Vertrouwen in Auke

Blijkbaar gaat dat zo in Nederland: rond de Dodenherdenking is vaak wat te doen. Dit jaar gaat het om een gedicht van een jongen van 15 over zijn oudoom. Ik heb het gelezen en vind het prachtig. Waarom? Ik probeerde me voor te stellen hoe het tot stand gekomen is. Elk kind stelt op een gegeven moment de vraag aan zijn ouders: waarom heet ik zoals ik heet? Ook Auke zal dat gedaan hebben. En zijn ouders zullen geantwoord hebben in de geest van de regels waar het gedicht mee eindigt. En een kind gaat denken. En vragen stellen. En Auke schreef er een gedicht over. Niet om te verheerlijken of goed te praten, maar om het verdriet te verwoorden dat blijkbaar nog in de familie aanwezig is. En de geschiedenis voor zichzelf te duiden. Kan een kind van die leeftijd zich de Tweede Wereldoorlog voorstellen? Wat daar gebeurde? Wat de SS is? Hij ziet een verscheurde moeder. Ik ben zelf de zoon van een vader die een aantal jaren in een krijgsgevangenenkamp in Pakanbaroe heeft gezeten. Ook hij vluchtte voor de crisis. Maakte hij de goede keuze? De hel van het oostfront zal niet veel verschild hebben met de hel van Pakanbaroe. Ik ben opgegroeid in de jaren dat de oorlog nog als een schaduw over onze samenleving, maar ook ons gezin, hing. En toch kan ik me geen echte voorstelling maken van wat er allemaal gebeurd is.
De herdenking op 4 mei is een groot goed. Auke de Leeuw is 15 jaar en zijn generatie is de toekomst van ons land, zij die hún 4 mei straks betekenis moeten geven. Welke les leren wij hen? Dat het monopoliseren van gevoelens leidt tot succesvolle uitsluiting. En we willen nu juist dat dát nooit meer gebeurt. Een harde les.

Het gedicht in de Volkskrant 27-4-2012

Auke de Leeuw:

FOUTE KEUZE
Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar mijn oudoom Dirk Siebe
Een jongen die een verkeerde keuze heeft gemaakt
Koos voor een verkeerd leger
Met verkeerde idealen
Vluchtte voor de armoede
Hoopte op een beter leven
Geen weg meer terug
Als een keuze is gemaakt
Alleen een weg vooruit
Die hij niet ontlopen kan
Vechtend tegen Russen
Angst om zelf dood te gaan
Denkend aan thuis
Waar Dirk z’n toekomst nog beginnen moet
Zijn moeder is verscheurd door de oorlog
Mama van elf kinderen, waarvan vier in het verzet zitten
En een vechtend aan het oostfront
Alle elf had ze even lief
Dirk Siebe kwam nooit meer thuis
Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar Dirk Siebe
Omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden.

Waarom ik me principieel niet registreer als registerleraar

De Onderwijscoöperatie lanceert binnenkort officieel de website registerleraar.nl De site is al in de lucht en je kunt je er ook al registreren. Doel van de site is een register aan te leggen van leraren en vervolgens…, tja, wat dan vervolgens. Middels registratie zou je aantonen dat je je met je eigen professionalisering bezighoudt. Nou, daar heb ik zo’n register niet voor nodig, dat doe ik al in mijn digitale lerarenportfolio. Verder verbaast het mij dat er twee drempels ingebouwd worden voor je je kunt registreren: je moet minimaal 0,2 aanstelling hebben en je moet bevoegd zijn. En wie gaat dat controleren? En is het niet zo dat vooral de grote hoeveelheid onbevoegden zich met hun professionalisering bezig zouden moeten houden? En wie bepaalt wanneer iemand bevoegd is? Binnen het mbo volgen vele zij-instromers een soort van bijscholingscursus van een jaar en zijn daarmee startbekwaam bve-docent verklaard. En worden vervolgens als bevoegd docent gezien. Maar zijn ze dat ook?
Maar mijn principiële bezwaar en vooral weerzin tegen het geheel is de samenstelling van de club van deelnemende partijen. Met onderwijsvakorganisaties en vakbonden kan ik leven, omdat die vergelijkbare doelstellingen hebben. Maar wat doet een club als BON daarbij? Een club die zich meer afficheert als een PVV-onderwijslobby dan een organisatie die op inhoudelijke gronden de kwaliteit van het onderwijs wil verhogen. Hier een artikel op de website over waarom er vooral geen lerarenregister moet komen van nog geen jaar geleden en waarom SBL (waaruit de Onderwijscoöperatie voortgekomen is) een flutorganisatie is. Het staat bol van de typische bon-retoriek die we ook vanuit andere organisaties kennen: hard op de man spelen en vooral geen inhoudelijke argumenten aandragen. En opvallend daarbij is de snelle positieverandering, eerst vooral niet en nu wel. Maar ja, zodra de wind uit een andere hoek waait en de lucht van bijscholingstroggen meedraagt, neemt de windvaan een andere positie in. Dat heeft niets met principes te maken, behalve natuurkundige. Ik moet er niet aan denken dat gegevens van mij beschikbaar komen voor abjecte types. Wat er dan van kan komen is genoegzaam bekend.
En wat betreft de met overheidssubsidies gevulde bijscholingstroggen: de lucht was blijkbaar onweerstaanbaar, want het rijtje hongerige slobberaars is iets groter geworden.

Geschiedenis van het beroepsonderwijs II

Vorige week schreef ik over de schaalvergroting in het onderwijs. Voor wie achtergrondinformatie over dit fenomeen wil lezen, kan terecht in de zaterdag bijlage het Vervolg van de Volkskrant van 28 januari. Nu de toegenomen invloed van de overheid op het beroepsonderwijs.

Onder het motto ‘Wie betaalt bepaalt’ is de invloed van de overheid op de inhoud van het beroepsonderwijs flink toegenomen. In 1968 werden door de Wet op het Voortgezet Onderwijs (Mammoetwet) het lager, middelbaar en hoger beroeponderwijs onderscheiden onderwijstypen en onderdeel van het Nederlandse onderwijsbestel. Er werd bepaald dat er voor het beroepsonderwijs niet alleen een vakinhoudelijke, maar ook een pedagogische taak lag. Onder invloed van de maatschappelijke ontwikkelingen van die tijd, o.a. het ontplooiings- en gelijkheidsdenken,  diende het beroepsonderwijs zich ook bezig te gaan houden met de algemeen vormende vakken. De Mammoetwet is een cruciaal moment in de ontwikkeling van het beroepsonderwijs: beroep en beroepsopleiding worden nu losgekoppeld, er ontstaat een grotere afstand tot de beroepspraktijk. Beroepsonderwijs is een voorbereiding op werk geworden. Het bedrijfsleven begint al snel te klagen over verkeerde beroepshouding en het feit dat ze ‘geen mes, hamer, beitel, enz. meer vast kunnen houden’.
In 1996 verstevigt de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs) de greep van de overheid op het curriculum. Niet alleen een beroepskwalificering, maar ook een doorstroom- en leer- en burgerschapkwalificering werd de opdracht voor het middelbaar beroepsonderwijs. Door deze kwalificeringseisen werd er weer meer onderwijstijd van de vakopleiding afgehaald. In 2014 wordt het voorlopige hoogte- of dieptepunt (afhankelijk van hoe je er naar kijkt) bereikt: voor de niveau 4 opleidingen zijn de eisen voor Nederlands en rekenen kwalificerend. Dat betekent dat het resultaat voor deze vakken  bepalen of iemand zijn diploma krijgt. Vakmanschap is dus niet doorslaggevend meer. Het bedrijfsleven heeft het nakijken: een aantal jaren investeren in de beroepsopleiding gaat down the drain omdat iemand niet voldoet aan de eisen van Nederlands en rekenen. Ben ik tegen eisen voor deze vakken? Absoluut niet, maar de idioot hoge eisen die nu gesteld worden zullen alleen nog maar meer ongekwalificeerde uitstroom tot gevolg hebben. En die zal alleen nog maar toenemen als ook de niveaus 1,2, en 3 er aan moeten geloven. En dan zijn we precies daar waar we zowel als overheid en als middelbaar beroepsonderwijs absoluut niet willen zijn. Een overheid die overvraagt moet zich eens realiseren dat wie het onderste uit de kan wil, enig moment het lid op zijn neus krijgt.
En het blijft heel erg wrang, dat we aan onze leerlingen hogere eisen op het gebied van taal en rekenen stellen dan aan de man of vrouw die voor de klas staat. De overheid zou dáár iets aan moeten doen.

The times they are etc.

Verandering zit in het DNA van de mens, of je nu wilt of niet. Die veranderingen gaan soms schoksgewijs, soms sluipend. Ooit heb ik een akte van bekwaamheid als onderwijzer behaald, maar volgens mij bestaat de onderwijzer niet meer. Wanneer is dat gebeurd en waarom is het mij niet verteld? Ook de lagere school waar ik zelf onderwijs genoten heb en voor opgeleid ben, is niet meer. Ik moet er nog steeds aan wennen en betrap mezelf er op vaak het begrip lagere school nog te gebruiken. Afgelopen week was Meneer Van Dalen Wacht Op Antwoord onderwerp van gesprek bij ons aan de keukentafel. Of dat nog onderwezen werd. Vriend Kees, die al bijna veertig jaar met hart en ziel voor  lagere school, pardon, basisschool klassen staat maar eens gevraagd. De vraag overviel hem een beetje (zelf onderdeel van het proces zijn maakt dat je het proces zelf niet zo scherp ziet), maar het ezelsbruggetje wordt niet meer aangeleerd. En waarom dan niet? En het voor mij verbijsterende antwoord: omdat bewerkingen als machtsverheffen en worteltrekken niet meer op de basisschool geleerd worden. En hij vervolgde met een diepe zucht over het niveau van het rekenen, een niveaudaling die zich tijdens zijn lange carrière voor zijn ogen voltrok.

Uit de school geklapt 13

De wachtwoordterreur heeft nu ook onze leerlingen bereikt. Moesten wij al aan allerlei voorwaarden voldoen om maar ingelogd te raken, nu gaan we het ook onze leerlingen moeilijk maken. De meest belachelijke regel is dat elke 90 dagen het wachtwoord veranderd moet worden en dat het niet mag lijken op de 20 voorgaande. Een snelle rekensom leert dat je dus voor zo’n 5 jaar verschillende wachtwoorden moet bedenken. Degene die deze draconische regel bedacht heeft, zal wel zijn eigen intelligentie als maatstaf gebruikt hebben, want er is bijna geen mbo’er die vijf jaar over z’n opleiding doet.

Van de splinter en de balk

‘Beter hbo: toezicht tot in de klas’ kopte de Volkskrant zaterdag jl. op de voorpagina. En vervolgens een opsomming van de heldhaftige besluiten die staatssecretaris Zijlstra genomen heeft om de kwaliteit van het hbo te verhogen. Het is echter maar de vraag of de voorgestelde en genomen maatregelen het werkelijke probleem aanpakken. Politici staan bekend om hun onvermogen tot reflectie op het eigen handelen. Die hebben zoiets van ‘het verleden, daar ben ik al geweest en daar is geen kiezerswinst te behalen.’ Maar het zijn de politici geweest die indertijd het systeem van de in- en output bekostiging in mbo en hbo bedacht en geaccordeerd hebben. En het is precies die bekostigingssystematiek die je elke keer als docent-beoordelaar in een duivels dilemma brengt. Op het moment dat ik een leerling kwalificerend beoordeel, oefen ik ook invloed uit op mijn eigen werkgelegenheid. De onafhankelijkheid die ik in het verleden als beoordelaar had, is mij afgenomen door diezelfde politici die nu moord en brand schreeuwen over frauderende docenten en commissies die niet onafhankelijk zijn. Ik ben benieuwd wanneer ze eens heldhaftige maatregelen nemen om de kwaliteit van politici te waarborgen.

Bron: Wikimedia commons

Het verschil tussen onderwijs en televisie

Mijn praktijklessen zijn zo opgebouwd, dat de leerlingen op gezette tijden producten in moeten leveren. We bespreken het resultaat, proeven een en ander en daarna gaan ze weer verder met de volgende hobbel. Gisteren bleef een van hen wat hangen bij de doorgifte tafel en vroeg waarom ik relatief weinig aandacht besteedde aan datgene wat op de borden lag. ‘Bij die kookprogramma’s op tv kijken ze helemaal niet naar wat je doet, alleen maar naar wat er op het bord gepresenteerd wordt.’ Ik probeerde hem uit te leggen dat wat hij inlevert voor mij het resultaat is van de weg die hij samen met zijn producten, materialen en technieken aflegt. En als ik in staat ben om hem de juiste wegen en weggetjes te leren en hem er van weerhoudt de verkeerde afslagen te nemen, er vanzelf een goed product uitkomt. En als ik alleen het resultaat zou bespreken, het neer zou komen op incident management. Ik moest vandaag aan dit gesprekje denken toen ik in de krant een recensie zag van een van die kookprogramma’s. Nu lees ik tv-recensies nooit omdat ik geen tv kijk, maar nu was ik toch nieuwsgierig naar wat er geschreven was. De recensent beschreef inderdaad het beoordelen van de resultaten van de kookinspanningen. Er werd waarschijnlijk niet zo denderend gekookt in deze aflevering, want het oordeel van de presentatoren was louter negatief. Maar dat werd in dusdanige bewoordingen gedaan, dat het wat mij betreft afzeik-tv was. Blijkbaar doet dat het goed bij de kijkers. Ik weet in ieder geval wat ik mijn leerling de volgende keer zal vertellen: kookprogramma’s moeten hoge kijkcijfers scoren, ik moet goede koks afleveren. Dat is ‘t verschil.

Koken toen er nog geen tv was.

‘T is maar wat je belangrijk vindt …

Gisteren een berichtje in de krant: lesgeven is steeds meer ‘bijzaak’ in het hbo. Vervolgens wordt gemeld dat uit onderzoek blijkt dat hogescholen gemiddeld maar 25% van hun budget besteden aan de onderwijsactiviteiten tussen leraren en studenten. Waar gaat die 75% dan naar toe? Overhead o.a. vanwege dure fusies, ambitieuze investeringen in vastgoed en hogescholen besteden jaarlijks honderden miljoenen aan onderzoek, onderzoek dat niet bekostigd wordt door de overheid. Volgens mij is de kernactiviteit van hogescholen onderwijs, mensen opleiden voor een beroep en niet onderzoek of vastgoed.
Voor een van die hogescholen neem ik eindassessments af bij de lerarenopleiding. Heel inspirerend om te doen. Maar hoe belangrijk vinden we het eigenlijk als samenleving dat aankomende docenten op een goede manier beoordeeld worden? De assessments worden door twee assessoren afgenomen. Voor de hogeschool assessor zijn de assessments in de week-jaartaak versleuteld. Voor de veldassessoren, mensen uit de onderwijspraktijk waarvoor opgeleid wordt, is er vacatiegeld beschikbaar: € 50,-. Naar aanleiding van het bovengenoemde bericht heb ik eens uitgerekend wat het me financieel oplevert: een assessment duurt 3,5 uur, met een uur reistijd kost het me in totaal 4,5 uur. Omdat ik over die €50,- 42% belasting moet betalen, blijft er een uurloon van € 6,44 over. Dat vinden we het dus waard. Maar dat verdien ik dan wel weer in een mooi gebouw.

 

De inspiratiedag

De inspiratiedag

Gisteren hadden we een sectordag, die voor de gelegenheid omgedoopt was tot inspiratiedag. De boodschap: laat je inspireren door de lezingen/workshops met als rode draad de loopbaanbegeleiding. De eerste spreker was Tom Luken. Het belangrijkste wat ik er leerde: verwar studiebegeleiding niet met loopbaanbegeleiding. Vaak worden die twee door elkaar gehaald en even vaak wordt er eigenlijk niet aan echte loopbaanbegeleiding gedaan. De eerste ronde ging voor mij over de plaats die een mini-onderneming in het eerste jaar van een opleiding in kan nemen. De ervaring die men opgedaan had, onderstreept door het optreden van twee leerlingen die het tweede deel van de presentatie voor hun rekening namen, waren positief. Onthouden dus, niet pas in het laatste jaar die onderneming. De tweede ronde was een bevestiging van de eerste. Omdat ik geen interessante bijdrage in deze ronde kon ontdekken, ging ik aan de praat met een van de leerlingen die onderdeel van de organisatie waren. Hij zit in het tweede of derde jaar van zijn opleiding en krijgt nu pas te maken met een min of meer echt project. De waarde voor hem: ‘tja, je bent eerst een paar jaar bezig met theoretische basis, maar hier gaat het eigenlijk om.’ Zo snel mogelijk beroepservaringen opdoen dus. Derde ronde: sociale media in de bpv. Daar was voor mij inhoudelijk niet zoveel te halen, maar ik had mezelf de opdracht gegeven goed te luisteren en kijken naar de reacties van de aanwezige collega’s. En die waren af en toe diep droevig. Het gebrek aan kennis, maar vooral ook de onwil om iets aan dat gebrek te doen, waren af en toe stuitend. Eigenlijk zeggen ze tegen hun leerlingen: ‘Ik leid je wel op voor een beroep in een maatschappij, maar ik weiger me op de hoogte te stellen van hoe die maatschappij er uit ziet.’ In de middag een dynamische en intensieve workshop over rekendidactiek die mij met de neus op het feit drukte dat ik geen enkel idee heb van de rekenniveaus die op dit moment in het mbo onderscheiden worden. Ook leerzaam dus.

Maar, er waren ook een paar gemiste kansen. Na afloop een kort gesprekje met een paar leerlingen (er waren er heel wat ingezet bij de organisatie, goede zaak). ‘Dit telt zeker als een beroepsprestatie in je portfolio/bpv-boek?’ ‘Nou, dat ziet u een beetje verkeerd.’ ‘Hoe dat zo?’ ‘Nou, ze houden er wel een beetje rekening mee als je bij een andere prestatie op een onderdeel wat zwak scoort, maar dat is ’t wel.’ Wat mij betreft een mispeer van de bovenste plank. De tweede mispeer was ook zo’n prachtige kans. Een afdeling die én ict-opleidingen én marketing en communicatie-opleidingen in huis heeft, kan anno 2011 niet meer op de proppen komen met een papieren enquête. Maar het gebeurde toch.

Al met al een geslaagde dag, omdat het vooral om onderwijs en kennisuitwisseling ging. En natuurlijk de collega’s weer zien die we al een paar maanden niet meer gesproken hadden.

Klik hier voor het verslag van presentator Karin Winters.