Studium

Vanmorgen was ik te gast bij Hogeschool StoasVilentum. In de masteropleiding Leren & Innoveren wordt elke periode die een overkoepelend thema kent met een studium afgesloten. In dat studium presenteren studenten hun onderzoeks-/leerresultaten over dat thema aan elkaar en aan gasten. Dit keer was het thema leerpsychologie. Het is de bedoeling dat tijdens een rondetafelsessie de presentatoren het gesprek aangaan met het aanwezige publiek. Dat kan het uitwisselen van gedachten en ervaringen zijn, het voeren van een discussie over een stelling of het proberen op te lossen van een opgeworpen probleem.

In de eerste ronde van drie zat ik in een sessie over Motivatie en nieuwsgierigheid. Aan de hand van twee korte presentaties werden de begrippen toegelicht. Het publiek mocht zich buigen over de vraag welke rol nieuwsgierigheid speelt bij het leren. Persoonlijke ervaringen met nieuwsgierigheid werden uitgewisseld. Zelf zat ik met de vraag welk verschil er in de bestudeerde literatuur gemaakt wordt tussen de twee begrippen; in de gesprekken werden ze namelijk constant door elkaar gebruikt. Een bevredigend antwoord heb ik er niet op gekregen, hoewel ze in een van de gepresenteerde theoretische modellen duidelijk onderscheiden werden. Het vermoeden ontstond bij mij dat de presentatoren daar zelf niet over nagedacht/gesproken hadden of niet boven de materie stonden.

Ronde twee zou over Van passie tot zelfsturing gaan. Een onderwerp dat mijn nieuwsgierigheid wekte, omdat ik daar in mijn vakgebied en rol als docent ook mee te maken heb. Helaas hadden de presentatoren besloten het onderwerp te veranderen als gevolg van nieuwe inzichten op grond van de bestudeerde literatuur. Niks mis mee natuurlijk, maar het lijkt me rijkelijk laat dat pas op het moment van de presentatie te melden, dat weet je volgens mij veel eerder. Hoe serieus neem je je publiek, denk ik dan, moet je eens doen als je in een innovatietraject zit. Er ontstond wel een geanimeerde maar brave discussie over het begrip reflectie, en welke rol dat in leerprocessen speelt. Enig moment kwam de interessante opmerking dat reflecteren een leerstrategie/-stijl/-voorkeur zou zijn, helaas was de tijd te kort om de gevolgen van die uitspraak te doordenken.

Ronde drie bracht mij bij Metacognitie belangrijk bij transfer of learning? De vier presentatoren pitchten hun specifieke invulling van het onderwerp, een leuke manier om heel snel het onderwerp neer te zetten. Ik kwam aan de tafel van een student die zich afvroeg wat zij moest doen om haar heterogene groep deeltijd studenten tijdens de studie gebruik te laten maken van elkaars kennis en vaardigheden. Als voorbereiding had ze diverse citaten uit theorieen verzameld en op tafel uitgestald om daarmee aan de gang te gaan. Wat wij daar vervolgens mee moesten doen werd niet uitgelegd. Wel ontstond er, ook hier, een geanimeerd gesprek over persoonlijke ervaringen.

En dat brengt mij bij de vraag: wat vond ik er nou van? Ik heb er een heel ambivalent gevoel bij. De ambivalentie gaat niet over goed of slecht, ik heb echt genoten, maar wel over: voor wie was het goed? Ik moest heel erg denken aan mijn eigen vakgebied, de Horeca. Daar kennen we het concept van de bedrijfsformule en het verwachtingspatroon van de gast dat daarvan een afgeleide is. Ik zag vanochtend  enorm enthousiaste studenten, die graag wilden vertellen wat ze dachten, vonden, ervaren hadden, wilden, voor zich zagen, etc. Heel erg bezig met zichzelf. Als gast verwachtte ik een toelichting en uitdieping van de onderwerpen die op de menukaart stonden, aan de hand van de bestudeerde literatuur en geproduceerde papers, met alle onzekerheden, vraagtekens en discussiepunten die dat oplevert. Een voorbeeld maakt het misschien duidelijk. In ronde twee vertelde een van de presentatoren over een experiment dat zij op school met haar studenten mocht uitvoeren. Een periode (ik meen een half jaar) mochten de studenten zelf hun leerproces vorm en inhoud geven. Top! dacht ik, mijn held Carl Rogers is nog niet dood: Leren in vrijheid! De casus bleef echter een voetnoot in het gesprek, terwijl hier het concept zelfsturing in volle glorie aan de orde was. En het maakt mij niet uit of dat nu een eclatant succes of faliekante mislukking was geworden, het verloop van het proces is voor een aankomend innovator een hoofdgerecht om van te smullen.

Tot slot viel me op dat in geen van de sessies de link gelegd werd tussen het bestudeerde onderwerp, leerpsychologie, en de rol daarvan in onderwijsinnovatie en innovatieprocessen. Toch een werkterrein van de aankomend innovatoren.

Graag laat ik me uitnodigen voor een volgend studium.

Tagged .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

One Response to Studium

  1. Martijn zegt:

    Beste Paul,

    ik kon er gister door – overigens bijzonder gelukkige – omstandigheden niet bij zijn. Ik had graag even gesproken met je over nieuwsgierigheid en motivatie. Ik ben erg benieuwd (nieuwsgierig zo je wilt) welk theoretisch model er werd gepresenteerd waarin de twee begrippen onderscheiden worden. Ik vind het in ieder geval wel een lastig verhaal om ze goed te onderscheiden. Wat het volgens mij lastig maakt is dat het beiden geen simpel te interpreteren begrippen zijn, maar ik wil graag een poging doen! Wat nieuwsgierigheid betreft kun je grofweg onderscheid maken tussen twee verschillende soorten nieuwsgierigheid. 1) vanuit interesse en 2) vanuit een specifiek kennistekort. In het stuk dat ik geschreven heb, heb ik nieuwsgierigheid omschreven als (meer) willen weten. Of dat nu is omdat je geïnteresseerd bent in vooroorlogse naaimachines of omdat je wilt weten wie de moordenaar is in het boek dat je leest, het doel van het gedrag (info zoeken, boek uitlezen) is om meer te willen weten. Op die manier kun je nieuwsgierigheid goed als een vorm van intrinsieke motivatie zien, motivatie is immers de kracht die aanzet tot doelgericht gedrag. Er zijn echter ook wel verschijningen van nieuwsgierigheid die ik lastiger te rijmen vind met motivatie. In de literatuur gaat het ook over ‘sensory curiosity’: we kijken op bij geluid, of in de richting van een plotselinge lichtflits. Net als bij ‘perceptual curiosity’ (we kijken langer naar complexe figuren dan naar minder complexe, iets dat verrassend/verstorend is trekt onze aandacht) gaat het hierbij om het trekken van onze aandacht. Hier staat nieuwsgierigheid wat mij betreft los van motivatie. Als het gaat om het ‘trekken van onze aandacht’ is nieuwsgierigheid als persoonlijkheidstrek belangrijk. Hoe nieuwsgieriger we zijn, des te makkelijker is onze aandacht te trekken, des te makkelijker worden we nieuwsgierig. Het mooie hiervan is dat nieuwsgierigheid ontwikkelbaar is: hoe vaker/meer we nieuwsgierig zijn hoe nieuwsgieriger we worden. Ook daarin valt onderscheid te ontdekken. Gemotiveerd om te ‘willen weten’ lijkt over het zoeken naar zekerheid te gaan: antwoord op de vraag, einde nieuwsgierigheid. Een open einde van een film maakt ons echter ook nieuwsgierig, zonder dat we op zoek kunnen naar het (zekere!) antwoord. Het is leuk om door te praten, te fantaseren over het mogelijke vervolg van de film.
    Nieuwsgierigheid is voor mij in ieder geval onlosmakelijk verbonden met onderzoekend gedrag. Dat lijkt me bijzonder interessant voor de schoolse context. We zijn immers al een tijdje af van het idee van passieve kennisoverdracht… Rond het nu even af, hoop dat ik iets meer inzicht heb geboden maar voor mij valt er ook nog de wereld te ontdekken op dit terrein!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *