Angst en onheil

Dit weekend was de landelijke studiedag van de opleiding Cultuurwetenschappen. Thema: angst en onheil. In het ochtendprogramma twee rondes met lezingen en workshops, ’s middags een lezing. In het ochtenddeel heb ik me o.a. beziggehouden met straatliederen. Een genre van nieuwsverspreiding zoals dat eeuwen bestaan heeft tot aan de komst van de moderne massamedia. In de straatliederen waar wij mee aan de gang gingen, wordt verhaald van allerlei rampen die plaatsgevonden hadden: mijnongelukken, mensen verdronken door ijsongelukken, een lied over de ramp met de Titanic en wat liederen over weersomstandigheden waar anno 2010 een zeer zwaar weeralarm voor afgegeven zou worden. En toen ik hier zo mee bezig was, dacht ik bij mijzelf: waarom maken we in het onderwijs nou geen gebruik (voor zover mij bekend) van dit soort werkvormen? In plaats van een saaie werkinstructie of recept op papier uit te werken, kun je cursisten ook uitdagen om die tekst op een pakkende melodie te zetten. Of een schooldag of een dag bpv verwoorden op de wijs van een smartlap. Vele variaties te bedenken.
De lezing ging over het thema en werd gehouden door Maarten van Rossem, een voordracht die zich bewoog in het grensgebied van wetenschappelijke lezing en conference. Het is een genot om die man te horen praten. Zoals gezegd, ging het over angst en onheil. Van Rossem haalde een aantal thema’s aan die het afgelopen decennium voor angst- en onheildreiging hebben gezorgd: de Islamisering van de samenleving, de dreiging van de EU, het internationale terrorisme, de vergrijzing, de NS en nog een paar die ik vergeten ben. Stuk voor stuk werd de aard van de dreiging zoals die door media en politici aan ons opgedrongen wordt uit de doeken gedaan. Daarna werden ze ook weer stuk voor stuk tot de proporties teruggebracht die ze horen te hebben, niet op basis van meningen maar op basis van cijfermateriaal. En dat laatste was soms wel ontluisterend: een hele collegezaal met toch niet al te domme mensen moest vaak het antwoord schuldig blijven op de analytische vragen die Van Rossem stelde. Uit het blote hoofd haalde hij de cijfers en de bronnen waar hij die gevonden had aan. En het merendeel van die bronnen was te vinden op het internet. Op dat moment realiseerde ik me dat we veel te weinig doen om onze leerlingen media- en nieuwswijs te maken. Niet alleen binnen de vakleer, maar ook binnen het domein van de burgerschapsvorming is het gebruik van het internet in te zetten. Niet om alleen maar platte informatie op te zoeken, maar meer nog om opvattingen te toetsen aan die feiten. Het was in meerdere opzichten een leerzame dag.

 

Giotto, Het laatste oordeel (detail)

 

Tagged , , , , .Voeg toe aan je favorieten: permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *