Impressionistisch onderwijs

Afgelopen week was ik in de Hermitage Amsterdam voor de tentoonstelling Impressionisme, sensatie en inspiratie. Het fraaie van de tentoonstelling vond ik dat men zichtbaar maakte wat er aan het impressionisme voorafging, wat er tegelijkertijd gebeurde en op welke manier het nieuwe ontwikkelingen initieerde. Het impressionisme in zijn tijd zeg maar. Het zijn tentoonstellingen die ik graag bezoek. Het interessante voor mij is het zichtbaar worden van hoe een stroming zich ontwikkelt in de daarbij horende context. Wat daarbij hielp waren de tijdlijnen die op de tentoonstelling te zien waren, maar die helaas, een misser vind ik, niet in de catalogus opgenomen zijn. Daarop werd zichtbaar wat er zoal in die tijd, zo tussen 1850 en 1900, allemaal gebeurde in Frankrijk. Van de eerste bereikbaarheid van Parijs per trein, via de Frans-Duitse oorlog naar de Dreyfuss-affaire. Daarnaast behoren het impressionisme en aanverwante stromingen tot mijn favorieten. Op de terugweg in de trein, jazz in de oren, alles nog eens overdenkende, moest ik aan het onderwijs denken en bedacht me of impressionistisch onderwijs mogelijk zou zijn of misschien al bestaat. Ik zie in ieder geval veel parallellen met ontwikkelingen in het onderwijs en het ontstaan van het impressionisme.

De impressionisten zetten zich af tegen het toen heersende classicisme: realistisch schilderen, vastgelegde thematiek zoals religieus, mythologie, historie en gladde penseelvoering die leidde tot een haast fotografische maar zielloze weergave. De baasjes van de École des Beaux Arts, een soort ministerie van OC&W en onderwijsinspectie ineen maar dan voor de beeldende kunst, verordonneerde wat kunst was. Ruimte voor iets anders was er niet. Het deed me denken aan de opgeschroefde urennorm, cito-toetsing bij de conceptie en toetsing van taal en rekenen in het mbo waarbij het van geen enkel belang meer is of een automonteur een auto kan repareren of een bakker een brood kan bakken. Goed onderwijs is blijkbaar alleen maar kwantificeerbaar. Het initiatief, de creativiteit, het persoonlijke, het wordt allemaal weggesneden en weggetoetst. De impressionisten benaderden hun werkelijkheid op een andere manier, ze keken op een andere manier en gaven hem ook anders weer. Ze gaven weer wat ze zagen, wat ze meenden te zien en niet wat anderen voorschreven hoe ze de dingen moesten zien. En toen zag ik mijn klas van het afgelopen jaar weer voor me: geen scherp omlijnde massa, geen scherp gebeitelde ontwikkeltrajecten, maar allemaal kleurrijke individuen die zich op hun eigen manier manifesteerden. En waarvan verwacht werd, zowel door hen als door mijn baasjes, dat ik ze naar een diploma zou leiden. De een laat zich vormen door een paar snelle verftoetsen, de ander heeft een wat strakkere lijnvoering nodig. Het Oosterse tweetal had kleur en uitstraling genoeg van zichzelf, maar had veel grondering en steunkleuren nodig. En de toppers? Ik bood ze het doek waarop ze zichzelf konden vereeuwigen. Dit is de omgeving die leerlingen blijkbaar nodig hebben om uit te groeien tot vakman, in mijn geval tot kok. Het dreigt verloren te gaan door de tirannie van de toetsing en de insnoering, de aloude mechanismen van de baasjes die niets snappen van leerlingen en hoe die zich ontwikkelen.

Volgens mij kan het onderwijs wel wat impressionisme gebruiken.

Catalogus tentoonstelling

Tagged .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *