‘Capucijnders op zijn scheeps’

WB kapuc

Het is weer verse kapucijners tijd. Ondanks het feit dat veel mensen denken dat kapucijners een wintergroente is, is eind juni, begin juli de tijd voor de verse variant. Vorig jaar heb ik er al eens een blogpost over geschreven, omdat de kapucijner nog zo’n beetje de enige primeurgroente in Nederland is en omdat ik het zelf een heerlijke groente vind. Wat opvallend is, is dat er bijna iedere dag sinds ik er over schreef iemand mijn weblog bezoekt op de zoekterm kapucijner. Blijkbaar is er behoefte aan informatie. Voor achtergrondinformatie kun je prima terecht in De Dikke van Dam van Johannes van Dam. Hier wil ik het over een traditioneel recept hebben. Ik wist mij te herinneren dat een uitgebreide maaltijd met bruine bonen of kapucijners een Zeeuwse rijsttafel of Captain’s dinner genoemd werd vanwege de grote hoeveelheid bijgerechten. Zeeuws omdat bruine bonen en kapucijners traditioneel uit deze provincie afkomstig zijn. Zoeken op het internet op deze termen leverde te weinig op, dus maar verder gezocht in de eigen bibliotheek. Daar had ik beet: in Nieuwe Avonturen met een Pollepel van J.W.F. Werumeus Buning stond een stukje met dezelfde titel als deze post. Ik las daarin dat de termen ontstaan zijn in de scheepvaart, marine en koopvaardij, in een tijd dat het normaal was dat passagiersvervoer per schip plaatsvond. Ik zal het recept aanpassen aan de moderne tijd (WB noemt nog kooktijden van de gedroogde variant van 2,5 à 5 uur).

Ga uit van ±150 g verse kapucijners p.p. (is ± 400 g ongedopt). Stoom de kapucijners in 8 à 10 min gaar; niet koken in water en al helemaal geen zout gebruiken, dit laatste maakt de groente stug. Voor de bijgerechten heb je de keus uit een hele range; kies in ieder geval uit elke smaakgroep een item, hoeveelheden naar eigen inzicht.

  • Gekookte aardappelen; de eerste keus voor mij is de Opperdoezer Ronde.
  • Gekookte rijst.
  • Gebakken uitjes.
  • Fijngesneden rauwe uitjes.
  • Uitjes in het zuur: Amsterdamse of zilveruitjes.
  • Komkommer.
  • Augurken; wat mij betreft is er maar één mogelijkheid: de zure van Kesbeke waar geen suiker bij verwerkt wordt, dus nog echt zuur.
  • Uitgebakken ontbijtspek.
  • Uitgebakken katenspek.
  • Sudderlappen; niet van sucadestuk, maar van riblappen.
  • Dikke plakken pekelvlees.
  • Piccalilly; ook die van Kesbeke (neen, ik heb geen aandelen).
  • Mosterd, grof en fijn.
  • Appelmoes.
  • Appelstroop.
  • Speksaus.
  • Sambals; voor een exotisch tintje.

Werumeus Buning noemde dit gerecht nog ouderwets Capucijnders op zijn scheeps, het maakt in ieder geval wel duidelijk dat rijkdom aan smaken en texturen niet iets van alleen maar de laatste tijd is.

Later deze week een moderne salade met kapucijners, maar gebaseerd op het bovenstaande.

Tagged .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

6 Responses to ‘Capucijnders op zijn scheeps’

  1. Zie net op http://www.thuisbezorgd.nl dat er een nieuw restaurant is bijgekomen in de thuisbezorging, na het doppen van een kilo mijnerzijds, scheiden hier dan onze etenswegen. Raasdonders en Tuinbonen zijn het niet voor mij

  2. Willem zegt:

    Dus geen komkommertijd maar capucijnertijd!
    Inderdaad heerlijk, maar jij noemt het groente.
    Het is toch een peulrucht of mag je daar ook groente tegen zeggen?
    Ik weet het nooit…

  3. Paul Laaper zegt:

    Het Middelnerlandsch Handwoordenboek van Verdam geeft bij het lemma warmoes: groente, moeskruid en geeft ook het lemma warmoeshof: moestuin. Blijkbaar heeft er een betekenisverdichting plaatsgevonden van algemene aanduiding naar specifieke soortnaam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *