. Ik was benieuwd of er daadwerkelijk gebruik van gemaakt wordt. Daarnaast staan bijna al de presentaties die de theorieles  ondersteunen op slideshare en ook daarvan wilde ik weten of daar behoefte aan is. Onderstaande antwoorden maken duidelijk dat een flink deel van de leerlingen er mee geholpen is.

vragen

Bij de opmerkingen over de theorie- en praktijklessen kunnen ze aangeven wat ze missen of overbodig vinden. De opmerkingen die er dit jaar gemaakt zijn leiden er toe dat ik een aantal opdrachten ga veranderen. De onderliggende technieken blijven, de uitvoering/presentatie wordt wat hedendaagser.
En last but not least, de uitslag breng ik altijd in het functioneringsgesprek in als de feedback van de voor mij belangrijkste mensen in mijn werk

“Leren digitaliseren laat je inspireren”

digi didactiekOnder deze titel werd afgelopen vrijdag een studiemiddag rond digitale didactiek voor de medewerkers van ons roc georganiseerd. De dag heeft al een rijke historie: ooit in 2003 begonnen als jaarlijkse Blackboardgebruikersdag is nu het accent komen te liggen op de toepassing van ict in het didactisch proces. Een mooi initiatief van de werkgroep.

De opening werd verzorgd door Marcel de Leeuwe, die een goed verhaal hield over de zin en onzin van e-leren. Lekker realistisch en een zeer goede raad: prik door al het opgeblazen taalgebruik heen, laat je niet overdonderen door holle praatjes. Een bijzonder moment was het tonen van een filmpje dat door een van mijn leerlingen gemaakt is en dat Marcel gebruikt om aan te tonen dat ict wel degelijk onderdeel van de leefwereld van onze cursisten is. Na de opening volgden drie workshoprondes van een halfuur die zo ingericht waren dat beginnende en gevorderde gebruikers van ict in het onderwijs aan hun trekken kwamen. Zelf verzorgde ik met een collega een workshop van een uur. Daarin toonden we, aan de hand van mijn dagelijkse lespraktijk, dat bijna alle onderdelen van het didactisch proces digitaal aan te bieden zijn. Bij de diverse fases in het proces maakten we de link naar de beleidsdocumenten van ons roc t.a.v. onderwijsstandaarden en digitale didactiek. Dagdagelijkse praktijk verantwoord vanuit het beleid dus. Al met al weer een prachtige middag.

Hoe verder?

Deze middag merkte ik dat er een groeiende behoefte is aan praktische workshops op het gebied van: hoe doe je dat nou? Hopelijk vindt deze dag een vervolg in een soort rondreizende workshopcarrousel waarin allerlei korte en praktische trainingen gegeven worden. Dan kunnen we echt vooruit.

De c-knop

Tijdens de koffie voorafgaand aan de opening meldde ik mijn co-presentator dat ik mijn c-knop op uit had gezet. Ik ken mezelf, ik wil nog wel eens cynisch uithalen. Behalve een paar kleine uitglij-momenten heb ik me keurig gedragen. Ik heb dus niets gezegd over een aantal dingen die me die dag opgevallen zijn. Maar ik wil ze toch kwijt.

  • Op de locatie waar de bijeenkomst gehouden werd, huizen één collegedirecteur en drie afdelingsmanagers die zich bezighouden met opleidingen in de gastvrijheidindustrie. Niemand was aanwezig om alle deelnemers welkom te heten op de locatie.
  • Ik weet wat de stand van zaken is op het gebied van digitale didactiek bij ons in de afdelingen; dat is voor een groot deel nog een dorre woestijn. Ik was de enige docent van de afdelingen Horeca en Service die aanwezig was.
  • Van de organisatoren begreep ik dat er 110 aanmeldingen waren. Ik schat dat bij de start 20 à 30 aangemelden niet aanwezig waren. Ik vraag me dan af: hoe doen die mensen dat als hun leerlingen niet op komen dagen zonder zich af te melden? Vinden ze dat normaal?
  • Bij de afsluiting waren er ook weer een zo’n 20 à 30 verdwenen. Ik vraag me dan af: wat vinden deze mensen er van als een deel van hun leerlingen vóór het einde van de les zonder iets te zeggen verdwijnt?  Vinden ze dat normaal?

Zo, nu mag de c-knop weer op aan.