BoekTweePuntNul. Wat moet ik er mee?

Afgelopen week lag BoekTweePuntNul bij ons op de tafel. Het bleek om versie 3 te gaan. Ik heb er een tijdje mee in mijn handen gezeten, er doorheen gebladerd, hier en daar wat gelezen, maar uiteindelijk mezelf de vraag gesteld: wat moet ik hier mee? De redactie noemt het zelf een inspiratieboek, maar mij inspireert het niet, het slaat dood. Er worden 172 tools over me uitgestort, maar er wordt geen ontsluitingssysteem meegeleverd. Hoe vind ik dan mijn weg? Het is een bos met 172 bomen en ik zoek een boom die aan een aantal specifieke eisen voldoet. Hoe vind ik nu die boom? Lees verder “BoekTweePuntNul. Wat moet ik er mee?”

Hoe snel kan het gaan: van kok tot pâtissier

In het cursusjaar 2009-2010 kreeg hij van collega H. de basistechnieken van het koksvak aangeleerd, het jaar daarop volgde hij bij mij de opleiding zelfstandig werkend kok. En vandaag stond Estefhan een werksessie chocolade te geven aan onze huidige niv 3 koks in opleiding. Wat is dat mooi om te zien hoe iemand zo snel kan groeien! In de niv 3 opleiding krijgen de leerlingen volop kans om te experimenteren en te ontdekken. Estefhan wilde bij het onderdeel visbereidingen vis injecteren met chlorofyl vanwege het kleureffect dat dat oplevert. Maar hoe kom je aan chlorofyl? Ik heb een werkwijze voor hem uitgewerkt op voorwaarde dat ik tijdens de les er een filmpje van mocht maken. Geen probleem. Het resultaat kun je hier en hier bekijken:
Lees verder “Hoe snel kan het gaan: van kok tot pâtissier”

NFC-tags en qr-codes

Vorig jaar schreef ik al over de geboorte van Quirine en het gebruik van qr-codes. Nog even de aanleiding:

Een van de lastigste onderdelen in het curriculum van de opleiding die ik verzorg is het onderdeel vlees. Daarin behandel ik hoe de diverse slachtdieren in elkaar zitten, waar de belangrijkste stukken vlees zitten en hoe ze heten. Al die dieren zitten dan wel op dezelfde manier in elkaar, maar die stukken heten vaak anders. Waar de runderachterpoot vele spieren en spiergroepen kent, is dat bij het varken gewoon één geheel: de ham. Voor koks dan, voor slagers ligt het weer anders. Om de leerlingen te helpen, gebruik ik verschillende tekeningen waar ze in de afbeelding de diverse onderdelen moeten aangeven. Het blijft echter een moeilijke exercitie, omdat ze zich er eigenlijk niets bij voor kunnen stellen. Grote technische delen komen niet meer in de professionele Horeca voor en bij de slager zie je eigenlijk ook niets meer. Een French rack kennen ze dan weer wel, maar als je vraagt waar het in het beest zit, kijken ze je glazig aan. Foto’s van onderdelen en filmpjes van uitbenen e.d. zijn prima materiaal om dingen te verduidelijken, dus die zet ik dan ook in.

De ervaring vorig jaar leerde mij dat de gebruikte koe te klein was, er konden maar een paar codes op geplakt worden. Na lang zoeken heb ik een exemplaar gevonden waarop voldoende ruimte beschikbaar was om de codes te plaatsen die ik nodig had.

Quirine in volle glorie
Quirine in volle glorie*

Daarnaast heb ik ook gebruikgemaakt van nfc-tags die nl. de mogelijkheid hebben om geschreven tekst uit te spreken. Op deze manier kan ik extra informatie bij sommige onderdelen verstrekken. De tags programmeer je m.b.v. apps die voor telefoons beschikbaar zijn. Voorwaarde is wel dat je telefoon nfc-tags moet kunnen lezen. De qr-codes verwijzen naar content die ik op het internet heb geplaatst, maar het zouden ook filmpjes e.d. kunnen zijn. Voor het genereren van qr-codes zijn ook diverse apps beschikbaar.

qr-code en nfc-tag
qr-code en nfc-tag*

Filmpjes gebruik ik in dit geval echter niet, omdat ze teveel tijd nemen om te bekijken en de functie van Quirine is louter de verschillende onderdelen te leren kennen en plaatsen. Maar er zijn natuurlijk veel meer toepassingen te bedenken.

DSC_0074
Onderzoekende leerlingen*

 

Onderzoekende leerlingen
Onderzoekende leerlingen*

 

 

 

 

 

De leerlingen gebruiken hun telefoon of tablets die beschikbaar zijn.

 

*Klik op de foto om te vergroten

Een deel van je onderwijs verspellen: Keukenbord

April 2014. De CVI conferentie in Den Bosch. Op dag twee staat in het middagprogramma, de verdiepingsronde, een workshop over gamification gepland, verzorgd door Sem van Geffen en collega’s van Willem I college. Ik was erg benieuwd wat er aan de orde zou komen en of het mij verder kon brengen op het pad van de verspelling (vind ik een beter woord dan gamification) van mijn onderwijs. Tot dan gebruikte ik de online toepassingen van memory spellen, kruiswoordraadsels en hot spot oefeningen in Educaplay. Allemaal uitdagende vormen voor een groot deel van mijn leerlingen, maar er moest meer en iets anders zijn. Tijdens de workshop waren er allerlei spellen beschikbaar op basis waarvan je ideeën op kon doen om je eigen spel te ontwikkelen. Dat was voor mij het startpunt om mijn eigen spel te gaan maken. De belangrijkste vraag was natuurlijk: wat is het doel van het spel? Omdat mijn belangrijkste lesgevende werk een groep niv 2 kok is, besloot ik daar iets voor te gaan maken. Uit ervaring, opgedaan met de spelvormen die ik al gebruik, wist ik dat een grote groep leerlingen baat heeft bij het op deze manier oefenen van reproduceerbare kennis, uiteindelijk toch een groot deel van het theorie  programma voor niv 2. Het zou dus geen behendigheidsspel of spel over allerlei managementvaardigheden worden. En ik wilde het op dit moment ook niet digitaal. De gouden tip uit de workshop was: ‘combineer twee of meer spellen met elkaar en pak van elk het onderdeel waar je wat mee kunt’. Na veel wikken en wegen is het een spel geworden waar de spelers het speelbord aflopen, op gezette tijden vragen moeten beantwoorden waarmee ze iets kunnen verdienen en velden met bijzondere betekenis tegenkomen. En dat het de sfeer van het vakgebied moest uitstralen stond ook vast. Uiteindelijk is het dus Keukenbord geworden, het speelbord is van het aloude  Ganzenbord en de te winnen fiches hebben het uiterlijk van etensborden. Tot nu toe is het bijna alleen maar werk dat zich in je hoofd afspeelt. De volgende stap, het materialiseren, had veel meer voeten in aarde dan ik had voorzien. Vele versies van het speelbord zijn de revue gepasseerd: wat op het beeldscherm mooi leek, zag er in gedrukte vorm afschuwelijk uit. Fiches laten bedrukken was peperduur, dan maar op zoek naar goedkope alternatieven. Kinken in leveringskabels. Voor de speelpoppetjes wilde ik 3D-geprinte koksmutsjes, ook onbetaalbaar, het zijn de gekleurde bolknopen van een koksbuis geworden.
Uiteindelijk is het er dan toch van gekomen. Het geeft een soort euforisch gevoel als je met de spullen onder je arm bij de drukker vandaan komt, thuis de zelf geprinte stickers op de laatste fiches plakt en alle attributen op het speelbord kunt leggen. ‘Dat heb ik dan toch mooi gefikst’.

DSC_0070

Ik hoop dat mijn leerlingen net zoveel van het spel leren als ik van het maken ervan geleerd heb.

Professionalisering in digitale didactiek

Deze week heb ik een paar werksessies verzorgd op een mbo-instituut. In het kader van docentprofessionalisering waren er werksessies georganiseerd rond het thema ict en onderwijs. Bijeenkomsten voor de beginnende docent (op ict-gebied), via mediawijsheid, smartbeamer en verder. Mijn eigen werksessie ging over wat ik zelf de kleine didactiek noem, didactiek waar ik zelf toe besluit. Mij was gevraagd specifiek in te zoomen op spelvormen om kennis in te oefenen en te memoriseren. Achtereenvolgens heb ik de volgende instrumenten kort toegelicht: foto/film in te zetten voor instructie, feedback en reflectie; qr-codes en nfc-tags voor snel toegankelijk maken en controleren van kennis; Match the Memory om memoryspellen te maken; Educaplay met de mogelijkheid om 14 verschillende spelvormen in te zetten en als laatste Onderwijsmaakjesamen waar ik een paar kruiswoordraadsels gemaakt heb.

memory

educaplay

 

 

Alles gebruik ik om het onderwijsleerproces te ondersteunen en het gebeurt hoofdzakelijk buiten de feitelijke les om. Ik heb proberen duidelijk te maken dat dit binnenstebuitenleren veel winst oplevert: oefeningen/opdrachten die je maakt zijn tot in het oneindige te herhalen en veel elementen van de kennisbasis van een vakgebied veranderen niet of langzaam. Om in mijn eigen vakgebied te blijven: een aardappel is nog steeds een aardappel en de technieken die je er op kunt toepassen zijn ook niet veranderd, zeker op niv 2 niet. Door met een paar collega’s dit aan te pakken, bouw je snel een aardige bibliotheek op. De tijd die je wint door suffe theorie niet meer uitgebreid te hoeven behandelen, komt de kwaliteit van de feitelijke lestijd ten goede.

Tijdens de werksessie gebruik ik tafelkaarten van alle toepassingen met een korte opdracht en handleiding waarmee men aan de slag kan.
Wat waren mijn ervaringen? Opvallend vond ik dat zeker 10-15% van de deelnemers absoluut niet vaardig is op een laptop en al helemaal niet op het internet. Ergens een account aanmaken leverde bij deze categorie grote problemen op. Opvallend vond ik ook de grote big-brother-angst: “Kan ik daar zomaar mijn e-mailadres achterlaten? Ik wil niet dat ze alles van me weten!” We hebben dat opgelost door een fake-account aan te maken, dat door de deelnemers waar nodig gebruikt kon worden.  Favorieten waren het memoryspel en Educaplay. De laatste waarschijnlijk vanwege de grote verscheidenheid aan spelvormen. Ook de qr-codes maakten bij een aantal enthousiaste reacties los, vooral toen ik wat meer toepassingen noemde dan ik had laten zien. De twee camera’s bleven onaangeroerd liggen. Van tevoren was ik erg benieuwd naar hoe er op de NFC-tags gereageerd zou worden en of iemand er mee aan de slag zou gaan. Voor het gros was het een volkomen nieuw verschijnsel en men weet niet dat men er zelf mee op zak loopt in de ov-chipkaart en pinpas. Maar niemand die het aandurfde om met de tags aan de gang te gaan, ook de docenten van de ict-opleiding niet. Maar misschien had niemand een geschikte telefoon.

Q dichtbij

Een uur is eigenlijk te kort om met een toepassing aan de gang te gaan, ook omdat er nog ±20 minuten af gaan voor mijn verhaal over de mogelijkheden. Al met al goede sessies gehad met leuke mensen, misschien volgende keer een sessie over een specifieke toepassing die ook direct een product oplevert. De succeservaring levert de drive!

NFC-tags, de eerste ervaringen

Een nieuwe loot aan de ict-stam is de nfc-tag. Het is een chip die near field communication mogelijk maakt, communicatie tussen 2 apparaten waarvan één in staat is de chip van de ander op korte afstand van elkaar te lezen. De technologie zit o.a. verwerkt in onze ov-chipkaart en wordt ook steeds meer verwerkt in bankpassen om contactloos betalen mogelijk te maken.
Op sommige weblogs wordt de nfc-tag ook wel de qr-code killer genoemd. Omdat ik in mijn onderwijs nog wel eens gebruik maak qr-codes, leek het mij interessant om de tags uit te proberen en te kijken of ze inderdaad een goede vervanger van de qr-codes zouden zijn. En wat de toegevoegde waarde voor mijn onderwijs zou kunnen zijn. Een belangrijke randvoorwaarde is wel dat je een telefoon of tablet moet hebben die nfc-tags kan lezen en dus ook kan programmeren. En die heeft nog lang niet iedereen.
Een setje van 10 stuks was zo aangeschaft, o.a. hier, kosten ong E 1,10/st, incl verzendkosten. Het gaat om NTAG203 (ø 25 mm) die herprogrammeerbaar zijn; dat is wel handig voor als je fouten maakt of de tag voor een eenmalige toepassing gebruikt. Vervolgens op zoek naar een app waarmee de tags te programmeren zijn. Met een beetje zoeken levert dat 2 bruikbare programma’s op: Tagwriter en NFC Tools.
Ik ben begonnen met Tagwriter vanwege de duidelijke handleiding die beschikbaar is. De essentie is, dat door de tag te scannen, je telefoon acties onderneemt. Een url programmeren, je telefoon er vlakbij houden en … de gewenste website verschijnt in de browser. Maar dat kan de qr-code ook en tegen heel wat minder kosten. En als je leerlingen naar veel verschillende websites wilt sturen, heb je voor elke url een tag nodig. Op dit punt geen echte verbetering dus.

Dan op zoek naar wat er nog meer kan. Je kunt een sms laten verzenden. Het gaat om een vaste tekst naar een vast nummer, bijv om je partner te melden dat je weer op weg naar huis bent. Tag programmeren, op je dashboard plakken en bij instappen even de telefoon er bij houden. Een toepassing in onderwijs: aanwezigheidsregistratie: tag scannen, sms-je met tekst Aanwezig wordt verstuurd en het ontvangende toestel registreert welke telefoon zich gemeld heeft. Het vervelende alleen is dat bij mij er vervolgens drie opties geboden worden om een sms te versturen: telefoon, Hangout of WhatsApp. Dus dat schiet ook niet op.

Inmiddels gebruik ik een tag om mijn telefoon een bluetoothverbinding met mijn headset in de auto te laten maken. En het mooie is, dat als je vervolgens je telefoon weer laat scannen, de verbinding verbroken wordt en bluetooth uitgeschakeld. Ook heb ik een leeg visitekaartje waar ik per keer een persoonlijke tekst op kan schrijven, mijn contactgegevens staan in de tag.

Visitekaartje
Visitekaartje met NFC-tag

dashboard

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn diverse sites waar toepassingen genoemd worden, o.a. hier. Maar zoeken op toepassingen nfc tags levert veel meer sites. Speurtochten lenen zich goed om alle mogelijkheden van de tags uit te proberen: platte tekst, een vraag over een website, een nieuwe locatie programmeren, filmpjes waar nieuwe opdracht gegeven wordt, etc.

Tot nu toe

Quirine met qr-codes
Quirine met qr-codes
Quirine met NFC-tag
Quirine met NFC-tag

 

 

 

 

 

 

 

De  qr-code killer is het voor mij nog niet. Kostenoverwegingen, maar ook de (on)zichtbaarheid spelen daarbij een rol. Daar waar ontwerpers e.d. zich groen en geel ergeren aan de lelijkheid van de qr-code, ben ik blij met zijn zichtbaarheid. De nfc-tags zijn lastig te zien en ik wil graag mijn leerlingen er op attenderen dat er ergens kennis o.i.d. te halen is. Ook de mogelijke toepassingen vallen wat tegen, of het ligt aan mijn kunnen om er voldoende uit te halen. Er wordt op diverse sites wel iets gezegd over de programmeerbaarheid, maar het hoe en wat is mij nog niet duidelijk.
Maar mijn speurtocht is nog niet af, ik houd je op de hoogte.

Lerarencongres 2014: ‘LeerKracht, van goed naar geweldig’

Een enthousiaste Jesper Ahsmann ging los op zijn ervaringen met leerKracht in zijn eigen organisatie. Hopelijk volgt hij niet dezelfde strategie tijdens zijn lessen. Wat leerKracht nou precies is, bleef namelijk lang voor mij verborgen. Als een soort beeldhouwer bijtelde hij steeds meer ruwe steen weg en werden de contouren van het concept leerKracht ook voor mij wat helderder. Het blijkt een methode te zijn, uitgedragen door de stichting leerKracht, waarmee leraren gezamenlijk doelen proberen te bereiken en daarmee verbeteringen.
Een groep leraren die eenzelfde doel willen bereiken formeren een team en gaan van start. Tijdens een bordsessie (schoolbord) wordt het doel geformuleerd en in wekelijkse sessies wordt de voortgang bijgehouden. Vb: binnen een sectie wil men x% van de lestijd gedifferentieerd aanbieden. Acties worden geformuleerd en afspraken gemaakt die binnen een tijdsbestek gerealiseerd moeten worden. Onderdeel van de acties is dat leraren bij elkaar in de les kijken, gezamenlijk lessen voorbereiden en met elkaar in gesprek gaan om tot verbeteringen te komen. Alles ligt vast op het altijd aanwezige bord, confronterend.

leerkracht

 

Effecten die optreden zijn o.a. een groter wordende betrokkenheid van docenten bij de verbetering van de uitvoering van hun onderwijs, mensen krijgen de gelegenheid te laten zien waar ze goed in zijn en om hun passie te belijden. Teams kunnen multidisciplinair samengesteld worden, maar ook binnen een vaksectie geformeerd worden. De coach begeleidt een groep gedurende de startfase, zo’n 9 weken, daarna moet de groep in staat zijn zelfstandig door te werken.  Zowel in po, vo als mbo draaien groepen volgens dit concept. Verbeteringen vinden op deze manier door de werkvloer maar ook op initiatief van de werkvloer plaats. Een mooie en succesvolle invulling van de professionele ruimte.

Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe een school weer een lerende organisatie kan worden, wat leidt tot verbeteringen, hoe klein dan soms ook.

Je moet wat, dus Linoit maar gepakt

Vorige week had ik de introductie met mijn nieuwe lesgroep. In de dagen daaraan voorafgaand tekende het zich al af: de leerlingen zouden niet ingeschreven zijn in de elo. Nu is Blackboard al sinds jaar en dag de ruggengraat van de communicatie en logistieke organisatie van alle cursusbestanden, dus een probleem diende zich aan. Na overleg met een betrouwbare onderwijsadviseur, geen BMW-rijder, koos ik voor Linoit als tijdelijk platform voor communicatie en distributie. Ik was al van plan om het dit jaar uit te proberen als vraagbaak en discussieforum dat via tablet en telefoon snel te bereiken is. Het digitale prikbord was zo gemaakt en na een tijdje uitproberen met pc en verschillende tablets leek het spul operationeel. De leerlingen hoefden geen account aan te maken, konden het prikbord bekijken en ook berichten (geeltjes) posten. Dacht ik. De introductie van Linoit leek vlekkeloos te verlopen, door het scannen van een qr-code gingen de leerlingen op het tablet  naar de website van het prikbord. Toen ik dit onderdeel wilde afsluiten, kwam de vraag: ‘kunnen wij ook berichten plaatsen?’ Oe, blijkbaar konden ze dat niet. Er was er iets met de instellingen waardoor de ‘geeltjes’ niet zichtbaar werden. Op dat moment kon ik het probleem niet oplossen. Na consultatie van de onderwijsadviseur bleek dat het niet voldoende is om iedereen toegang te verlenen, maar dat er ook een vinkje gezet moet worden bij gasten toestaan stickies te plaatsen. Waaruit maar weer blijkt dat ik recente ontwikkelingen in het onderwijs niet meer kan volgen, omdat vinkjes zetten toch een kernactiviteit is geworden.

Linoit1

Maar het leed was nog niet geleden. Omdat de leerlingen ook tekstbestanden nodig hadden, had ik die na de les als downloadbaar document op het prikbord geplaatst. De volgende dag kwam de vraag waar ze inlogcode en wachtwoord konden vinden. In eerste instantie begreep ik de vraag niet, maar na nog wat piekeren en uitproberen bleek dat je een Linoit account nodig hebt om te kunnen downloaden. Dat was dus het tweede probleem om op te lossen. Ik heb gekozen voor een openbare dropboxmap, waar ik de bestanden neergezet heb. Op het prikbord heb ik de url geplaatst. We zijn nu bijna een week verder en er wordt mondjesmaat gebruikgemaakt van de mogelijkheid om vragen te stellen of mededelingen te doen. Maar wel de eerste dag al een foto!

Linoit2

 

De nieuwe kleren van het mbo

Het de laatste paar weken wat opgerakelde stof rond het mbo is inmiddels weer neergedaald. Aanleiding was de kamerbrief van 2 juni jl. van minister Bussemaker over de toekomst van het mbo, onder de titel: Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo. In de Volkskrant van 13 mei stond al een vooraankondiging: ‘Niks mis met het mbo, daarom moet het anders’. In dezelfde krant stond op 2 juni, tegelijkertijd met het verschijnen van de kamerbrief, een interview met de minister, waarin de maatregelen om een aantal problemen aan te pakken aan de orde kwamen. Op 5 juni volgde een ingezonden brief van een ouder die middels haar kind een jaar ervaring met het mbo opgedaan had en Aleid Truijens deed in haar wekelijkse column van 7 juni ook een obligate duit in het zakje. De prijs voor de meest bijzondere publicatie gaat wat mij betreft naar de advertentie die de STC-Group in diezelfde Volkskrant van 7 juni plaatste.

Waar gaat het allemaal om? Kort gezegd heeft volgens velen het mbo een imagoprobleem bij schoolverlatende vmbo-ers en hun ouders, is het mbo voor de zittende leerlingen niet uitdagend genoeg en sluiten mbo-opleidingen niet goed aan bij wat het bedrijfsleven wil. De minister stelt een aantal maatregelen voor, waar ik er een paar van noem:

  1. De route naar het hbo moet versneld worden, zodat het mbo concurrerender wordt met het havo. De opleidingen worden daarvoor intensiever, het aantal lesuren gaat van 850 naar 1000. Daardoor worden mbo-ers ook meer uitgedaagd. Opleidingen worden verkort van 4 naar 3 jaar.
  2. Regionale accenten in opleidingen worden mogelijk, maatwerk dus.
  3. Potentiële leerlingen wordt duidelijk gemaakt waar de meeste kansen op werk bestaan, zodat er minder voor werkloosheid opgeleid wordt. Voor jongeren zonder vooropleiding wordt een entree-opleiding gestart.
  4. Er komt een verplichting om gebruik te maken van gecertificeerde examenleveranciers.

Ik zal me beperken tot de actualiteit en niet uitweiden over de oorzaken van de geconstateerde malaise.

Allereerst de titel van de brief: Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo. Deze lijkt verdacht veel op het Focus op vakmanschap van de vorige minister. De indruk wordt gevestigd alsof de minister grote waardering heeft voor het vakmanschap an sich, daar zelfs prioriteit aan geeft. De minister wil geen verspilling van vaktalenten die naar het havo gaan i.p.v. naar het mbo. De realiteit is echter anders. Door de toegenomen invloed van de overheid, onder het motto wie betaalt bepaalt, is het belang van het vakmanschap juist teruggedrongen. Het is diezelfde minister die de toegang tot gediplomeerd vakmanschap ernstig bemoeilijkt heeft. Het duidelijkst is dat nu al zichtbaar in de niveau 4 opleidingen: je kunt nog zo’n goede vakman zijn, als je niet voldoet aan de criteria voor rekenen en Nederlands, is dat vakmanschap niets waard. Geen diploma. En dat gaat op termijn ook gelden voor niveau 2 en 3 opleidingen. In een bericht van de vo-raad van 2 juni jl. (bizar toeval) staat de volgende opmerking: ‘De VO-raad krijgt signalen dat mbo-instellingen bij de toelating van vmbo-leerlingen nu al kijken naar de uitslag van de rekentoets. Bij een onvoldoende worden leerlingen in een lager niveau geplaatst of geweigerd voor opleidingen.’ En de minister maar krokodillentranen plengen over het verspillen van talent. Door diezelfde toegenomen invloed van de overheid is de invloed van de bedrijfstakken en branches afgenomen, in sommige gevallen tot 0. De kenniscentra zijn/worden geliquideerd en een identiteitsloos SBB blijft over. Vakmanschap en kennis van vakmanschap worden gereduceerd tot een procedurefabriek.

Een ander aandachttrekkend punt is de verhoging van de urennorm naar 1000 lesuur, waardoor het mbo uitdagender zou worden. Ik vraag me af waar deze redenering op gebaseerd is. Als scholen/docenten er niet in slagen die 850 uur interessant te maken, hoe doen ze dat dan wel met die 1000? De ingezonden brief van de ouder die bewust voor het mbo gekozen heeft, spreekt wat dat betreft boekdelen. Blijkbaar is er op didactisch gebied nog een wereld te winnen.  Met het binnenslepen van vakmensen heb je nog geen goede docenten in huis, dat zijn twee verschillende dingen.

De verplichting van gecertificeerde examenleveranciers is ook een groot pijnpunt. Velen zijn nog niet bekomen van het trauma van de KCE-politie. En nu dreigt weer hetzelfde te gebeuren. Instituten vol met onderwijskundigen gaan ons vertellen hoe en wat we moeten examineren. Onderwijskundigen die misschien verstand hebben van onderwijskunde, maar m.b.t. onderwijs alleen consumentenervaring hebben. En daarbinnen geen enkele ervaring met mbo. Ik denk dat de advertentie van de STC-Group, vijf dagen na verschijnen van de kamerbrief, illustratief en uniek is. Deze kennis- en onderwijsinstelling op het gebied van scheepvaart, logistiek en procesindustrie luidt de noodklok als het gaat om deze verplichting. De cvb-voorzitter verwoordt het als volgt: ‘Dat betekent wederom een verzwaring van de administratieve lastendruk, een degradatie van het beroep van docent en zou voor de STC-Group een verlaging van de kwaliteit betekenen.’ Maar ja, ook hier is de kans groot dat er niet naar de klant geluisterd wordt.

Tot slot het voorstel om over vak- en beroepsonderwijs te gaan spreken. Toen ik begon in het mbo, gaf ik les op een streekschool waar de huidige niveau 2 en 3 opleidingen gegeven werden, met in een aantal vakrichtingen, veelal in de avonduren, een niveau 4 opleiding. Alles in deeltijd, bbl, een opleidingsvorm die in het denken van de minister niet bestaat. De voltijdsopleidingen werden allemaal verzorgd door de mts, mho, mtro, etc., allemaal middelbaar …. onderwijs. In de jaren 90 moest dat allemaal bij elkaar gestopt worden, niemand in het mbo die daar op dat moment op zat te wachten. En nu gaan we, deels, weer terug naar die situatie. Waarbij de hamvraag natuurlijk is, wat het verschil is tussen een vak en een beroep.

Het mbo gaat weer eens nieuwe kleren krijgen. Die kleren zijn echter niet zo nieuw en, wat erger is, voor een deel ook helemaal niet passend. Maar daar zal de minister zich niet om bekommeren, het zijn namelijk niet háár kleren.

De nieuwe kleren