‘De kwaliteit van het onderwijs is een aanhoudende zorg van het volk …’

Al zou je willen, je kunt er niet omheen. Er wordt gemord over de kwaliteit van het onderwijs, van laag naar hoog en terug, en over de kwaliteit van de mensen die dat onderwijs verzorgen. Wie denkt dat het typisch iets is voor onze huidige samenleving, die heeft het mis. Al in 1591 publiceerde Dirck Adriaensz. Valcooch een traktaat met raadgevingen voor goed onderwijs. Aanleiding voor dit geschrift was de abominabele kwaliteit van de toenmalige onderwijzers. Het duurde nog zo’n tweehonderd jaar voordat er formele beroepseisen gesteld werden. De lager-onderwijswetten van begin 19e eeuw legden onbedoeld de kiem voor wat later de Schoolstrijd werd genoemd en die tot in de 20ste eeuw doorwoedde. Maar die schoolstrijd was gewoon een conflict over de kwaliteit van het onderwijs. En alle onderwijswetgeving van de laatste 50 jaar kan gezien worden als reparaties van wat gezien werd als gebrekkig onderwijs. De rode draad is steeds het begrip kwaliteit. Ook in het huidige discours over onderwijs wordt het begrip te pas en te onpas gebruikt als ware het een eenduidig begrip. ‘De kwaliteit van dit of dat is niet of wel goed’, maar ook: ‘kwaliteit is niet meetbaar’. Wat mij bij dit alles stoort, is dat er niet expliciet gemaakt wordt wat er met die kwaliteit bedoeld wordt. Op deze manier blijft het een containerbegrip waar iedereen maar wat in stopt en waar je het dus nooit over eens wordt. Maar wat is nu kwaliteit?

Wat is kwaliteit?

Kwaliteit is een begrip dat zich op drie niveaus af kan spelen: de kwaliteit die moet, de kwaliteit die hoort en de kwaliteit die kan.

De kwaliteit die moet.
Dit eerste kwaliteitsniveau gaat over het voldoen aan wettelijke eisen en allerlei andere voorschriften. Je kunt het er wel of niet mee eens zijn, je moet er aan voldoen. Of het nu gaat om het bouwen van een huis, het inrichten van een opleiding, het aanleren van kennis of vaardigheden of het opvoeden van kinderen: er zijn wetten en regels waar je je aan te houden hebt. En je kunt meten en/of vaststellen of dat gebeurt.

De kwaliteit die hoort.
Dit tweede kwaliteitsniveau omvat het eerste. Hetgaat hier over de verwachtingen die gebruikers, klanten e.d. hebben. In het mbo zijn door JOB een paar jaar geleden de 10 regels voor goed mbo geformuleerd. In een restaurant wil ik vriendelijk bejegend worden. Dat zijn wensen van afnemers, zij verwachten dat het product dat zij afnemen daar minstens aan voldoet. Dat kun je meten en/of vaststellen.

Onderwijsblad 11 mei 2013

Onderwijsblad 11 mei 2013

De kwaliteit die kan of mag.
Dit kwaliteitsniveau is het niveau waar je onderscheidend kunt zijn, waar je boven de verwachtingen van de afnemer uitstijgt. Dit is het terrein van het vernieuwende, het afwijkende, het bijzondere, het verrassende, het eigene. De vormgeving van een gebruiksvoorwerp, de technische mogelijkheden van een apparaat, de smaak van een product, het innovatieve van een concept. De beleving hiervan door afnemers is allemaal te meten en/of vast te stellen.

Is kwaliteit meetbaar?

Kwaliteit mag dan misschien niet altijd meetbaar, kwantificeerbaar zijn, vast te stellen is het wel. Geluk, verdriet, vooruitgang, ontwikkeling zijn dan wel niet in een getal uit te drukken, je kunt ze wel vaststellen. En als dat niet kan, kan het geen onderwerp van de discussie meer zijn, dan kom je in het gebied van het geloven. Wittgenstein zei het al: “Van dat, waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen”. Dit betekent dus dat voor mij elk onderdeel van het begrip kwaliteit meetbaar of vast te stellen moet zijn. Daarna volgt pas de (subjectieve) interpretatie van het gemeten resultaat of vastgestelde. Concreet: met het afnemen van een CITO toets is niets mis, de discussie moet gaan over hoe het resultaat gebruikt wordt. Je kunt tenslotte de guillotine ook niet kwalijk nemen dat kop en romp gescheiden worden van degene die er op terecht komt.

Wat betekent dit nu voor het onderwijs?

De kwaliteit die moet.
Onderwijswetgeving is het kader waarbinnen het zich allemaal moet afspelen. Is dat een ruim of een knellend kader? Het antwoord hangt natuurlijk gedeeltelijk af van wat je wilt en van het onderwijstype, maar ik denk dat er binnen de kaders nog heel veel mogelijk is. Met name op het gebied van het pedagogisch en didactisch handelen, gezien de verschillende onderwijsvormen die er in het basisonderwijs bestaan. Betekent dit nu dat een kind zich niet meer vrij kan ontwikkelen, een wens die door velen geuit wordt? Ik vind die roep om die vrije ontwikkeling een beetje een dooddoener, een stoplap. De discussie zou moeten gaan over de richting waarin die ontwikkeling zich afspeelt en welke methodieken je als opvoeder of leerkracht daarbij hanteert. J.J. Rousseau heeft er ooit een boek over geschreven, Emile, maar die methode heeft voor zover ik weet nooit brede toepassing gevonden. Bonnie & Clyde hebben zich ook vrij ontwikkeld, dus passen in de stoplap, maar de richting van die ontwikkeling zal niet de richting zijn die de meeste ouders voor hun kinderen in gedachte hebben. Die vrije ontwikkeling is de facto dus aan heel veel beperkingen onderhevig, met name culturele. En dat geldt al helemaal als er ook nog voor een beroep opgeleid moet worden.

De kwaliteit die hoort.
Wat mogen wij als samenleving van basisscholen verwachten als afnemer? Zijn daar grenzen aan? Hebben basisscholen een beleid als het gaat over de rol en verwachtingen van de ouders? Ik zou als leerkracht stapelgek worden als ik 30 kinderen in mijn klas zou hebben en rekening zou moeten houden met de wensen van 30 ouderparen. Je zult als leerkracht het recht op moeten eisen je werk te kunnen doen. Dat is zelfs kwaliteit die moet.
Hebben schoolorganisaties scherp in beeld wat hun afnemers willen?  Houden zij leerlingpanels geleid door externen? Worden er anonieme enquêtes afgenomen? Ik maak me sterk dat de 10 regels voor goed mbo deels ook voor het vo gelden, en wellicht ook het hbo. En als ik door de gangen bij ons op school loop en de lokalen binnen kijk, dan vraag ik me soms af of die collega in de gaten heeft dat wat hij/zij staat te doen absoluut niet overeenkomt met de verwachtingen van het aanwezige publiek. En de vraag die zich dan opdringt is: kan die persoon überhaupt voldoen aan de verwachtingen van het publiek?

Tweet 12 mei 2013

Tweet 12 mei 2013

De kwaliteit die kan of mag.
Dit is het domein waar je als organisatie of individuele docent onderscheidend kunt zijn. En onderscheidend kan ook betekenen dat je door een deel van de klas als een goede leraar bestempeld wordt. Onderscheidend ben je ook als je dingen doet die leerlingen niet verwachten. Denk daarbij aan afwisselende werkvormen met elementen die inderdaad verrassend zijn. Maar dan moet je dat wel in je repertoire hebben. Het is misschien niet groots, maar kleine kwaliteit is ook kwaliteit. In dit domein passen ook de grote onderwijsconcepten die afwijken van de bestaande. Of het nu gaat om Illich, Montessori, Rogers, High Tech High en nog vele meer, het gaat allemaal om een andere kijk op de pedagogische en/of methodisch-didactische benadering. En soms past het binnen de wettelijke kaders, soms niet. Maar er zal iéts geleerd moeten worden.

Conclusie

Over kwaliteit is wel degelijk te discussiëren, mits je maar expliciet maakt waar je het over hebt of welke richting iets op zou moeten gaan. Kwaliteit van het tweede en derde niveau is een recht én een keuze. Zeker voor de individuele leraar. Als we kwaliteitsverbetering van het onderwijs willen, zal het daar en door hem of haar moeten gebeuren.

Tagged .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

2 Responses to ‘De kwaliteit van het onderwijs is een aanhoudende zorg van het volk …’

  1. Schoen72 zegt:

    Dag Paul,

    interessant stuk. Alleen aan je conclusie kleven voor mij wat haken en ogen. Het randvoorwaardelijke is mede bepalend namelijk voor het al dan niet kunnen behalen van die kwaliteitsverbetering. Richting, visie en faciliteiten moeten zeer zeker kloppen anders ben ik als individueel docent niet goed genoeg in staat te pieken in kwaliteit. Zelf ben ik continu bezig met het verbeteren van mijn individuele kwaliteit en ik hecht hier ook alle waarde aan. Op dit moment ervaar ik de minister, ons cvb en mijn management als remmende tot belemmerende factor….

    PS; Kwaliteit is de mate waarin goederen en diensten voldoen aan de eisen, behoeften en specificaties van de afnemer, klant en gebruiker.
    Wie is A/K/G volgens de leerling?
    Wie is A/K/G volgens de docent?
    Wie is A/K/G volgens het bedrijfsleven?
    Wie is A/K/G volgens de brancheorganisatie?
    En wie is A/K/G volgens ons CVB/ onze directie?

    Groet Danny..

    • Paul Laaper zegt:

      Dag Danny,
      dank voor je reactie. Ik ben met je eens dat randvoorwaarden belemmerend kunnen werken. Wat ik duidelijk heb proberen te maken, is dat je eerst concreet moet maken wat je onder kwaliteit verstaat, wat wil je precies bereiken. Als je dat gedaan hebt, kun je enig moment vaststellen of je de doelstelling behaald hebt en waarom eventueel niet. Randvoorwaarden kunnen ook als vluchtroute gebruikt worden als je niet uitkijkt.
      En wie de afnemer is? Hangt deels af van je rol, maar voor een beroepsopleiding lijkt het me helder dat dat de leerling is én de branche waar je voor opleidt. En voor dat laatste zijn in het mbo kwalificatiedossiers uitgevonden. Maar, hoeveel docenten in het mbo kennen hun eigen kd? En daarmee hebben we het over kwaliteit van het eerste niveau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *