‘Genesis-denken’

God sprak: Daar zij licht. En er was licht.
En God zag, dat het licht goed was. … Genesis 2
Zo werd het avond en morgen: de eerste dag.
” (Gen. I, 3-5).

 

Velen zullen het herkennen, het begin van het Bijbelboek Genesis. Wat er ook van waar mag zijn, volgens de schrijver had God de macht om een wens direct realiteit te laten worden op het moment dat hij hem uitsprak. Het is een macht die vele beleidsbepalers, directeuren, baasjes, managers, etc. pretenderen ook te hebben, maar, helaas voor hen, hun realiteit is anders. Ik noem dat het Genesis denken en het komt vaak voor. “We hebben toch gezegd dat …, dus dan is het toch zo?” Op zich is er niets mis met wensdenken, maar zie de realiteit onder ogen dat er nog een weg te gaan is om daar te komen. Ook het onderwijs, mijn biotoop, kent vele voorbeelden van dit ‘Genesis-denken’.

We zijn één school/college/roc/hogeschool!
Onderwijsmensen weten dat als deze retoriek over hen uitgestort wordt, het tegenovergestelde aan de orde is. CVB-voorzitters die als een soort pausen deze opdracht hun gemeenschap in sturen en denken dat hun woord direct waarheid is geworden. De realiteit is natuurlijk dat al die grote onderwijsorganisaties net zo gedifferentieerd zijn als bijna elke religie. Hoe kan het ook anders, als je verdeeld bent over meer dan 20, 30 locaties? Kijk naar dezelfde opleiding binnen één organisatie die op twee verschillende plaatsen gegeven wordt en je weet hoe één die organisatie is.

De leerling staat bij ons centraal!
Degene die dat roept, moet je eens de vraag stellen: waaruit blijkt dat? Elke onderwijsorganisatie, misschien het po uitgezonderd, is georganiseerd op basis van andere uitgangspunten dan het belang van de leerling. Administratieve systemen, het inschrijfgeld, de rechten en mogelijkheden van medewerkers, het efficiënt gebruik van ruimtes en middelen, het heeft allemaal voorrang op het belang van de leerling. En dan heb ik het nog niet over de manier waarop en waarmee het leren plaatsvindt, de didactiek. Denk aan de gevreesde busopstelling, efficiënt!, die een soort geleide leereconomie in stand houdt. En hoeveel docenten beschikken over een didactisch repertoire om in te spelen op de leerbehoeftes en -mogelijkheden van hun leerlingen? Hoeveel ontstijgen het niveau van het recyclen van het onderwijs dat ze ooit zelf ‘genoten’ hebben?

Passend onderwijs voor elk kind!
Een mooi voorbeeld van het de leerling centraal stellen is het passend onderwijs. Er is een wet aangenomen en dus is het passend onderwijs er, denkt men in Den Haag. De realiteit is, als ik de berichten moet geloven, dat er eigenlijk helemaal niets meer past.

Focus op vakmanschap!
Een goed idee dat ter wereld kwam in 2011 en binnen zeer korte tijd door friendly fire volledig aan flarden geschoten werd door de focus op rekenen en taal. Uit de aanbiedingsbrief 2011: “In het mbo ligt de focus op goed, initieel beroepsonderwijs voor jongeren. Een diploma dat een solide basis biedt voor werk of doorstroom naar een hoger opleidingsniveau is het belangrijkste doel. … Het kabinet schept de randvoorwaarden door de complexiteit van het bve-stelsel te verminderen.” Reken- en taaltoetsing is naar mijn idee niet de ideale randvoorwaarde te noemen. Het intensieve reken- en taalonderwijs is, vooral in de bbl, ten koste gegaan van het vakonderwijs. Dat door de ingevoerde reken- en taaltoetsing vele mbo-ers geen vakdiploma meer kunnen halen, is iets wat in Den Haag nog niet is doorgedrongen. In sommige huiskamers al wel.

Het lerarenregister is van, voor en door de leraar
Een voorbeeld van de kip-zonder-kop-politiek van OC&W. In 2006 is de wet BIO uitgevaardigd, waarin de bekwaamheidseisen van leraren en de verantwoording daarvan vastgelegd is. En nu is er ineens het register. Het lerarenregister is opgezet door de Onderwijscoöperatie, een club waarover ik geen enkel zeggenschap heb gehad bij de samenstelling ervan en die zich ook onttrekt aan elke democratische controle. Ik ben namelijk geen lid van de Onderwijscoöperatie. En wie de vinkjes achter je activiteiten zet en dus zicht heeft op jouw privé gegevens is helemaal duister. Exit van. Exit door.
Welk belang heb ik bij zo’n register? Wat brengt het mij? Mijn bekwaamheid houd ik bij in mijn portfolio en ik leg daarover verantwoording af bij mijn werkgever. Daar heb ik een overeenkomst mee, niet met de Onderwijscoöperatie. Het register brengt mij dus alleen maar extra werk en onveiligheid. Exit voor.

Het vele Genesis-denken in het onderwijs maakt voor mij de gapende kloof zichtbaar die er bestaat tussen beleidsmakers en hoogste baasjes enerzijds en mensen op de werkvloer anderzijds.  Ik wens dat die kloof ook een mythe is.

Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *