De desastreuze invloed van de inspectie op de kwaliteit van het onderwijs

De kwaliteit van het onderwijs staat behoorlijk ter discussie, van hoog tot laag. Soms terecht, soms onterecht. De rol van de overheid als onbehoorlijk bestuurder in dezen zou wat mij betreft wel eens onderzocht mogen worden. Maar dit terzijde. Waar het mij om gaat, is de invloed die de audits van de onderwijsinspectie hebben op de kwaliteit van het onderwijs, met name in het mbo.

Als het over kwaliteit gaat, zijn er drie niveaus te onderscheiden. Op de eerste plaats is dat de kwaliteit die moet. Denk hierbij aan wet- en regelgeving waaraan voldaan moet worden, veiligheidsvoorschriften, brandvoorschriften, etc. Het tweede niveau, dat het eerste omvat, is de kwaliteit die hoort. Dat wat een afnemer als normaal beschouwt, maar wat niet wettelijk voorschreven is. Te denken valt aan waterdichte auto’s, smakelijke maaltijden maar ook de 10 regels voor goed onderwijs van JOB. Als laatste en hoogste  kwaliteitsniveau kennen we de kwaliteit die kan, de onderscheidende kwaliteit. Het is de kwaliteit die het verschil tussen producten, diensten en mensen onderling maakt. Vaak de niet-kwantificeerbare kwaliteit.

En nu de rol van de inspectie. De inspectie richt zich op de kwaliteit die moet: ze controleert of er voldaan wordt aan de regels die gesteld worden aan de organisatie en uitvoering van het onderwijs. Op zich is dat een prima zaak, daar ben ik voor. Maar de manier waarop onderwijsorganisaties reageren, maakt het desastreus. De kramp waarin ze schieten bij dreigend inspectiebezoek, maakt dat ze zich alleen nog maar blijvend focussen op het kwaliteitsniveau dat de inspectie verlangt. Alsof afnemers niets verlangen! Het beste bewijs voor dit denken zijn de landelijke bpv-boeken waar ik eerder over schreef. Ze worden aan het werkveld ‘verkocht’ met als argument dat ze inspectie-proof zijn. En dat zijn ze omdat het bpv-proces volgens de inspectie op deze manier geborgd is. Dat ze voor leerlingen, leermeesters en leraren onleesbaar en onwerkbaar zijn doet vervolgens niet ter zake. En dat er geen enkele garantie is dat de leerling een fatsoenlijke vakopleiding krijgt, onttrekt zich aan de waarneming van diezelfde inspectie. Daar maakt ze zich, misschien terecht, geen zorgen over. Scholen worden alleen maar echt afgerekend op het laagste kwaliteitsniveau, daar worden de rode en groene kaarten uitgedeeld. De leerling staat met lege handen, die heeft enkel zijn verzuim of recalcitrant gedrag als machtsmiddel. De controle van de inspectie garandeert nog geen goed onderwijs, laten we ons eerst daar maar weer eens op richten. En als dat voor elkaar is, ontstaat er ruimte om er ook nog iets moois van te maken.

Tagged , , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *