Opleiders misschien voorscholen in arbeidsmarktgericht denken?

In Trouw van 17 september jl. stond een verontrustend artikel over het taalniveau van leidsters die werkzaam zijn op Amsterdamse voorscholen. Het artikel is verontrustend omdat blijkt dat 40% van de groep leidsters moeite heeft met lezen en schrijven. Maar er staan ook een paar opvallende zaken in het artikel. Ik citeer: ‘De voorscholen zijn in het leven geroepen om onder meer wat te doen aan de taalachterstand bij kinderen van 2,5 tot 4 jaar. Vierhonderd van de zeshonderd voorschoolleidsters in Amsterdam maakten in juni een test. Hun taalvaardigheid werd eerder nooit officieel getoetst. Ook bestond er geen taalnorm. Ze zijn dan ook wel allemaal gekwalificeerd, maar moeten worden bijgeschoold.’ Wat staat hier nu eigenlijk? Ik kan het niet anders lezen dan dat er mensen in dienst genomen zijn om iets te doen, maar dat nooit van tevoren is vastgesteld of ze dat ook daadwerkelijk kunnen. Dit is iets dat werkgevers zich deels zelf kwalijk kunnen nemen. Er staat ook dat deze mensen gekwalificeerd zijn, maar dat die kwalificatie eigenlijk niet garandeert dat ze ook daadwerkelijk kunnen waar ze voor gekwalificeerd zijn. Dit is iets, en dat gebeurt in het artikel dan ook, dat je de opleiding kwalijk kunt nemen. De voorschoolse leidsters worden opgeleid in het mbo, richting welzijnswerk. Het zijn ook welzijnsinstellingen die de leidsters aannemen. Nu is het zo dat jaren geleden het vak Nederlands wegbezuinigd is in het mbo. Dat is een politiek besluit geweest dat je het mbo niet kwalijk kunt nemen en daar moet dus niemand over mauwen. Wat ik wel vreemd vind, is dat een beroep waarvoor je opgeleid wordt, niet die onderdelen bevat die nodig zijn voor die beroepsuitoefening (in dit geval dus Nederlands). Wat meer licht op de zaak werpt een artikel in het Parool van 18 december 2008. Ook daar stadsdeelbestuurders die klagen over het taalniveau. Vervolgens laat een vertegenwoordiger van een welzijnsinstelling een fraai staaltje mbo-denken zien: ‘De scholen moeten zich bovendien niet blindstaren op de taalprestaties, vindt Martin. “Welzijn is ook een belangrijk onderdeel van de voorschool”.’ Deze man zou zo werkzaam kunnen zijn op een roc: stel je voor dat je opleidt tot waar de beroepspraktijk om vraagt!

leesplank

Tagged , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

One Response to Opleiders misschien voorscholen in arbeidsmarktgericht denken?

  1. Oplossing is het breder en vaker inzetten van EVC instrumenten, e.e.a hoeft niet tot verzilvering te leiden maar kan ook een op maat geschreven opleidingsadvies opleveren. Werkgevers zijn op dit moment actiever in EVC omdat zij willen weten wat voor vlees ze in de kuip hebben, ROC’s maken bijna geen gebruik van dergelijke instrumenten ook niet vanuit het werkgeversprincipe. Met de wet BIO in de hand zouden werkgevers (lees ROC’s) jaarlijks zo’n instrument in moeten zetten om aan ontwikkeling van hun personeel te werken. Maar ja…zolang bedrijfsvoering de klok slaat is personeelsbeleid en onderwijskwaliteit het ondergeschoven kind van de ROC’s en dus later gezien jouw stuk van de maatschappij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *