Nienburg: Naar huis!

Ik loop nog een keer door het centrum van Nienburg, bezoek het museum om de collectie te bekijken. Daar was ik niet aan toegekomen na het gesprek met dhr. Ommen. Ik vind het bizar dat de tijdelijke tentoonstelling over het Joodse leven in de regio tot aan WO II gaat. Waarom vind ik het bizar? Mogen  Duitsers daar geen tentoonstelling over maken? Het wordt in ieder geval heel integer uitgevoerd.
Bij het wegrijden probeer ik me voor te stellen hoe de mensen van de Rode Kruis colonne dat ervaren hebben. Blij dat ze de ellende achter zich konden laten? Blij dat ze veel mensen weer zicht op een thuis hadden geboden? Ik ben in mijn leven op talloze plaatsen geweest waar ik niet meer terug zal komen, maar nu voelt het toch anders. Maar ik kan er de vinger niet op leggen. Bij mijn moeder speelden in ieder geval ook praktische overwegingen:
“Dinsdag was de dag van vertrek weer naar Holland. Van één kant speet het me wel, maar och we waren al langer weg dan oorspronkelijk gezegd was dus we kwamen met verschillende dingen te zitten, vooral kousen schoenen. Blote benen bij een uniform staat helemaal niet.”

Op 18 september 1945 verliet het Rode Kruis transport Nienburg weer. Op de foto het plaatselijke ziekenhuis dat gefunctioneerd had als werkplek voor mijn moeder en als doorgangslocatie voor al die zieken die ze in de omgeving gevonden hadden. De foto ontving ik van dhr. Eilert Ommen, directeur van het plaatselijke museum, die het gebouw identificeerde op een van de foto’s die van een groepje medewerkers gemaakt is. Het gebouw bestaat niet meer.

Bollmann´s Krankenhaus - Marienstraße - Ansicht um 194 =_iso-8859-1_Q_0_-_Verlag_Hermann_Lorch

02 groepsfoto

 

 

 

 

 

 

 

 

Het transport had nog een aantal patiënten bij zich. Reizen was geen pretje:
“Het was koud in de wagen want in die ambulances zitten geen portieren of ramen.”

“We vertrokken dus met Elisabeth, nog een andere baby en een man die z’n beide benen in het gips had. Voor dergelijke mensen is het reizen in zo’n auto één marteling. De wegen in Duitsland zijn ontzettend slecht met diepe kuilen en gaten.”

Op het eerste traject, Nienburg-Burgsteinfurt, zat mijn moeder op een ambulance met een aantal kinderen. En toen sloeg de wagenziekte toe.
“Om + 2 uur vertrokken we. Van Straten en ik kwamen in een auto waar we voor liefst 6 kinderen, allemaal + 2 jaar, te zorgen hadden. In ’t begin ging alles goed. Na verloop van 2 uur werden er een paar hangerig en slaperig, geen wonder, die kinderen hadden in een paar dagen niet meer behoorlijk geslapen. Het werd mis. De eerste kreeg diarrhé, 2 anderen werden wagenziek. In tijd van een ogenblik was het een vieze beweging in de auto. We reden in colonne dus konden voor iedere keer dat ze aan ’t overgeven waren onmogelijk stoppen. Op ’t laatst ving ik ’t ergste maar op in een handdoek, deed ’t raampje open en loodste ’t op die manier. Steeds een enthousiast getoeter van de wagen achter ons, die schik hadden en zeiden: “O, Evi is weer aan de was, kijk er eens wuiven met een zakdoek”. Ik de pé in. Het werd ook te erg. Ongelukkig was ’t die dag erg warm, dus in de auto haast niet te harden. En de auto schommelde, en die kinderen huilden, braakten …..de zuster werd ziek!!!”

Uiteindelijk werd mijn moeder de volgende dag ’s avonds laat door twee collega’s bij haar ouderlijk huis afgeleverd:
“Heerlijk weer thuis. De hond die tegen je opspringt. De stoelen waar je lekker in kunt vallen, alles zo welbekend. Het voornaamste vertellen onder ’t drinken van een kop koffie, verschillende dingen uitpakken en toen gauw onder de wol. Ik sliep tot de volgende morgen 10 uur, zalig in m’n eigen bed met lakens. Het was een leerzame reis voor mij geweest op allerlei gebied. De voornaamste feiten en gebeurtenissen heb ik in dit verslag zo goed mogelijk weergegeven. Een levensles is het tevens geweest. Ik heb gezien hoe ontzettend veel leed er momenteel is, jammergenoeg heb ik ook meegemaakt hoe de mensen moreel achteruit gegaan zijn de laatste jaren. Laten we hopen dat dat weer gauw veranderd.”

Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Bij zijn bevrijding uit het kamp had mijn vader, naast de kleding die hij aan had, nog maar één ding: de foto die hij bij het afscheid in 1938 van mijn moeder had gekregen.

1938

1938

1945

1945

foto kamp achterzijde

achterzijde

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee dagen na mijn moeders thuiskomst uit Nienburg schreef mijn vader zijn eerste brief sinds zijn bevrijding uit het kamp in Pakanbaroe. Op papier van het Australian Red Cross en met potlood.

21 september 1945 1e brief uit Pakanbaroe

21 september 1945 1e brief uit Pakanbaroe

En ik vraag mij af hoe iemand na drie jaar kamp zijn eerste brief zo kan eindigen:

“Schrijf zoo spoedig mogelijk hoe het met jullie gezondheid is. Ook over de toestand in Holland in verband met mijn eventuele toekomstplannen. Veel groeten van Henny”

In de brief refereert hij aan Jan, zijn broer, die in 1939 als missionaris naar Nieuw Guinea ging. Hij wist toen nog niet dat deze, op de vlucht voor de Japanners, in 1943 verdronken was. Ook van het lot van Ferry, zijn Hilversumse jeugdvriend met wie hij samen naar de Oost ging, was  hij nog niet op de hoogte.
Maar bevrijd wil nog niet zeggen dat je thuis bent. Na verplaatst te zijn naar de Oranjeschool in Medan duurde het tot maart 1946 voor hij aan boord ging van de Tsjisadane voor de thuisreis. Op 12 maart stuurt hij een telegram aan zijn verloofde:

Telegram 12 maart 1946

Telegram 12 maart 1946

Krantenbericht maart 1946

Krantenbericht maart 1946

Passagierslijst

Deel passagierslijst Tsjisadane

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 1 april zette hij in Amsterdam weer voet op Nederlandse bodem. (Volgens deze bron kwam het schip pas op 3 april in IJmuiden aan.) Na 7 jaar en 3 maanden zagen Henny en Evi elkaar weer.

Ter gelegenheid van zijn thuiskomst werd een gezellig samenzijn georganiseerd, waar ook liedjes gezongen werden met speciaal gemaakte teksten (een veel toegepast concept in beide families). Hier twee voorbeelden. Het eerste beschrijft de aankomst in IJmuiden, maar hij mag daar nog niet van boord. Het tweede verhaalt het Indisch avontuur.

Lied IJmuiden

Lied Indië

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik verbaas me over de vrolijkheid en haast nostalgische toon waarop er over het recente verleden gesproken en gezongen wordt.

Op 29 oktober 1946, zes jaar later dan gepland, trouwden mijn ouders, een huwelijk dat tot 1990 duurde toen mijn vader overleed.

Trouwfoto klein

 

 

Tagged , , , , , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *