De relatie tussen mbo en de leraar

Deze week raast de 6-Daagse Beroepsonderwijs door het land. Een 6-Daagse die als doel heeft het belang van het mbo voor de Nederlandse samenleving te onderstrepen. Ik vind het een prima initiatief. Onze leerlingen en vooral oud-leerlingen verdienen aandacht voor de belangrijke positie die zij innemen in ons economisch leven. Daarnaast is het ook nog eens een categorie leerlingen waar ik al jaren met enorm veel plezier les aan geef: down to earth, vaak handen uit de mouwen mentaliteit, geen dubbele agenda en soms onzeker op hun weg naar een beroepsideaal. Maar het mbo schijnt een imagoprobleem te hebben. Als je het filmpje bekijkt dat gemaakt is bij CompetentCity, de start van de 6-Daagse, dan wordt dat daar in ieder geval bevestigd. De staatssecretaris roept de docenten op uit hun slachtofferrol te kruipen, leerlingen vertellen dat ze dat imagoprobleem ervaren t.a.v. de opleiding maar ook t.a.v. de leraren en de inspriratie-marketeer vindt dat leraren meer de ambassadeursrol op zich moeten nemen. De zaak staat er dus blijkbaar niet zo florissant voor. Wat me dan opvalt, is dat op de dag van de leraar, de 6-Daagse die dag bestempelt als de dag van de stage. Waarom dan niet de dag van de mbo-leraar? Je biedt daarmee ook een breder beroepsperspectief voor mbo’ers. Bij hen is vaak niet bekend dat je via het mbo ook docent kunt worden. Nee., de dag van de stage moet het zijn. En daarmee wordt meteen een derde deel van de mbo-populatie vergeten: de bbl’ers. Deze leerlingen lopen geen stage maar werken. Die hebben geen tijd om allerlei manifestaties af te lopen om het mbo te promoten, die promoten dagelijks hun mbo-opleiding. Soms denk ik weleens dat mbo staat voor middelbare bol opleiding. Sinds het verdwijnen van de streekscholen is de bollificatie van de schoolorganisaties schrikbarend: managers en beleidsmakers realiseren zich niet dat scholen ook bbl-cursisten hebben. Een voorbeeld. Sinds de invoering van Leren, Loopbaan en Burgerschap worden er uren aan deze materie besteed, soms oplopend tot 4, 5 lesuren per week. In een opleiding waarbij cursisten meerdere dagen per week in huis zijn, is dat redelijk weg te zetten. Probeer dat eens in een opleiding waarbij cursisten maar één dag per week binnen zijn. En dan heb ik het nog niet over de eisen voor Nederlands, rekenen en moderne vreemde taal. En tja, eigenlijk moeten ze dan ook nog een vak leren. Als je iets aan het imago van het mbo wil doen, erken dan ook dat er mensen werken die een vak uitoefenen én dat er leerlingen zijn die gewoon werken naast hun opleiding. En met beide is niks mis. En ik weet dat het niet zo sexy is om een broodbakker op het podium te zetten, maar aan het begin van een bijeenkomst al die jongens en meisjes die iets met dans willen, komen me na al die jaren mijn neus uit. Dat is namelijk ook imagoafbraak.

Tagged , , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

2 Responses to De relatie tussen mbo en de leraar

  1. Ger Roelen zegt:

    Verbaas me er al niet meer over hoe raak je schrijft en de spijker op de kop slaat. Ga zo voort en je zult minister van communicatie worden 🙂

    • Paul Laaper zegt:

      Dank voor je compliment. Stijgen in de hiërarchie is soms vergelijkbaar met het onderwaterleven: hoe hoger je wilt drijven, hoe meer lege ruimtes je moet hebben. Laat mij maar lekker op de bodem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *