Nienburg: De tochten

De missie naar Nienburg had maar één doel: zoveel mogelijk Nederlanders repatriëren uit het gebied dat viel onder het bevel van het Engelse 30ste legerkorps. In het gebied waren al Nederlandse verbindingsofficieren voor de repatriëring actief, die een voorlopige inventarisatie gemaakt hadden van waar er mogelijk nog Nederlanders waren. Op basis van die informatie werden er lijsten opgesteld die gebruikt werden bij de diverse speurtochten.
Namenlijst

Het gebied waar de Rode Kruis missie actief was, strekte zich uit van Hamburg tot Kassel. Maar niet iedereen die aangetroffen werd, werd meegenomen. Uit het officiële verslag:

Verslag 4 september 1945

Ook mijn moeder slaakt eenzelfde verzuchting:
“’s Maandags was de beurt aan Lünenburg onder leiding van Dr. Verhoeff. Bij het Hollandse kamp aangekomen zagen we juist een groep vertrekken. Er lag één patiënt, ’n Rotterdammer die de hele oorlog in een concentratiekamp gezeten had. Hij was niet vervoerbaar. Dat is het naarste van alles, iemand achter te moeten laten die hunkert om mee te gaan.”

Het bovenstaande gold niet alleen voor de reis naar Lübeck en Lünenburg, maar ook voor andere locaties die bezocht werden. Vaak bleken patiënten al ergens anders naar vervoerd, gewoon vertrokken of overleden te zijn volgens de aantekeningen op de lijsten. Het ziekenhuis in Nienburg fungeerde als verzamelplaats van alle zieken die aangetroffen werden. Als er voldoende waren, werden ze naar Burgsteinfurt getransporteerd, waar ze overgenomen werden door Rode Kruis medewerkers uit Enschede. Van daaruit werden ze dan verder begeleid naar hun woonplaats.

Het dagboek gaat wat uitgebreider in op het bezoek aan Hamburg:
“M’n volgende reis was naar Hamburg. Het was meer een verkennings en informatie toch. Patienten hebben we van daaruit niet meegenomen. De stad ziet er vreselijk uit. Hele delen bestaan niet meer. Verschillende wijken zijn dichtgemetseld. Kom je bij een platgebombardeerd gedeelte, dan stinkt het er echt naar lijken die nog onder het puin liggen. Toch is in Hamburg meer leven als in Hannover. De mensen wonen in kelders, merendeels nog onder het puin. Voral ’s avonds is het een troosteloos gezicht, alles donker met zo nu en dan een lichtje in de diepte. Een gevoel van medelijden kwam dan onwillekeurig bij mij op, toch heb ik mij daar tegen verzet. Op slot van rekening wonen hier de mensen ook in kippenhokken en kapotte huizen, dat heb ik in Limburg wel gezien.”

Hamburg, september 1945

Hamburg, september 1945

Het laatste uitstapje van de missie maakte mijn moeder samen met de leider van het transport Dr. Schepel en een chauffeur. Het doel was de Harz en omgeving. De trip wordt redelijk uitvoerig beschreven in het dagboek, waarschijnlijk omdat achteraf bleek dat de tocht een ontspannend tintje had gekregen.
“’s Maandags gingen Dr. Schepel en ik op wagen no 7 met Freek als chauffeur naar het Harzgebergte. Het was + 8½ toen we startten. Het weer was bijzonder mooi en ik had dan ook een geweldige zin. Tot Hannover reden we samen met nog 2 wagens die naar Kassel moesten. In Hannover wensten we elkaar een “goede reis en veel succes” en ieder ging zijn eigen weg. Door het kapotte Hannover, wat steeds opnieuw weer een troosteloze aanblik is, gingen we naar Hildesheim. Wat ziet dat er ook uit!”

Omdat de reis zoveel aandacht krijgt in het dagboek, heb ik dit stuk ook gedaan. Hildesheim blijkt ook een welvarende provinciestad te zijn, die geen zichtbare sporen meer draagt van de oorlog. Toch zag de Andreaskirche op het moment dat de Rode Kruis medewerkers er waren zo uit:

Hildesheim, Andreaskirche na bombardement van 22 maart 1945

Hildesheim, Andreaskirche na bombardement van 22 maart 1945

Andreaskirche 22 augustus 2013

 

 

 

 

 

 

 

 

En als je de foto’s (inclusief filmbeelden) bekijkt op deze site over het bombardement van 22 maart 1945, dan weet je wat mijn moeder bedoelde toen ze verzuchtte: “Wat ziet dat er ook uit!” Of, zoals de heer Eilert Ommen, directeur van het museum in Nienburg, mij zei tijdens ons gesprek: “Viele Städte waren ganz kaput.”

De reis gaat verder en dan het moment van ontspanning, even alle ellende vergeten:
“We kwamen door verschillende kleine plaatsjes en gingen daar de hospitalen binnen. Geen Hollanders meer aanwezig. De namen die we bij ons hadden klopten precies doch waren reeds afgevoerd. Steeds hoger kwamen we, steeds prachtiger werd het. Dr. Schepel, die tamelijk goed bekend was in de Harz, wees me steeds op nieuwe dingen. En ondertussen stegen we maar. Een kinderlijk plezier hadden we, om naar beneden te kijken hoe “hoog” we nu al waren. We floten en zongen dat het een lust was. Het was geen dokter met verpleegster die op de auto zaten, maar een jongen en meisje die uitgelaten waren omdat ze nu eens één dag niet de ergste narigheid waren. Holland was zo ver die dag, ik dacht er haast niet aan.We kwamen in de omgeving van de “Brocken” de hoogste berg van de Harz. Als we meer tijd gehad hadden, dan waren we er wel op gegaan maar “no time”. Heel typisch en mooi waren de meren die steeds, op een moment dat je ze heel niet verwachtte tevoorschijn kwamen. Het is heel moeilijk te beschrijven, ’t meest leken ze op sawa’hs ook zo aflopend. Wéer een plaatsje, wéer een ziekenhuis. … Onderweg zijn dokter en ik nog uitgestapt om te kijken naar een waterval die van een ongelooflijke hoogte kwam. Ik kon van dat alles niet genoeg krijgen.  ’s Avonds om + 10½ uur kwamen we pas thuis, doodmoe en roetzwart maar uiterst voldaan.”

De waterval waar over gesproken wordt is de Radau-wasserfall bij Bad Harzburg, aan het begin van de Brocken.

Radau-wasserfall bij Bad Harzburg

Radau-wasserfall bij Bad Harzburg

Mijn moeder zal waarschijnlijk nooit geweten hebben dat het om een kunstmatig aangelegde waterval gaat.

Tagged , , , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *