Dodenherdenking 2018

‘Blijkbaar gaat dat zo in Nederland: rond de Dodenherdenking is vaak wat te doen.’ Zo begon ik mijn blogpost van 29 april 2012. De aanleiding was een gedicht van Auke, waarin hij het sneuvelen van zijn oudoom aan het Oostfront memoreert. Het gedicht heeft heel wat reacties opgeleverd, afkeurend en instemmend.
We zijn nu zes jaar verder en weer is er wat te doen rond de Dodenherdenking. Het gaat nu om de lichaamsomvang van leden van de erewacht, die geen goedkeuring kan vinden in de ogen van tv-kijkers en deelnemers aan het defilé. Lees verder

CuliCul 12 Het wezen van de Rostbraten

Op een van de laatste avonden tijdens onze vakantie in Oostenrijk belandden we in een restaurant. Niet zo’n doorsnee vertegenwoordiger van de gutbürgerliche Küche waar de menukaart nog de geest van de jaren 50 ademt, maar het restaurant dat behoort tot een zakenhotel met een wat modernere menukaart. Op de kaart ook een paar klassiekers:

SpeisekarteJuni2016.pdf

Omdat ik zin had in een goed stuk vlees, koos ik voor de Zwiebelrostbraten. Toen de serveerster na het opnemen van de bestelling wegliep, vroeg ik me af waarom ze niet naar de gewenste cuisson (gaarheid) van het vlees vroeg, ik verwachtte nl. iets in de geest van een entrecote. Toen het gerecht geserveerd werd, begreep ik waarom. Wat ik kreeg waren twee gare plakken heel zacht vlees (leek een beetje op rolladeplakken, maar dan zonder vet e.d.), een puike uiensaus met garnituur van geroosterde uitjes, voorbeeldig gebakken aardappelen en ingemaakte komkommer. Met het gerecht op zich was niets mis, maar, vroeg ik me af, is dit nou wel een Rostbraten? Weer thuis maar eens op onderzoek gegaan. Continue Reading “CuliCul 12 Het wezen van de Rostbraten”

Terug naar school

Twitter heeft mij al op vele plaatsen gebracht waar ik anders nooit was gekomen en me mensen laten ontmoeten die ik anders waarschijnlijk nooit had ontmoet. Dit keer was het Bolnes, een stukje Ridderkerk dat vroeger bekend was van de scheepswerven aan de Nieuwe Maas.  En Twitter bracht me naar een instituut waar ik al meer dan 30 jaar geen voet meer gezet had: een basisschool. Het contact met Karin, de directeur, was ook via Twitter gegaan en zij nodigde me op een keer uit om maar eens te komen kijken hoe het er tegenwoordig aan toe kan gaan op zo’n school.
In zo’n 1,5 uur doorliepen we de school en bezochten alle groepen, de een wat langer dan de andere. De school hanteert het concept van ontwikkelingsgericht onderwijs, waarbij een van de doelen is de kinderen een onderzoekende houding aan te kweken. Bij de eerste groep die we bezochten, de kleuters, werd dat direct duidelijk. Het thema waar ze mee bezig waren was groenten. Er was een groentewinkel, echte en getekende groenten, boodschappenlijsten, etc. In een hoek met een miniatuur wasbak/aanrecht waren een paar kinderen bezig met een pan water waarin ze rauwe groenten deden en fiks roerden. Doel was een soep, een potage froid dan, want er was geen vuur. Ik kreeg door een van de kinderen ook een beker koffie (=water)  aangeboden, allemaal in het kader van eten en drinken. En even was ik weer het kind dat ik zelf ooit was en zuchtte onder de tucht van een non. Maar hier liep  tussen al het doelmatige gekrioel de juf, eerst onverstoorbaar een paar kinderen helpend bij het digibord, daarna met een paar andere boodschappenlijstjes opstellend. Zo gingen we van groep naar groep.
Continue Reading “Terug naar school”

Amsterdam Symposium on the History of Food 2016

Vorige week bezocht ik het Amsterdam Symposium on the History of Food. Het werd voor de derde keer georganiseerd door instituten verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Locatie was de aula van de oude Lutherse kerk aan het Singel in Amsterdam, een pracht locatie.

Oude Lutherse Kerk

Het thema dit jaar was Fire, knives and fridges: the material culture of cooking tools and techniques, de materiële kant van het koken dus. Wat me opviel was het grote kwaliteitsverschil tussen de presentaties/lezingen. De wetenschappelijke inhoud was ok, daar was een selectiecommissie aan te pas gekomen. Wat echter een paar keer bedroevend was, was de voordracht zelf. Blijkbaar worden daar geen eisen aan gesteld en wordt er geen aandacht binnen studies aan besteed, jammer.
Continue Reading “Amsterdam Symposium on the History of Food 2016”

CuliCul 11 Over het ontstaan van de klassieke Franse keuken

Jaren geleden vond ik bij een Frans plattelandskruidenierswinkeltje een facsimile-uitgave van La Varenne’s Le Cuisinier Francois uit 1689. De oorspronkelijke, eerste uitgave dateert van 1651. Voor 60 frs was het mijn.

Cuisinier Amsterdam 1653
Amsterdam, 1653, piratenuitgave
Rouen. 1689, ? druk
Rouen. 1689, ? druk*

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op dat moment wist ik niet veel meer dan dat La Varenne zo’n beetje de eerste was die een kookboek had gemaakt waarin de recepten systematisch geordend waren. Als cultuurhistoricus met een gastronomische achtergrond ben ik altijd geïnteresseerd geweest in het ontstaan van de klassieke Franse keuken en ik wist dat La Varenne een belangrijke rol in die geschiedenis gespeeld had. Maar hoe en wat bleef lang duister. Ook de vele boeken over de geschiedenis van ons voedsel wierpen daar geen licht op. Totdat ik recentelijk op het spoor kwam van A revolution in taste van Susan Pinkard, die precies dát ontstaan beschreef.

Het fundament werd in de eerste helft van de 17e eeuw gelegd, toen twee ontwikkelingen samenkwamen: een veranderend voedingsmiddelenaanbod en het ontstaan van een nieuwe elite.

Voedingsmiddelen
In de 16e eeuw nam het aantal verschillende voedingsmiddelen fors toe onder invloed van soorten die in de mediterrane moslimgebieden geteeld werden en alles wat vanuit de nieuw ontdekte gebieden aangevoerd werd.

Relatie voeding en gezondheid
Tijdens de middeleeuwen en renaissance zag men een sterke relatie tussen voedsel en gezondheid. Dat ging terug op Galenus en zijn leer van de lichaamssappen met hun grondkwaliteiten (vochtig, droog, warm, koud). In de 16e eeuw kwamen er door de ontdekkingstochten veel nieuwe producten op de markt. Een aantal van die producten vond snel ingang, andere deden er eeuwen over, de aardappel bijvoorbeeld. De producten die snel opgenomen werden (kalkoen, bonen, chilipeper), pasten in de opvattingen over de lichaamssappen.

De toegenomen soortenvariëteit in met name groenten was alleen bereikbaar voor diegenen die zelf groente en fruit konden verbouwen. Dit gold vooral voor de elite die op het platteland rond Parijs moestuinen aan liet leggen. Groenten werden een luxe product; specerijen, vanwege de grote toevoer werden deze goedkoop, verloren hun luxe karakter.
Continue Reading “CuliCul 11 Over het ontstaan van de klassieke Franse keuken”

Hoe de betekenis van woorden kan veranderen: kjoe

Dit weekend had de Volkskrant in de bijlage een reportage over ‘outdoor cooking’. Barbecues en aanverwante apparaten waar je voedsel op en in kunt bereiden spelen daarin de hoofdrol. Het is de wereld van wat je buiten doet dat je binnen ook kunt doen. Het verschil is dat buiten koken blijkbaar een gevoel van vrijheid geeft en je kunt het met meerdere mensen tegelijkertijd doen, socialiseren dus. Koken verbroedert. Als ik het artikel mag geloven is er een hele cultuur rond het verschijnsel ontstaan met zelfs een eigen jargon. Waar de kok spreekt over de ‘kachel’ in plaats van het fornuis, spreekt de buitenkoker over een ‘q’. Een kjoe? Als ik iemand over de kjoe hoor, denk ik maar aan één fenomeen: de Haagse popband Q65 die met hun fonetisch steenkolen Engels en muziek in de geest van Outsiders en Pretty Things onderdeel uitmaakte van mijn coming of age. Schuifelen op Ann, dat niet lang genoeg kon duren.

Maar een kippenpoot op de kjoe gooien? Misschien hadden zij het tijdens een optreden prachtig gevonden, ik vind het heiligschennis.

 

Nostalgia: de Top 40

Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat radio Veronica de eerste Top 40 uitzond. The Beatles, Radio Veronica. de Top 40, op zaterdag naar school, het maakte allemaal deel uit van mijn tienerjaren. Ik loop naar mijn grote groene kist die vol zit met fysieke jeugdherinneringen. Er zit ook een stapeltje exemplaren van de Top 40 bij. Het vroegste exemplaar dateert van 14 september 1968, het laatste van 6 december 1969, allemaal wekelijks opgehaald bij Discocentrum van mijnheer Krijtenberg in Uithoorn. De zaak bestaat nog steeds. Op 14 september 1968 kwam Hey Jude van The Beatles op 1 binnen. Het grootste, en in mijn ogen beste, deel van hun muzikale werk lag toen al achter hen. En ik had het allemaal mogen meemaken. Ik bekijk de lijst en kan me bij bijna ieder nummer nog muziek en tekst voor de geest halen. Bij The Hepstars, die met Sunny Girl een klein hitje hadden, speelde Benny Andersson die later met Abba furore zou maken. Op 6 december 1969 staat  Oh well, part I van Fleetwood Mac op 1. Opvallend is dat Elvis ook genoteerd staat, met Suspicious Minds. In mijn herinnering was hij al uitgerangeerd als hit artiest. Wat verder opvalt is dat er 17 (voor zover ik kan nagaan) Nederlandse artiesten in staan, dat waren er in de lijst van 1968 slechts 8!
Dit schooljaar startte ik met een klein groepje niv 1 leerlingen, dezelfde leeftijd die ik had toen ik mijn ‘gedrukte exemplaren’ ophaalde. In de introductieles lieten ze allemaal 1 minuut van hun favoriete muziek horen. Ik vroeg ze of dit Top 40 muziek was, het bleek gewoon muziek te zijn die zij op dat moment goed vonden. Top 40 en hitlijsten zijn zaken waar zij zich niet zo druk over maken. Hoe anders dan in mijn jeugd: de Top 40 was toch een soort muzikaal ijkpunt. Maar Dylan voorspelde het al in 1964: ‘The times they are …’.

Top 40 680914
De lijst van 14 september 1968
Top 40 691206
De lijst van 6 december 1969