De afvullijn van de professionaliseringsindustrie in het onderwijs

Deze week kreeg ik de uitnodiging voor een studiedag van ons college. Het onderwerp van de dag is loopbaanbegeleiding. Als ik ga tellen, dan is het de vijfde of zesde studiedag in successie die over loopbaanbegeleiding of begeleiding in het algemeen gaat. Blijkbaar doen we dat heel slecht. Alleen vraag ik me af op grond waarvan dat vastgesteld is. Of blijkbaar is er veel vraag naar. Maar aan mij is in ieder geval niets gevraagd. En bij navraag, bij vele anderen ook niet.

De kritiek op het huidige onderwijs is onder andere gericht op de inrichting volgens de principes die dateren uit het begin van de 19e eeuw. Onder invloed van de industriële revolutie is er gestreefd naar efficiency, gericht op het zo uniform mogelijk opleiden en vormen van leerlingen. De roep van de Verlichtingspedagogen om de ontwikkeling van een kind aan te laten sluiten bij zijn mogelijkheden, is eigenlijk nooit in praktijk gebracht. Pas nu, onder invloed van de technologische mogelijkheden en druk vanuit de samenleving, klinken deze opvattingen weer.

Maar, vraag ik mij af, waarom blijven we de docentprofessionalisering wel nog steeds op een industriële manier inrichten? Ik bevind mij toch op een ander punt in mijn carrière dan anderen? Ik werk toch met andere leerlingen dan collega’s in de reguliere trajecten? Ik heb toch andere ervaringen, opleidingen dan anderen? Ik heb toch behoefte aan andere scholing dan mijn directe collega? Waarom wordt professionalisering vaak uitgevoerd alsof het een frisdrankfabriek is: een stel petflessen die op de lopende band volgestort wordt met dezelfde vloeistof? Of moet er soms voldaan worden aan het professionaliseringsgebod: Gij zult afgevuld worden met de door ons bepaalde substantie! De beheersbare proceslijn in optima forma en ook nog makkelijk ergens te registreren. En, er kan dan ook weer een vinkje gezet worden bij een van de managementafspraken: er is geprofessionaliseerd.

De vorige studiedag stond in het teken van kennisuitwisseling, een prachtig concept dat vaker binnen ons roc gebruikt wordt. Blijkbaar was er binnen ons college geen kennis te vinden die uitgewisseld kon worden, want we werden weer in twee workshops gestopt. Er is altijd wel een bureautje te vinden die dat klusje voor je opknapt. Jammer voor mij dat het om workshops ging die ikzelf ook geef. Maakt niet uit, dzjing! de vink kon weer gezet worden.

Maar ik wil niet meer naar bijeenkomsten waar ik bijna niets leer en die obligaat  besloten worden met het heffen van het glas, het doen van etc. Ik wil leren hoe ik mijn onderwijs vorm en inhoud kan geven, zodat het voldoet aan de eisen van de 21e eeuw. Ik wil weten welke vergezichten er zijn op onze samenleving over 5 à 10 jaar, zodat ik daarover met mijn leerlingen in gesprek kan gaan. Voor die samenleving leid ik hen namelijk op. Ik wil de mogelijkheid hebben om aan mijn eigen taakstelling van minimaal drie presentaties per jaar geven toe te komen, een activiteit waar ik veel van leer. Ik wil naar bijeenkomsten waar ik o.a. mensen uit het po en vo ontmoet, om kennis en ervaringen uit te wisselen. Ik wil erkenning voor het feit dat ik wekelijks 1 uur scholing in mijn twr schrijf voor het lezen van weblogs en informatie die ik via Twitter aangereikt krijg. Ik wil scholingsruimte om verbeteringen binnen mijn onderwijs te kunnen realiseren, daar heb ik onderzoeks- en experimenteertijd voor nodig. Maar ik ben opgehouden te willen in een lerende organisatie te werken.

Een goede leraar ben je nooit in mijn ogen, je bent altijd op weg er een te worden. En daar is o.a. professionalisering voor nodig, toegesneden op eigen mogelijkheden en wensen. Afgevulde petflessen horen in het schap in de supermarkt.

Tagged .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *