Geschiedenis van het beroepsonderwijs II

Vorige week schreef ik over de schaalvergroting in het onderwijs. Voor wie achtergrondinformatie over dit fenomeen wil lezen, kan terecht in de zaterdag bijlage het Vervolg van de Volkskrant van 28 januari. Nu de toegenomen invloed van de overheid op het beroepsonderwijs.

Onder het motto ‘Wie betaalt bepaalt’ is de invloed van de overheid op de inhoud van het beroepsonderwijs flink toegenomen. In 1968 werden door de Wet op het Voortgezet Onderwijs (Mammoetwet) het lager, middelbaar en hoger beroeponderwijs onderscheiden onderwijstypen en onderdeel van het Nederlandse onderwijsbestel. Er werd bepaald dat er voor het beroepsonderwijs niet alleen een vakinhoudelijke, maar ook een pedagogische taak lag. Onder invloed van de maatschappelijke ontwikkelingen van die tijd, o.a. het ontplooiings- en gelijkheidsdenken,  diende het beroepsonderwijs zich ook bezig te gaan houden met de algemeen vormende vakken. De Mammoetwet is een cruciaal moment in de ontwikkeling van het beroepsonderwijs: beroep en beroepsopleiding worden nu losgekoppeld, er ontstaat een grotere afstand tot de beroepspraktijk. Beroepsonderwijs is een voorbereiding op werk geworden. Het bedrijfsleven begint al snel te klagen over verkeerde beroepshouding en het feit dat ze ‘geen mes, hamer, beitel, enz. meer vast kunnen houden’.
In 1996 verstevigt de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs) de greep van de overheid op het curriculum. Niet alleen een beroepskwalificering, maar ook een doorstroom- en leer- en burgerschapkwalificering werd de opdracht voor het middelbaar beroepsonderwijs. Door deze kwalificeringseisen werd er weer meer onderwijstijd van de vakopleiding afgehaald. In 2014 wordt het voorlopige hoogte- of dieptepunt (afhankelijk van hoe je er naar kijkt) bereikt: voor de niveau 4 opleidingen zijn de eisen voor Nederlands en rekenen kwalificerend. Dat betekent dat het resultaat voor deze vakken  bepalen of iemand zijn diploma krijgt. Vakmanschap is dus niet doorslaggevend meer. Het bedrijfsleven heeft het nakijken: een aantal jaren investeren in de beroepsopleiding gaat down the drain omdat iemand niet voldoet aan de eisen van Nederlands en rekenen. Ben ik tegen eisen voor deze vakken? Absoluut niet, maar de idioot hoge eisen die nu gesteld worden zullen alleen nog maar meer ongekwalificeerde uitstroom tot gevolg hebben. En die zal alleen nog maar toenemen als ook de niveaus 1,2, en 3 er aan moeten geloven. En dan zijn we precies daar waar we zowel als overheid en als middelbaar beroepsonderwijs absoluut niet willen zijn. Een overheid die overvraagt moet zich eens realiseren dat wie het onderste uit de kan wil, enig moment het lid op zijn neus krijgt.
En het blijft heel erg wrang, dat we aan onze leerlingen hogere eisen op het gebied van taal en rekenen stellen dan aan de man of vrouw die voor de klas staat. De overheid zou dáár iets aan moeten doen.

Tagged , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *