Taal en vaktaal in het mbo

onze-taal1

Het vakblad Onze Taal besteedt in het novembernummer ruime aandacht aan de taal die je hoort en ziet in de Horeca. Het gaat niet om het jargon dat door de mannen en vrouwen in keuken en restaurant gebruikt wordt. De vraag is: op welke manier kom je als gast in aanraking met dat specifieke taaltje? Om gerechten te omschrijven is er een verschil in het taalgebruik door een restaurant en een snackbar, de taal van de bedrijfsnamen is volgens de auteur van het artikel het bestuderen waard en Johannes van Dam, wie anders, schrijft over het taalkundig wel en wee van de restaurantkritiek. Wat kunnen we hiermee in ons vakonderwijs waar de taaleisen alleen maar hoger worden? Ik denk aan oefeningen rond beschrijvingen van gerechten, maar ook bedrijfsformules bedenken bij bedrijfsnamen. Ook kun je bedrijfsformules laten voorzien van bedrijfsnamen, waarbij cursisten moeten verklaren hoe ze tot hun keuze gekomen zijn. In een klas van twintig leerlingen zijn zo tegen de twintig bedrijven vertegenwoordigd. Variatie genoeg lijkt me. Laat ze eens zelf een recensie schrijven van hun leerbedrijf, alsof ze een gast zijn. Zelf gebruik ik al heel lang recensies uit kranten en tijdschriften voor oefeningen begrijpend lezen. Wat staat er? Wat bedoelt de schrijver? Hoe gedraagt die of die persoon zich? Alleen spelling is een probleem. Hoe krijg je dat op deze leeftijd nog aangeleerd? Het is vaak tenenkrommend wat er ingeleverd wordt. Maar eerlijk gezegd, dat is het soms ook met andere taaluitingen die ik onder ogen krijg. En die zijn niet van leerlingen afkomstig.

Tagged , , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *