Ben ík nou de weg kwijt?

Volgens het Onderwijsblad van dit weekend AOB april 2013
loop ik grote kans de weg kwijt te zijn als docent. Omdat zelfonderzoek een onderdeel is van mijn professionele houding, ben ik maar eens het artikel in gedoken om na te gaan of ik daadwerkelijk de weg kwijt ben.
Eerlijk gezegd, denk ik van niet en dat komt
voornamelijk door het feit dat ik het artikel nogal warrig vind. In het stuk  worden twee docenten, René Kneyber en Jelmer Evers, uit het voortgezet onderwijs aangehaald. Het is mij niet helemaal duidelijk of de citaten in het artikel letterlijk zijn of interpretaties en indikkingen van de auteur. Om te beginnen wordt het streven van de regering om bij de top vijf van de wereld te komen bekritiseerd. “Sturen op resultaten werkt niet in het onderwijs. Je meet de kwaliteit van het onderwijs niet aan de hand van het aantal diploma’s of de gemiddelde hoogte van een Cito-score”. Sturen op resultaat en dat resultaat verengen tot het aantal diploma’s zijn twee verschillende dingen wat mij betreft. Iedere docent wil resultaat zien, de discussie moet gaan over waar dat resultaat uit moet bestaan. Vervolgens wordt het volgende gezegd: “… aan de ontwikkelingen in het hoger beroepsonderwijs zie je dat sturen op resultaat juist fraude met diploma’s in de hand werkt.” Wat mij betreft heeft de recente geschiedenis van de pabo’s aangetoond dat juist het niet sturen op resultaat tot enorme kwaliteitsarmoede heeft geleid. En de genoemde fraude wordt eerder veroorzaakt door de perverse financieringssystematiek (net zoals in het mbo) dan door de eis dat er naar resultaten gekeken wordt.

Goed onderwijs voldoet volgens de geïnterviewden aan de volgende criteria: ‘het moet excellent zijn, ethisch verantwoord en er moet sprake zijn van engagement’. Nou, met deze containerbegrippen zal niemand het oneens zijn. Maar wat ze inhouden …? Daarnaast moeten de waarden van docenten overeenkomen met de manier waarop toezichthoudende organen het werk controleren. Ik lees hier niets anders dan dat ik als docent me aan moet passen aan de denkwereld van de onderwijsinspectie. Welnu, ik ben ooit in dienst genomen om leerlingen op te leiden tot bekwame beroepsbeoefenaars en daar mag de inspectie mij op afrekenen, niet op of ik in staat ben me te verplaatsen in de denkwereld van de inspecteur. En wat het niveau en inhoud is van een bekwame beroepsbeoefenaar staat keurig beschreven in het kwalificatiedossier (kd). In hoeverre dit laatste voor andere onderwijsvormen geldt, kan ik niet beoordelen.

Waar ik me wel in kan vinden, is de opmerking over de bereidheid van docenten om te professionaliseren. Of, beter gezegd, de onwil om te professionaliseren. Het is wel jammer dat er alleen gewezen wordt naar oudere docenten; laat ik het zo zeggen: bij ons op school komt de onderwijsvernieuwing zeker niet van de jongere collega’s, daar zie ik alleen maar het recyclen van het onderwijs dat ze zelf ooit ondergaan hebben.

Als laatste de gedachte waar ik het hartgrondig mee eens ben: een deel van het begrip kwaliteit is niet te kwantificeren. Het beroerde is alleen dat de discussie nooit gaat over wat we nu precies met kwaliteit bedoelen, wat de inhoud daar van is. En daarmee blijft het hetzelfde containerbegrip als excellent onderwijs, ethisch verantwoord of engagement.

Tagged .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

One Response to Ben ík nou de weg kwijt?

  1. Steven Gort zegt:

    Mooi schrijven met scherpe pen. Dat pleidooi voor beroepstrots slaat waarschijnlijk én nergens op én zeker niet op jou!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *