Open brief aan Claire Boonstra

Beste Claire,

ineens was je daar, op het speelveld van het onderwijs. Als een streaker trok je de aandacht van velen die zich met de verbetering van het onderwijs bezighouden. Ik hoorde voor het eerst van je n.a.v. je optreden bij Tedx in Amsterdam, waar je een gloedvol betoog hield. Wat ik onthouden heb van de berichten die er over op Twitter voorbijkwamen, was je grote betrokkenheid bij de stand van het Nederlandse onderwijs. Daarna ontmoette ik je heel kort op het Edubloggersdiner in Utrecht en vervolgens zie ik je op Twitter regelmatig in gesprek met onderwijsmensen. Tot zover wat ik van je weet. Waar je verder vandaan komt vind ik in dit kader niet zo interessant, veel belangrijker vind ik waar je naar toe wilt. Om daar achter te komen heb ik je manifest gelezen. Maar voordat ik daar op in ga, schets ik eerst het referentiekader van waaruit ik denk en schrijf. Ik werk al meer dan dertig jaar in het mbo, waar ik verbonden ben aan de opleiding tot kok. Dat zijn opleidingen op de niveaus 2, 3 en 4. De laatste 15 jaar doe ik dat voornamelijk met leerlingen ouder dan 19-20 jaar, die niet in een regulier opleidingstraject opgeleid willen of kunnen worden.

En dan nu je manifest. Ik heb wat moeite om uit het relaas te destilleren waar je nu eigenlijk voor staat. Ik zal daarom proberen een aantal voor mij intrigerende passages nader te onderzoeken, waardoor jouw opvattingen ook voor mij duidelijker worden.

In je inleiding schrijf je dat je wilt helpen de maatschappij te veranderen door de schoolsystemen te veranderen. Ik word hiermee direct op het verkeerde been gezet: door gebruik van het woord systemen en het Engels (waarom nou toch?; het Nederlands is zo’n prachtige taal!) vraag ik me af wat je denk/werkgebied is: Nederland, de westerse wereld of heel de wereld? Ik ga er maar vanuit dat het om het Nederlandse onderwijs gaat. Maar los daarvan, het zijn grote woorden: de samenleving veranderen. Ik kan me er wel in vinden, het zijn de idealen van mijn generatie, die alom verfoeide babyboomers. Iets verder leg je nogmaals terecht de relatie tussen de manier waarop onze kinderen geschoold worden en de samenleving die dat uiteindelijk oplevert. Zonder in een kip en ei discussie te willen belanden, is het inderdaad zo dat onze onderwijscultuur, en dat gaat verder dan het onderwijssysteem, voortkomt uit onze samenleving. Ik bedoel daarmee te zegen dat in zijn algemeenheid het onderwijs de veranderingen in de samenleving volgt, bevestigt, soms versterkt, maar niet initieert. Een voorbeeld: de status- en testgerichtheid is geen wens van dat onderwijs, maar een opdracht die vanuit de samenleving verstrekt wordt. De total make-overs op de televisie worden getransplanteerd naar het onderwijs: de maakbare leerling ligt kennelijk binnen handbereik en het onderwijs heeft er maar aan te voldoen.

Ik ben het niet met je eens als je schrijft dat alleen maar zij die onafhankelijk van het systeem zijn, kunnen creëren en innoveren. Hiermee doe je de vele creatieve en innovatieve activiteiten die er op alle onderwijsgebieden plaatsvinden tekort. Dat het er meer zouden moeten en kunnen zijn ben ik met je eens. Maar ze zijn er.

Het onderwijs leidt niet op voor de realiteit. Dat klopt, het onderwijs holt altijd achter de realiteit aan. In het mbo worden leerlingen opgeleid voor beroepen die nu al niet meer bestaan en de beroepen die over vijf jaar bestaan, daarvoor wordt niemand opgeleid. Wat betreft het eerste zouden docenten en bestuurders (in die volgorde) zich eens achter de oren moeten krabben; wat betreft het tweede zou ik zo een twee drie geen oplossing weten. Dit maakt het werken in het vmbo mede tot zo’n hels karwei: waar moet je ze op voorbereiden? En wat betekent dat voor het basisonderwijs?

Je maakt je druk over standaarden waar leerlingen aan moeten voldoen. Dat doe ik ook, maar wel op een andere manier. Ik vind het prettig als de verzorgende die straks aan mijn bed staat aan een aantal standaarden voldoet, onder andere dat er geen kommafout bij het toedienen van medicijnen gemaakt wordt. Of dat de automonteur ook weet wat de diverse technische begrippen inhouden. Maar het fundament voor die kennis en vaardigheden wordt wel op de basisschool gelegd. Het gesprek moet gaan over welke standaarden gehanteerd, dus geleerd moeten worden. En daar komen de standaarden, lees hypes, die de samenleving belangrijk vindt nog eens bij.

Leerlingen moeten niet meer de dingen geleerd worden die vijftig jaar geleden nodig waren. En ook de manier waarop die leerlingen dat moeten leren past niet bij de individuele mogelijkheden en wensen van die leerling. Dat klopt allemaal. Het goede nieuws is dat de mogelijkheden er zijn om dat allemaal te realiseren. De overheid schrijft ons misschien wel voor wat we moeten doen, maar niet hoe. Dat betekent dat de pedagogisch-didactische vrijheid vrij groot is. De randvoorwaarden beperken de vrijheid, soms in ernstige mate. Politici roepen dat je de vrijheid hebt om te gaan en staan waar je wilt om je vervolgens aan een ketting van 1 meter te leggen. Binnen het mbo hebben we het competentiegerichte onderwijs. Dat biedt vele mogelijkheden om tegemoet te komen aan je wensen over het aanbieden van leerstof en het leren door leerlingen. Maar als je geen mensen voor de groep hebt staan die die manier van onderwijs verzorgen aankunnen, dan leidt het tot niets. Het is overduidelijk dat de docent een doorslaggevende rol speelt in het succes van leerlingen. Het feitelijke onderwijs wordt namelijk gemaakt in de ontmoeting tussen mij en mijn  leerling, niet in de bestuurskamer van mijn cvb. Om een bekend gezegde te parafraseren: managers komen en managers gaan, maar de relatie leerling leraar zal altijd bestaan. Wil je het onderwijs veranderen? Begin bij de leraar. Hij of zij is de gids van de leerling door het leerlandschap. Hij of zij vertelt verhalen, toont vergezichten, zegt waar kennis te halen valt, leert vaardigheden aan, laat ruiken, proeven, voelen, spelen en ontdekken. Of niet.

Als je ander onderwijs wilt, staan er twee wegen tot je beschikking: binnen of buiten het systeem. De initiatieven op o.a. het gebied van het nieuwe leren die zich buiten het gevestigde systeem afspeelden, hebben niet tot grote successen geleid, laat staan tot een doorbraak. De initiatieven die op dit moment spelen, o.a. gekatalyseerd door sociale media, spelen zich bijna allemaal af op het terrein van het pedagogisch-didactisch handelen. Of het nu gaat om herinvoering van techniekscholen of om flip de klas. Docenten voelen haarfijn aan waar de winst te halen valt.

Beste Claire, ik ben aan het einde gekomen van mijn relaas. Ik dank je dat je me hebt uitgedaagd weer eens na te denken over fundamentele kwesties. Ik heb geprobeerd de belangrijkste issues uit je manifest te begrijpen en te voorzien van een aantal overwegingen. En soms een oplossingsrichting. Het is niet mijn bedoeling je de moed te ontnemen, dat zou me waarschijnlijk niet eens lukken. Ik wil je wel een, in mijn ogen, realistisch beeld schetsen. Ik wens je heel veel succes op je verdere reis door het mooie landschap dat onderwijs heet. Wie weet kruisen onze reisroutes elkaar nog een keer.

Hartelijke groeten,
Paul Laaper

Voeg toe aan je favorieten: permalink.

One Response to Open brief aan Claire Boonstra

  1. Dag Paul,

    Veel dank voor deze brief! Alles helpt om mijn beeld en gedachten aan te scherpen. Het is werkelijk een zoektocht, naar wat er precies speelt, wat er precies moet veranderen en naar wat mijn rol daarin kan zijn.

    Ik ben blij dat mijn manifesto zoveel reacties heeft opgeroepen – van medestanders alsmede discussie.

    Op 21 december gaan we in debat over het manifesto – doe je mee? http://event.seats2meet.com/event/104/Operation_Education/

    Met dankbare groet,
    Claire

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *